'De sterfte neemt hier wat af, Goddank'

In de National Archives in Londen liggen tienduizenden Nederlandse brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw. Geschreven, gepost, maar nooit aangekomen.

De Engelsen hebben die brieven buitgemaakt tijdens de vele oorlogen die ze met Nederland hebben gevoerd. Schepen en lading werden geveild, de bemanning in de gevangenis opgesloten en na de oorlog naar huis gezonden, maar de brieven bleven achter. Roelof van Gelder kiest er maandelijks een uit voor M.

Lieve en welbeminde man, Amsterdam, 5 november 1664

Ik heb drie brieven van u ontvangen, een met Schreevel en een met Bogert. En uit de brief van 6 oktober heb ik uw goede gezondheid begrepen, hetgeen mij zeer aangenaam was. Maar toch had ik een zodanig schrijven van u niet verwacht, zoals ik ook niet kan begrijpen wat de oorzaak daarvan is. Ik heb met zoveel liefde en vriendschap van u, mijn engel, afscheid genomen.

En wat ik sinds die tijd heb gedaan, daarvoor mag ik voor God en alle mensen in het licht staan.

En omdat u ook schrijft over een vreemde haan die gekraaid heeft, wenste ik daar toch wel iets over te mogen horen.. En ook dat het de laatste brief is die u van plan bent aan mij te schrijven, het geen mij erg verdriet doet. Maar ik hoop dat God uw hart en zin veranderen zal en mij niet in zo'n ongerustheid zal laten. Ik zal evenwel niet nalaten aan u, mijn engel, te schrijven wanneer ik daar maar gelegenheid toe heb en ik zal ook geen gelegenheid voorbij laten gaan.

Ik verzoek u dringend, mijn engel, laat uw toorn niet boven uw wijsheid gaan en als God u in gezondheid laat thuiskomen, luister dan naar wat er voor getuigenis over mij gegeven wordt door eerlijke lieden. Ik kan het niet helpen dat er valse tongen komen om uw woede te wekken. Het doet mij verdriet en ik kan het ook niet beletten. Ik wilde wel dat het anders was. Het lijkt wel of ik, vanaf het begin dat ik op de wereld gekomen ben, door onrust wordt geplaagd en ik zal tot het eind wel zo zijn. Ongelukkig uur dat ik geboren ben. Had mijn moeder mij in de wieg laten smoren, hoe gelukkig zou ik dan geweest zijn. Nu is het mij allemaal verloren. Doch het gemene spreekwoord luidt dat niemand in het verdriet komt of hij heeft zichzelf daarin geholpen. En zo is het met mij, arme vrouw, ook. Nu, de duivel heeft mij op de verkeerde weg geholpen, maar ik hoop dat God mij nu op de weg zal laten blijven waarop ik nu ben. En ik twijfel er niet aan dat mijn ziel behouden zal zijn.

Ik ben zo bezorgd geweest dat ik niet wist hoe ik het stellen moest om ieder tevreden te stellen die nog van ons over is. En nu heeft uw zuster rondgestrooid dat u van plan bent om zo lang u leeft niet meer bij mij te komen, hetgeen mij verdriet doet om zoiets te moeten horen. Maar mij mag overkomen wat mij overkomt, ik zal mij echter zo gedragen dat niemand dan met eer over mij zal kunnen spreken. Ik kan mij werkelijk voor leugenaars en lastertongen niet behoeden.

Ik zou wel geneigd zijn uit de stad te gaan wonen. Als ik zou weten dat het u, mijn engel, naar de zin zou zijn, zou ik wel in Leiden gaan wonen. Maar ik zal eerst op een antwoord hierop wachten. En ik sla geen acht op wat de mensen zeggen en of ze mij wat verwijten. Maar zal het van mijn engel eerst afwachten.

Aan het schrijven van u, mij lieve engel, kan ik wel merken dat u kwaad op mij bent, maar ik wenste wel dat ik u, in mijn leven, niet meer reden had gegeven als nu deze keer. Dan zou u geen aanleiding hebben om slecht tevreden te zijn.

De sterfte neemt hier wat af, Goddank. Er zijn deze week 389 doden geweest, zodat God ons, goddank lof en dank, genadig is en naar ik hoop ons verder zal behoeden. Onze Antje is dood met al haar zusters. En onze Saar met haar man. