Een ontketende romanticus

Karsten Kroon (30) fietst vanaf dit seizoen in dienst van het Deense CSC. Bij die ploeg krijgt hij alle ruimte in de klassiekers. 'Ik ben geen net-niet renner', zegt de man die lang bij Rabobank reed.

Karsten Kroon: 'Ik ben geen net-niet renner.' Foto Chris Keulen Belgie, Rekem, 14/4/05 Wielrenner Karsten Kroon (29), gefotografeerd in zijn woonplaats Rekem.Belgium, Rekem, 14/4/05 Cyclist Karsten Kroon (29), photographed in Rekem where he lives. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Niets wijst erop dat er een wielrenner woont in het huis van Karsten Kroon. Alleen een accreditatie voor de Olympische Spelen in Athene bungelt aan de muur. 'Waarom eigenlijk', vraagt Kroon zich af als hij het kaartje bekijkt. 'Omdat je het zo mooi vindt', vult zijn vriendin Anne aan. Het zal wel, lijkt hij te denken. Kroon heeft meer met kunst. In de hal van zijn riante woning hangen drie abstracte schilderijen uit Japan die hij kocht in New York. Binnen staat de nieuwe aanwinst; een groot doek van de Cubaanse schilder Danilo Vinardell, gekocht tijdens zijn vakantie in november. 'Ik houd van kunst, en ik geloof dat zij dat niet erg vindt', zegt hij met een verwijzing naar zijn vriendin.

Het interieur doet een beetje denken aan dat van Joop Zoetemelk. De levende wielerlegende heeft in zijn woning in Montgenèvre, een dorpje in de Franse Alpen bij de grens met Italië, ook amper iets wat er op duidt dat daar een oud-wielrenner huist.

Tot zover de overeenkomsten. De Zuid-Hollander Zoetemelk won zowat alles wat er te winnen viel, de uit Drenthe afkomstige Kroon won 'slechts' een Touretappe in 2002 (Plouay) en de Duitse klassieker Rund um den Henninger Turm, in hetzelfde jaar. Hij had meer kunnen winnen, denkt hij zelf. De tactiek bij Rabobank, de ploeg waar hij negen jaar fietste, was echter altijd afgestemd op renners als Erik Dekker, Michael Boogerd of en de Spanjaard Oscar Freire; alles in dienst van de kopmannen.

Kroon voelde zich sterker worden in het afgelopen seizoen, maar in de wedstrijden waar hij goed in is, de zware eendagswedstrijden, is de concurrentie in de eigen ploeg hevig. 'En ik merkte dat ik nog niet sterk genoeg was voor de koersen waarin ik wilde excelleren.' Daarom bleef hij de trouwe knecht bij Rabobank.

De kentering kwam tijdens het wereldkampioenschap in Verona, in het najaar van 2004. 'Ik voelde voor het eerst dat ik na 250 kilometer fietsen nog power in mijn benen had. Mij is altijd gezegd: als je dát kunt, ben je er doorheen en zit je op een goed niveau. Daarom zag ik de problemen aankomen bij Rabobank, met mijn rol in de ploeg.' Kroon had een vooruitziende blik. Hij wilde een meer prominente rol bij 'Rabo', maar kreeg die niet.

Niet doorrijden, niet doorrijden. Die woorden heeft hij te vaak gehoord in april van vorig jaar. Het begon al bij de officiële opening van het wielerseizoen. Tijdens de Ronde van Vlaanderen demarreerde hij als een bezetene op de Berendries, waarop ploegleider Frans Maassen in zijn oortje begon te tetteren. Het had geen zin om door te rijden, was zijn korte boodschap. Ook in de Amstel Goldrace voelde hij zich kansrijk voor de overwinning, maar de strategie was in de enige klassieker op Nederlandse bodem afgestemd op de Spanjaard Freire Freire. Kroon belandde in een kopgroep met renners die niet wilden of die niet konden rijden. Missie mislukt. Ploegleider Erik Breukink bestempelde de uitlooppoging van Kroon als een net-niet actie. 'Onzin. Dat heeft me erg gestoord. Ik ben geen net-niet renner. Ik kreeg bij Rabobank alleen geen vrijheid, en dat was een klap in mijn gezicht.'

