Grondrechten en waarden zijn wezenlijk andere zaken

De Grondwet bevat de waarden van de democratische rechtsstaat, zo stelt Sophie Bijsterveld terecht (NRC Handelsblad, 23 februari). Grondrechten zijn de door ons gezamenlijk gemaakte kaders voor de verhouding tussen de burgers en staat. Ze geven uiting aan onze waarden wat betreft de relatie tussen de rechtsgemeenschap met het geweldsmonopolie en het individu of groep in de samenleving. Dit is echter iets heel anders dan de stelling, die in de discussie rond de cartoonrellen vaak klinkt, dat de grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, onze gedeelde maatschappelijke waarden zijn.

Dat is een misvatting. Grondrechten en waarden zijn wezenlijk andere zaken. Een grondrecht bakent een ruimte af, geeft een vrijheid. Een waarde daarentegen vult deze ruimte, kiest een richting en geeft zo de vrijheid vorm. De uitspraak: onze grondrechten zijn onze waarden, is daarom een beetje leeg. Wij zijn toch eerder vrij om er iets van te maken dan vrij om vrij te zijn.

In de discussie rond de nationale conventie is het van belang om het onderscheid tussen rechten en waarden scherp in het oog te houden. Onze Grondwet is ons vrijheidsscheppend kader. We moeten voorzichtig zijn dit kader te vullen met waarden en beelden van identiteit. Ook de waardering van vrijheid zelf hoeft er als waarde geen plaats in te vinden. Men is op basis van onze Grondwet immers vrij om de keuze voor identiteit, waarden en geloof zelf te maken. Als we dan toch te zeer verlangen naar een gedeeld en waardevol beeld van burgerschap dat uit meer bestaat dan de gegeven vrijheid van het rechtsstatelijk kader, dan stel ik voor de waarde van duurzaamheid een centrale plaats te geven. Duurzaamheid in de zin van het gezamenlijk streven naar de balans tussen het welzijn van mensen, de planeet en de economie. Dit streven gaat ons immers allemaal aan. Het drukt niet alleen onze lotsverbondenheid uit, maar geeft ons ook allen de plicht ons in te zetten voor het algemeen belang.