'God is vaak gewoon niet goed vertaald'

Hij treedt op in populair-wetenschappelijke televisieseries, geldt als autoriteit op het gebied van de menselijke vruchtbaarheid en schreef als orthodoxe jood The story of god, over de spanning tussen wetenschap en godsdienst.

Robert Winston excuseert zich; hij moet even stemmen. We drinken thee, met crumpets, in de imposante Peer's Dining Room van het House of Lords. Een eigenaardig raspende bel heeft net zijn betoog over de pauselijke onfeilbaarheid onderbroken. 'Ik denk dat de regering gaat verliezen.' Wanneer hij na een paar minuten terugkomt, zegt hij dat hij, sinds hij tien jaar geleden een life peerage kreeg toebedeeld, hier behoorlijk veel tijd heeft doorgebracht. Afgelopen maand alleen al heeft hij de Lords vijf keer toegesproken, onder meer over de vogelgriep, maar ook over het vredesproces in het Midden-Oosten. 'Ik beschouw het als een voorrecht. Vergis je niet, veel van de Lords zijn ontzagwekkend intelligent, ze behoren vaak tot de besten op hun vakgebied. Er zitten hier industriëlen, fysici, advocaten. En anders dan in het House of Commons (het Lagerhuis - red.) worden hun opvattingen niet politiek gestuurd.'

Dat hij er tijd voor heeft, is verbazingwekkend. Lord Robert Winston (1940) is naast arts ook wetenschapper. Hij heeft belangwekkend werk verricht op het gebied van de in-vitrofertilisatie, ofwel reageerbuisbevruchting, en geldt als een autoriteit als het om vruchtbaarheid gaat. Daarnaast is hij in Engeland een bekend gezicht door zijn populair-wetenschappelijke televisieseries, onder andere over het menselijk lichaam en het menselijk brein. In de gangen van de Lords wordt hij voortdurend aangeklampt over zijn televisieoptredens. We praten over zijn laatste boek en documentairereeks, The story of god, zijn poging om bij een groot publiek de spanning tussen wetenschap en godsdienst weg te nemen. Want behalve wetenschapper is Winston namelijk ook een orthodoxe jood.

Het gebeurt niet vaak, merk ik op, dat iemand uit de wetenschap zich over religie buigt. Meestal probeert het geloof de wetenschap naar zijn hand te zetten. Maar de verwachting dat de voortschrijdende kennis van de mens over zichzelf en de wereld een einde zou maken aan alle religie, zoals de erfgenamen van de Verlichting veronderstelden, is duidelijk niet uitgekomen. Zelfs een overtuigde darwinist als de filosoof en wetenschapper Daniel C. Dennett ziet godsdienstige gevoelens nu als iets dat onderdeel is van de evolutie.

Winston: 'Ik ben het met hem eens, ik beschouw geloof als een menselijk beschermingsmechanisme, dat gevormd is door evolutie. Voor mezelf had ik twee motieven om dit boek te schrijven. Allereerst omdat we in een moeilijke tijd leven waarin religie een slechte naam heeft, godsdienst wordt beschouwd als de oorzaak van alle ellende op de wereld, alle conflicten en oorlogen. Aan de andere kant groeit het wantrouwen van veel mensen in de westerse wereld ten opzichte van de wetenschap. Men heeft het gevoel dat technologie onze levens steeds meer gaat overheersen, en dat die technologie op een onverkwikkelijke manier verbonden is met commercie en politiek, en dus niet in de eerste plaats op het welzijn van de mensen is gericht. En alle informatiecampagnes sorteren een averechts effect: hoe meer mensen over de wetenschap te weten komen, des te meer argwaan ze koesteren. Ik wil laten zien dat wetenschappers ook nadenken over ethische kwesties en morele waarden. Ook wij denken na over onze plaats in het universum. Daarbij wilde ik tegenwicht bieden aan de extreem deterministische opvattingen van iemand als Richard Dawkins (zoöloog, schrijver van The Selfish Gene - red.) en ook Dennett.