De verstoorde arbeidsrelatie had consequenties. Hij nam de Belgische wielermakelaar Paul de Geyter in de arm en opende de zoektocht naar een nieuw ploeg, een team waar hij wel kansen zou krijgen in de voorjaarsklassiekers. Het werd CSC. De filosofie van de Deense ploegleider Bjarne Riis, in 1996 winnaar van de Tour de France, sprak Kroon direct aan. 'Hij is een heel dominant persoon en hamert op de teamgeest. Ik ben zelf een beetje een Einzelgänger, maar misschien is dat ook wel gegroeid door hoe het de afgelopen jaren is gegaan.' Want negen jaar Rabobank kan toch vooral omschreven worden als negen jaren van onderdanigheid.

Kroon zocht de man die zijn nieuwe ploegleider zou worden in oktober op in het Italiaanse Lucca. Hij ontmoette daar een perfectionist. Riis onderwierp een berg wielerschoenen aan een test. Samen spraken ze uren over het functioneren van CSC. 'Het accent ligt op het team, niet op het individu. Zoals ik er nu tegenaan kijk, vind ik CSC een betere ploeg dan Rabobank. Ze zijn op de enige juiste manier bezig met het materiaal.'

Onbewust vergelijkt Kroon de twee teams met elkaar. 'Wat bij CSC dus nooit zal gebeuren is dat er bij een sanitaire tussenstop tijdens de training door de anderen wordt doorgereden. Bij Rabobank reed de helft door en stonden er een paar te plassen tegen een boom. Bij een plaspauze moest je echt binnen twintig seconden weer op de fiets zitten, anders kon je een half uur in de achtervolging.'

De introductie van Kroon bij CSC had plaats tijdens het inmiddels vermaarde survivalkamp, in december. Onder leiding van een echte drill instructor. Riis begon een paar jaar geleden met deze voor het wielrennen onorthodoxe manier van teambuilding, voor Riis het ideale middel van het creëren van cohesie. De ongeschreven wet van Riis luidt: geen enkel individu is belangrijker dan het ploegbelang. Sinds 2000 organiseert Riis jaarlijks zijn survival waaruit dat moet blijken. 'Onder extreme omstandigheden word je gedwongen met elkaar samen te werken', zegt Kroon, die de test in Denemarken doorstond. Niets is Riis te gek. Hij laat zijn team in groepjes taken uitoefenen, zoals nachtelijke tochten door mul zand met een jerrycan als bagage. Er is ook tijd voor ontspanning. Zo won Kroon een drinkspel van een erkende drinker als de Australische sprinter Stuart O'Grady. Kroon, die een contract voor twee jaar heeft bij CSC, gelooft in de filosofie van Riis. 'Toen Riis begon, zei hij dat hij de beste ploeg van de wereld wilde hebben. Iedereen lachte hem toen uit. Maar het is hem wel gelukt.'

Dit seizoen is de 30-jarige getergd om zijn critici het zwijgen op te leggen. 'Ik ben er op gebrand goed te rijden. Voor mezelf, maar ook voor de mensen die hebben gezegd dat ik het niet kan.' Met twijfel in zijn stem: 'Bij Rabobank heb ik niet het vertrouwen gehad.'

Kroon snapt soms helemaal niets van de wielrennerij. 'Kennelijk is het in wielrennen zo dat je eerst iets moet laten zien voordat je vertrouwen krijgt. Ik zei voor de Amstel Goldrace en Luik-Bastenaken-Luik: ik ben er klaar voor. Zo werkt het dus niet.' Hij kropte zijn ongenoegen niet in zich op. Erik Dekker bleek zijn vertrouwenspersoon. 'Erik zei: 'Dit seizoen heb je ons echt allemaal verbaasd. Misschien dat je volgend jaar wél kans maakt'. Ja, 'misschien', daar wilde ik dus niet op wachten', aldus Kroon, die de bergtruien droeg van de Giro, Tour en Vuelta droeg.

