Huis met de Hoofden geen gewoon kantoorpand

‘Ritman koopt ‘Huis’’ luidt de kop bij een artikel over de verkoop van het Huis met de Hoofden in Amsterdam aan de kunstverzamelaar en zakenman Joost Ritman (NRC Handelsblad, 27 februari). Het Huis met de Hoofden is een belangrijk monument dat voorkomt op de top-100 lijst van monumenten in Nederland. In het artikel wordt gesuggereerd dat door de verkoop aan een passende gebruiker de gemeente het gebouw dat „als kantoorpand werd gebruikt“ en „duur en inefficiënt“ zou zijn, gered heeft uit de klauwen van projectontwikkelaars die het ongetwijfeld zouden volproppen met luxeappartementen. Maar klopt dit beeld wel?

Het Huis met de Hoofden is niet ‘zo maar’ een gemeentelijk kantoorpand; daarmee wordt de functie die het pand heeft tekortgedaan. Sinds 1983 is er het gemeentelijk Bureau Monumentenzorg in gevestigd. Enige jaren geleden is dit bureau samengevoegd met de archeologische dienst tot het Bureau voor Monumenten en Archeologie (BMA).

Gedurende bijna 25 jaren is het huis het gezicht geweest van de hoofdstedelijke monumentenzorg met een (inter)nationale uitstraling. Het was als zodanig een visitekaartje voor de stad en een schoolvoorbeeld van een zinvolle bestemming van een monumentaal pand. Het Huis met de Hoofden kon zo altijd functioneren als een gastvrije ontmoetingsplaats voor de vele monumentenorganisaties in de stad.

Het huidige college van B en W heeft ongetwijfeld moverende redenen gehad om van deze zinvolle bestemming af te komen en de gemeentelijke kas te spekken met een incidenteel voordeeltje van een paar miljoen. Tot nu toe is dat steeds tegengehouden. Om politieke redenen, maar ook omdat bleek dat de huisvesting van het BMA helemaal niet zo „duur en inefficiënt“ was als het college wilde doen geloven. Onderzoek, uitgevoerd in 1993 en rond 1996, heeft aangetoond dat een gemiddelde werkplek van een ambtenaar in het Huis met de Hoofden goedkoper was dan een werkplek op het stadhuis.

Bovendien werd het huis in 1998 aangemerkt als trouwlocatie, waarmee goed geld werd verdiend. Het is dus maar de vraag of de verkoop economisch gezien wel zoveel oplevert als wordt gesuggereerd. En dan hebben we het nog niet over het culturele verlies dat niet in geld is uit te drukken.

De binnenstad van Amsterdam zal binnenkort worden geplaatst op de UNESCO-lijst van het Wereld Erfgoed. En waar had het bruisend centrum van Amsterdam Wereld Erfgoedstad nu beter gehuisvest kunnen zijn dan in het Huis met de Hoofden?