'Dawkins beschouw ik als een vriend, ik vind hem een geweldige schrijver, hij schrijft veel beter dan ik, maar wat religie betreft heeft hij het volkomen bij het verkeerde eind. Hij gedraagt zich als een onverdraagzame gelovige. Onlangs verscheen hij in een televisieprogramma met de titel The Root of all Evil. Hij bedoelt daar religie mee. Hij bezocht een orthodoxe joodse school en verweet een rabbijn dat de leerlingen daar de evolutietheorie niet onderwezen kregen. Dat krijgen ze wel, antwoordde de rabbijn, maar de meeste leerlingen geloven er niet in. Tenslotte, zei hij, gaat het om een theorie. Nee rabbi, zei Dawkins, het gaat om een feit. Zo'n uitspraak beschouw ik als onwetenschappelijk. We hebben geen sluitend bewijs voor de evolutietheorie, alleen veel aanwijzingen. Ik ben zelf van mening dat de evolutieleer verreweg de beste verklaring is voor hoe wij hier zijn gekomen, maar het blijft een theorie. Zodra je het een feit noemt, ben je zelf een gelovige. Misschien heeft het te maken met het feit dat een man als Dawkins allang geen wetenschap meer bedrijft, zijn laatste onderzoek dateert van vijfentwintig jaar geleden. Wanneer je bezig bent met onderzoek en experimenten, kom je voortdurend in aanraking met zaken die zich niet zomaar laten verklaren. Dat behoedt je voor een al te grote stelligheid. Ikzelf beschouw zowel een spirituele als een wetenschappelijke blik op het universum als belangrijk en waardevol. Ze verschillen fundamenteel van elkaar, maar beide komen voort uit onze onzekerheid over de wereld rondom ons. In wezen stellen ze dezelfde vragen: waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe, wie ben ik?'

Verkeerde keelgat

Zo'n uitspraak zal veel niet-gelovigen in het verkeerde keelgat schieten. Heeft hij veel negatieve reacties van collega's gehad? 'Nee, integendeel. Je kunt in het algemeen wel zeggen dat fysici veel meer geneigd zijn om te geloven dan biologen, omdat de eersten door hun werk veel vaker in aanraking komen met grote, onbegrijpelijke vragen. De kritiek op mijn boek kwam juist van gelovigen, die vonden dat ik er niets van begrepen had.'

Daar kan ik me iets bij voorstellen, want Robert Winston benadert de menselijke drang tot geloven vooral als een cultureel fenomeen. Hij spreekt consequent over de Divine Idea, de wijze waarop mensen de bedreigende raadsels van hun bestaan door middel van hun verbeelding vorm geven. Mensen die werkelijk geloven, willen dat geloof niet relativeren.

'Discussie hoort voor mij bij het geloof. Van de drie monotheïstische godsdiensten wordt het christendom vooral bepaald door het idee van liefde, de islam door onderwerping aan Gods wetten en het jodendom door het idee van gerechtigheid. Geloof speelt bij de joden zeker een rol, maar mishpat, gerechtigheid, is in laatste instantie misschien wel belangrijker. En daarvoor heb je discussie nodig. Iedere jood is in zeker opzicht zijn eigen advocaat, vanaf het allereerste begin gaat hij in discussie met God. Tegelijkertijd wordt hem door God ingepeperd dat hij zich in een wereld bevindt die voor hem te groot is om te bevatten. Wanneer Job zich beklaagt over zijn beproevingen, antwoordt God: ” Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet. Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meetlint over haar uit? Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde?” Het gaat hier niet om geloof, het is je gedrag dat ertoe doet.'

Verzoenen

Maar in hoeverre bepaalt het geloof van Winston zijn gedrag als wetenschapper? Hoe verzoent hij zijn geloof met zijn wetenschap? 'Het is geen kwestie van verzoenen. Ze voeden elkaar, ze versterken elkaar ook. Veel van de morele kwesties die ik als wetenschapper tegenkom, spelen ook een rol in mijn joodse achtergrond. Het morele raamwerk dat die achtergrond me verschaft, brengt me tot standpunten die je niet zo gauw zou verwachten. Juist omdat ik een orthodoxe jood ben, ben ik heel goed in staat een embryo als een bevrucht eitje te zien en nog niet als een persoon. Het jodendom heeft een pragmatische houding jegens wetenschappelijke kennis. De zeloten in de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever die je nu in het nieuws ziet geven een karikaturaal beeld van het jodendom, net zoals moslims die de boel willen opblazen een volkomen idioot beeld van de islam scheppen. Maar de manier waarop moslims nu worden voorgesteld, vind ik echt schadelijk, ze worden steeds opnieuw als fundamenteel anders en bedreigend afgeschilderd. Dat is misleidend. In Londen loop ik regelmatig een moskee binnen. Iedereen weet dat ik een jood ben, maar ik word daar altijd hartelijk ontvangen.'

Zo karikaturaal als die radicale gelovigen zijn, ze staan wel voor iets dat niet-gelovigen en ook gematigde gelovigen als een reële dreiging beschouwen: religieus fundamentalisme. Winston beschrijft in The story of god hoe hij de agressie van zulke gelovigen aan den lijve heeft ondervonden. Halverwege de jaren tachtig oefenden religieuze groeperingen, vooral strenggelovige katholieken, grote druk op de Britse politiek uit om abortus en onderzoek naar embryo's te verbieden. Voor hen was Winston de grote boosdoener. Zelfs in het tijdperk vóór de e-mail werd hij ontelbare malen bedreigd. 'Ik werd in het openbaar voor moordenaar uitgemaakt. Men gebruikte allerlei leugens om zijn gelijk te halen. Politici kregen plastic foetussen opgestuurd. Dat had overigens een averechts effect, want die pakjes werden opengemaakt door secretaresses, van wie sommigen een miskraam hadden gehad, zodat de stemming zich al snel tegen de activisten keerde. Maar het was een moeilijke tijd. Veel van de bedreigingen verzweeg ik voor mijn gezin. Ik voelde me vooral gekwetst. Het is vreselijk wanneer je bedoelingen goed zijn en je voor de duivel wordt uitgemaakt.'

