Harold Mulder 1

Op `Het verhaal van Harold Mulder over het leven na zijn transplantatie` in het Zaterdags Bijvoegsel van 25 februari kwamen 23 reacties. Een selectie.

Harold Mulder besluit zijn aangrijpend verhaal over leven na transplantatie met de constatering dat er in de samenleving een te positief beeld van orgaantransplantaties bestaat. Daarin heeft hij ongetwijfeld gelijk. Zo’n onrealistisch, optimistisch beeld bestaat van meer medische technologie. Deze beeldvorming valt onder meer toe te schrijven aan het feit dat onderzoekers niet staan te springen om de schaduwkanten van hun handelen naar buiten te brengen. Bovendien worden evaluatieve studies van orgaantransplantaties meestal gepresenteerd met kwantitatieve gegevens over de kwaliteit van leven, waardoor ervaringen als die van Mulder niet ‘gaan leven’.

Bij de evaluatie van het Groninger levertransplantatie programma besteedden wij destijds wel aandacht aan de schaduwkanten van deze technologie. Zo interviewden wij familieleden van patiënten die na de transplantatie waren overleden. Veel geïnterviewden gaven aan dat zijzelf weinig vertrouwen in een goede afloop hadden gehad, maar dat zij de patiënt niet van zijn of haar hoop wilden beroven. Trachtten hulpverleners deze ‘constructie van hoop’ te doorbreken door op de risico’s en bezwaren van de transplantatie te wijzen, dan werd er slecht naar hen geluisterd. Achteraf vroegen de nabestaanden zich vaak af of wel de juiste beslissing was genomen. „Maar als we het niet hadden geprobeerd, hadden we er waarschijnlijk altijd spijt van gehad“, zo werd veelal gereageerd.

Voor zijn transplantatie ontmoette Mulder een aantal reeds getransplanteerde patiënten. Hij vond hun ervaringen allerminst bemoedigend, maar koos toch voor de ingreep. Hoop vormt nu eenmaal een sterk levenselixer. Mulders leven lijkt nu een lijdensweg te zijn geworden. Hoe kunnen we bereiken dat dit mensen bespaard blijft? Dat kan alleen door geen transplantaties meer aan te bieden. Maar dit zou tevens betekenen dat vele anderen (de kans op) een langer en beter leven wordt onthouden. Willen we dat?