Het gevolg van een chanson

In het tweede deel van de nieuwe serie Franse cinema op dvd deze maand On connaît la chanson van Alain Resnais. Een film over het oude liedje.

Een nazi-generaal brengt de hoorn van een bakelieten telefoon aan zijn oor. Zijn monocle maakt een kogel van zijn rechteroog. Hij recht zijn rug en luistert, wij luisteren mee. Hitler geeft opdracht om Parijs te vernietigen. De generaal hangt op. Hij opent zijn mond en hij spreekt. Nee, hij zingt, met de stem van Josephine Baker: 'J'ai deux amours, mon pays et Paris; par eux toujours, mon coeur est ravi...'

De camera glijdt langs een hakenkruisvlag en aan stramme gezichten voorbij, eer hij langs de geüniformeerde lichamen omlaag schiet. Hij belandt op het Place de la Concorde in het Parijs van nu. Een jonge vrouw wijst naar een raam: daar besloot generaal Von Choltitz in 1944 om Parijs te sparen, onderwijst ze.

Ze is gids, ze wandelt aan het hoofd van een kuddetje toeristen, onder wie zich ook een Parijzenaar bevindt. Hij is verliefd op haar, onuitsprekelijk verliefd. En dat op zijn leeftijd, hij weet het. Hij kan hooguit een goede vriend voor haar zijn, maar hij wil zo graag... 'La Place Rouge était vide, devant moi marchait Nathalie. Elle avait un joli nom, mon guide...' klinkt de zanger Gilbert Bécaud uit zijn mond. Die woorden, dat timbre, dat arrangement, ze brengen zijn melancholie exacter in kaart dan duizenden pagina's uitleg.

Zo gaat dat in On connaît la chanson (1997) van Alain Resnais. De personages zijn bedrijvig. Ze piekeren, vragen zich iets af, ze zijn beschaamd of juist opgetogen. Ze zeggen het ene en denken het andere. Hoe dan ook, af en toe worden ze overmeesterd door gevoel en dan rollen er een of meer frasen uit een populair liedje over hun lippen.

Ander pad

Alain Resnais (1922) is een grootmeester van de Franse cinema met een enorme staat van dienst en altijd is hij in de weer om zichzelf opnieuw uit te vinden. Met iedere film bewandelt hij een ander pad.

Zo speurt Resnais in On connaît la chanson de mogelijkheden van de musical af. Hij beproeft de kracht van het lied en hij stort zich op het kleine verhaal over de grote onderwerpen. Hij tuigt het op met een vracht personages die, zo hoort dat in een musical, allen recht hebben op hun eigen moment.

O heerlijke alledaagsheid, aangepakt door Alain Resnais. Zijn personages zijn doorsnee ploeteraars, min of meer sympathiek, types zoals hij en wij en iedereen. Niks bijzonders, welbeschouwd. Maar Resnais is verrukt van hen. Hij volgt hun gebaren, vangt blikken van verstandhouding, ziet ze huiveren. Hij houdt van ze. Niet dat hij ze met zijn ogen uitkleedt, hij volgt ze en is steeds ontroerd.

In het brandpunt van zijn film pinkelen twee lichtjes, Odile en Camille. Ze zijn zussen en elkaars tegendeel, de ene een parmantige roodborst, de ander een schuchtere graspieper. In hun schaduw opereren vier mannen. Men loopt achter elkaar aan, men kwetst en bedriegt en verlangt naar elkaar. Natuurlijk gebeurt dat, het is het oude liedje: 'on connaît la chanson'.

Strakke stijl

Het oude liedje, zeker, maar Resnais heeft er op geademd. Door zijn beschouwelijke benadering, door zijn terughoudende karakterisering, door zijn lumineuze strakke filmstijl plaatst hij zijn film achter een beslagen ruit. Maar hij tekent figuurtjes in de damp en wij ontwaren een patroon: alle personages zijn eigenlijk in paniek. Allemaal stellen ze iemand teleur, terwijl ze dat juist uit alle macht willen voorkomen. Ze zijn verkrampt omdat ze gedeprimeerd zijn; twee van hen zijn zelfs zo acuut depressief dat ze in ademnood raken.

Het kan geen toeval zijn dat Resnais vaak filmt alsof de gebeurtenissen zich afspelen in een aquarium, met verdiepte kleuren en onwezenlijke contouren. Houd er een lepel in en de steel lijkt gebroken. Doe je hoofd erin en je stikt, hoe mooi en romig het er van buitenaf ook uitziet.