Eén dag rust

Toch beschrijft Winston zichzelf zonder aarzeling als orthodox. 'Natuurlijk zullen er mensen zijn die mij als een fundamentalist beschouwen, omdat ik me aan de religieuze wetten van het joodse geloof houd.' Hoe serieus neemt hij die wetten? 'Ik denk niet dat ik van bovenaf gestraft zal worden wanneer ik me er niet aan houd. Ik beschouw het als een goede discipline. Ik zou me niet vreselijk schuldig voelen wanneer ik me niet aan de sabbat zou houden, maar ik doe het wel. Ik reis niet en werk ook niet. Ik vind het goed om één dag in de week volledige rust te hebben.'

Dat klinkt weloverwogen. Kan hij zich een situatie voorstellen waarin zijn geloof zijn overtuigingen als wetenschapper in de weg zit? 'Niet echt. Het enige wat me te binnen schiet, en misschien klinkt dat belachelijk, is kunstmatige inseminatie met zaad van een onbekende donor. Zelfs onder orthodoxe joden zijn er die er anders over denken, maar over het algemeen geldt dat een jood moet weten wie zijn vader is. Maar als een niet-jood bij mij komt met een dergelijk verzoek, zie ik geen bezwaar. Christenen hebben daar geen problemen mee, moslims overigens wel. Als een joodse vrouw me vraagt om kunstmatige inseminatie, vertel ik haar dat dat niet in overeenstemming is met ons geloof en vraag ik of ze er goed over heeft nagedacht. Als ze het toch wil, dan verhindert niets mij om haar door te verwijzen. Maar het gaat hier niet zozeer om wetenschap, als wel om mijn principes als dokter. Ik hanteer vier principes in mijn relatie met de patiënt, die hebben niets met mijn geloof te maken, ze zijn filosofisch van aard. Allereerst moet je de autonomie van de patiënt respecteren. Maar dat principe staat niet boven alle andere. Ten tweede erken je dat je als dokter probeert goed te doen, ten derde probeer je niemand schade toe te brengen en als laatste probeer je te doen wat juist is. Die principes kunnen met elkaar botsen. Als u bij mij komt met de vraag om u een dodelijke injectie toe te dienen, dan is het uw autonomie tegen de mijne. Ik zou dat kunnen weigeren, ik zou daar de grootst mogelijke gewetensbezwaren tegen hebben, maar tegelijk is het ook mijn taak om hulp te bieden aan een patiënt. Dat kan betekenen dat ik u doorverwijs naar iemand die er anders tegenaan kijkt. Zo ga ik met zulke kwesties om, al zeg ik er meteen bij dat ze niet vaak voorkomen.'

Sommige gelovigen zullen Winston al te plooibaar vinden. Op dit moment doet hij onderzoek naar de mogelijkheid om varkensorganen naar mensen te transplanteren. 'Ik werk met een kleine groep in laboratoria hier in Londen en in Californië. We proberen de genen van varkens zo te modificeren dat het menselijke immuunsysteem ze niet langer zal afstoten. Als dat lukt dan kunnen varkens dienen als donoren van vitale organen als het hart en de lever. Ieder kwartier komt er in Groot-Brittannië iemand bij op de wachtlijst voor orgaantransplantatie. Hoe wrang het ook klinkt, er zijn lang niet genoeg verkeersongelukken om in de behoefte te voorzien. Maar joden zullen geen probleem hebben met varkensorganen, en de meeste moslims ook niet, vermoed ik, want het behoud van een leven geldt zwaarder dan het verbod op het eten van varkensvlees. Daarbij gaat het gebod echt alleen over eten. Veel religieuze joden zullen geen portemonnee of tas van varkensleer willen hebben, maar daar is echt geen gebod tegen, hoor.'