Karsten Kroon is geen man die met zijn vuist op tafel slaat, want 'uiteindelijk word je toch ook door die mensen betaald'. De momenten dat hij het afgelopen seizoen werkelijk niets snapte van de wielrennerij liggen nog vers in zijn geheugen. 'Wat mij persoonlijk erg gekwetst heeft is dat Oscar Freire achter mij aan ging rijden in de Brabantse Pijl, een koers die voor hem helemaal niets voorstelt. Hij wist volgens mij niet eens hoe die koers heette, maar vond het toch nodig om achter mij aan te rijden, terwijl ik in de kopgroep zat. Dat kan niet door de beugel.'

Wat dat betreft spreekt de filosofie van CSC hem meer aan. Daar luidt het credo: voor wat, hoort wat. En zo hoort het te zijn in de ogen van Kroon. 'Tijdens het trainingskamp ontstond er een wat jolige sfeer. Opeens kreeg Jens Voigt een ingeving: hij ging de kring rond en vroeg aan ons allen welke koers we wilden winnen. Ik zei: Luik-Bastenaken-Luik. Wat bleek: alle wielrenners hadden een andere koers op hun verlanglijstje.' Dat is een groot contrast met de werkwijze bij Rabobank. 'Het is ook het bewijs dat Riis een team smeedt van mensen die voor elkaar willen werken.'

Nu krijgt hij carte blanche in de voorjaarsklassiekers, waarvan hij alleen Parijs-Roubaix overslaat. Over de rest van het seizoen heeft hij ook duidelijkheid gekregen. Kroon rijdt in principe niet de Ronde van Frankrijk, maar hij legt wel het voorbereidingstraject voor de Tour af met de Ronde van Luxemburg en de Ronde van Zwitserland. Hij verschijnt wel aan de start van de Ronde van Spanje en de najaarsklassiekers.

De toelichting op zijn wedstrijdprogramma wordt onderbroken door geluid onder de tafel. Het is zijn hond Do, die een piepend speeltje in haar mond heeft. Dat geluid kan later dit jaar ook gemaakt worden door een knijpende kinderhand, want Kroon hoopt in mei vader te worden.

Wat voor vader wil hij worden? Lachend: 'Een leuke, strenge vader, die zijn kind niet verwendt. Ik heb in mijn opvoeding in materieel opzicht minder gekregen dan mijn ouders me hadden kunnen geven, en daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor.' Nu is het leven goed, de Kroontjes hebben zelfs een landgoed in Spanje gekocht en betrekken dit jaar nog hun nieuwe huis, een zeventiende eeuws pand. 'Jens Voigt, een renner naar mijn hart, heeft aardige denkbeelden over wielrennen en het leven. Hij zegt: 'I'm wealthy, but not filthy rich. Ik hoef echt niet meer geld te verdienen dan ik nu verdien.' Als zijn vier kinderen naar McDonald's willen, gaat hij er heen en koopt vier happy meals.'

Voigt. Karsten Kroon spreekt zijn naam met eerbied en ontzag uit. Ze blijken behoorlijk wat overeenkomsten te hebben; beiden worden beschouwd als romantici. Hardrijders, die gruwen van de moderne communicatiemiddelen. Weg met de oortjes, vindt het tweetal. 'Het is gewoon pure koersvervalsing, gecalculeerd wielrennen. In de Tour heeft een aanvaller eigenlijk niets te zoeken. Maar dat doe je toch. Niet is mooier dan ontsnapt te zijn, met 55, 60 kilometer per uur te rijden, wind door je haren, en winnen die etappe. Dat geeft je een gevoel van vrijheid. Geen gevoel is mooier.'