In zo'n wereld accepteer je alsof het normaal is de transparante zeekwal die tegen het einde van de film pardoes over de scène heen fladdert, net als iedereen zijn best doet om gezellig te zijn, want men heeft zich verzameld voor een party. De voorbij vlietende kwal benadrukt dat mensen ook op een feestje angstaanjagend eenzaam kunnen zijn en dat ze hun onbezorgdheid moeten acteren. Maar, leert hij, als kwallen niet verzwegen worden en omzichtig met elkaar optrekken, zijn ze zo eng niet en hetzelfde zou kunnen gelden voor wie zich onherstelbaar terneergeslagen voelt.

Maar die liedjes. Recent, oud of stokoud, deze liedjes liggen zo goed in het gehoor dat je denkt dat je ze herkent, ook als je ze maar half kent of misschien zelfs helemaal niet.

Wat doet Alain Resnais met de chansonflarden die de acteurs 'zingen'? Muziek ligt in het verlengde van gevoel en het populaire repertoire speelt daar zonder omhaal op in. Kien en raak wijzen deze liedjes uit wat er wordt ervaren aan vlinders in de buik, pijn in het hart of zwaarte in de hersenen. De interpretatie van een bepaalde zanger of zangeres is cruciaal. Geen 'Nathalie' zonder Bécaud, zonder het Italiaanse Frans van de zangeres Dalida geen 'Parole' en als Julien Clerc niet zelf 'Ce n'est rien' zingt, hoeft het helemaal niet. Resnais licht dit toe door, in een voetnoot bij een scène, een verdrietige jonge vrouw te laten uitspreken: 'Non. Rien de rien. Non, je ne regrette rien.' Helaas. Bij gebrek aan Piaf komt ze er niet verder mee.

Koddig

Er bestaan talloze films waarin het gezongen woord deel uitmaakt van de handeling en ook het idee van playback-zingen is niet nieuw. Wat On connaît la chanson onderscheidt van andere met bekende liedjes gestoffeerde films is de regie. Resnais geeft de acteurs de kans niet om de chansons te ironiseren, en hij staat hun evenmin toe om er een show van maken, zelfs niet een beetje.

Zet het geluid van de film uit en je ziet niet waar het gesproken woord ophoudt en het zingen c.q. het playbacken begint. Schakel het geluid aan en het resultaat is zowel koddig als vervreemdend: de liedtekst is zorgvuldig in de mono- of dialoog gelijmd. Geen barst te zien. Alsof er werd gefotoshopt, maar dan met geluid.

Zo exact ingepast in iemands woorden of gedachten kunnen de chansonfragmentjes niet doorgaan voor extern commentaar of reflectie op wat er gebeurt. We zullen ze moeten nemen voor wat ze zijn: ze spelen door een hoofd en dat hoofd luistert. Ze zijn associaties. Ze beletten iemand even om verder te denken, waardoor hij vanzelf een meer intuïtieve beslissing neemt. Die liedjes zijn meer dan een briesje in de hersenen, ze zijn sleutels tot onverwacht gedrag.

Onderschat ze niet. Ook gereduceerd tot minder dan een half couplet, zijn zulke liedjes supermachtjes. Ze dwingen tot inzicht en ze schenken onvermoede daadkracht. Dat werkt zo sterk dat je bij deze film soms snakt naar een liedje om iemand in het nauw bij te staan. Tevergeefs. Resnais is Sinterklaas niet, hij is een berekenende godheid. Een liedje moet en zal gevolgen hebben. Het zal ervoor zorgen dat iemand zichzelf doorziet en consequenties trekt.

Terug naar het begin van de film. Uit de mond van generaal Von Choltitz vloeide de stem van Josephine Baker, en hij besefte dat hij twee liefdes had: 'mijn land en Parijs'. Het kleine lied maakte een enorm verschil.

Dankzij het parelende geluid in Josephine's keel spaarde de generaal Parijs. Het zou zo mooi zijn als dat waar was, dus ik geloof het.

Volgende maand: César et Rosalie van Claude Sautet

Abonnees kunnen deze film bestellen à €18,75, of de volledige reeks à € 16,75 per film (6 delen). Zie voor bestelwijze de advertentie die regelmatig in de krant verschijnt, Abonnee Extra aanbieding op www.nrc.nl/dvd of bel met 010 406 6928

Zeven sleutelchansons van 'On connaît la chanson.'

Pierre Arditi zingt met de stem van Charles Aznavour: 'Et moi, dans mon coin...'

Lambert Wilson zingt met de stem van Jacques Dutronc: 'J'aime les filles...'

Agnès Jaoui zingt met de stem van Arletty: 'Et le reste...'

Sabine Azéma zingt met de stem van France Gall: 'Resiste!'

Jane Birkin zingt met de stem van Jane Birkin: 'Quoi?'

Jean-Pierre Bacri zingt met de stem van Eddy Mitchell:

'La dernière séance...'

André Dussollier zingt met de stem van Johnny Hallyday: 'Ma gueule..'