Rigide godsbeeld

De inzet van fundamentalisten, of ze nu christen, jood, of moslim zijn, is een einde maken aan iedere twijfel door een rigide godsbeeld heilig en onaantastbaar te verklaren. 'Jawel, en dat kan heel bedreigend zijn, het eindigt meestal met het offeren van mensenlevens. Maar zijn er niet altijd fundamentalisten geweest? De zogenoemde creationisten, die het scheppingsverhaal letterlijk nemen, beschouw ik als betrekkelijk ongevaarlijk, ook al houden ze er bizarre opvattingen op na. Natuurlijk kun je zeggen dat ze wel gevaarlijk zijn, omdat ze niet rationeel denken en daarom schade toebrengen aan de wetenschap, zeker in de Verenigde Staten. Ik vind het wel een schrikbarende gedachte dat een groot deel van de Amerikaanse bevolking letterlijk gelooft in ieder woord van Genesis en van mening is dat wie dat niet doet, de fundamenten van het christelijke geloof aantast. Maar die letterlijke tekst waarin zij zo onverbiddelijk geloven is een vertaling, uit het Grieks en het Hebreeuws, die zeker in het laatste geval alle ruimte voor verschillende interpretaties openlaat. God is vaak gewoon niet goed vertaald. Als je de tekst over homoseksualiteit in Leviticus in het Hebreeuws leest, staat er iets heel anders dan fundamentele christenen er van maken. De islam en het jodendom kennen de orale traditie en die is van het grootste belang, omdat die de noodzaak van interpretatie onderstreept. Maar het fundamentalisme wil absolute zekerheid bieden. Afgelopen zomer bezocht ik een kerk van christenfundamentalisten in de Amerikaanse Mid-West. De voorganger daar was een uitzinnige figuur, maar ik vond hem best een geschikte kerel. Hij sprak de gelovigen meer dan een uur toe, en ze bleven aandachtig luisteren. Dat moet je in een synagoge niet proberen. Maar aan het eind zei hij: niet gaan piekeren! Wie piekert, is een atheïst! Dat vat het goed samen, denk ik.'

Maar hoe ziet de God van Robert Winston er dan uit? Wanneer hij moet kiezen tussen het bijbelse scheppingsverhaal en de evolutietheorie, kiest hij toch zeker voor de laatste? 'Absoluut! Maar voor mijzelf zegt dat nog niets over het niet bestaan van een God, want God kan de hele zaak in werking hebben gezet. Ik ben daar niet stellig over, en uiteindelijk maakt het voor mij ook niet uit. Ik moet u bekennen dat ik in mijn boek niet helemaal open kaart heb gespeeld. Ik heb het antwoord op de vraag of ik zelf in God geloof bewust in het midden gelaten. Ik beschouw de vraag: gelooft u in God? eigenlijk als een vraag zonder veel betekenis.Want voor ieder van ons zal die God een andere betekenis hebben, dat is ook de reden dat ik god op het omslag van mijn boek zonder hoofdletter spel. Zelfs de ene orthodoxe jood verschilt daarin van de andere. De een zal zich God voorstellen als een alles bestierende man met baard in een wit gewaad, de ander ziet iemand die in het universum de vrije wil toestaat, een derde ziet hem als het spirituele in onszelf, de ziel, die ons een moreel raamwerk verschaft in onze omgang met de wereld. Hindoes kennen ontelbaar veel goden, waarschijnlijk omdat iedere god afzonderlijk staat voor weer een ander aspect van de mens. Dus misschien zegt het niet zoveel wanneer iemand verklaart dat hij in God gelooft, aangezien iedereen zich daar iets anders bij voorstelt.'

Religie zal nooit verdwijnen, denkt Winston. 'Omdat het waarschijnlijk domweg in onze genen zit. We zijn geprogrammeerd om bijgelovig te zijn, geprogrammeerd om te worstelen met het bovennatuurlijke, het is een onderdeel van de zoekende natuur van de mens. Als het ooit verdwijnt, dan pas na een ontzagwekkend lange tijd en eerlijk gezegd denk ik niet dat het menselijke ras zo lang zal voortbestaan. Maar geloof gaat over transcendentie. In de bijbel is er een verbluffend moment, wanneer Abraham zich bij God beklaagt over zijn kinderloosheid. Ik zal kinderloos sterven, zegt hij. Het Hebreeuwse woord dat hij gebruikt, is heel heftig, het draagt associaties met vernietiging in zich. Hij maakt God echt een hard verwijt. Daarop neemt God hem bij de hand en neemt hem mee naar buiten. ” Kijk eens naar de hemel”, zegt hij, ” en tel de sterren als je dat kunt. Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.” Dat vind ik een schitterende passage, omdat het niet alleen gaat over de kinderen die Abraham zal krijgen, maar ook over onze relatie met een universum dat we niet kunnen doorgronden. Dat is zuivere poëzie.'

Robert Winston: The story of god.

Uitgeverij: Bantam Press. Prijs: € 33,-

[streamers]

'Zodra je de evolutieleer een feit noemt, ben je een gelovige.'

'Joden zullen geen probleem hebben met varkensorganen.'

Bas Heijne is redacteur van NRC Handelsblad.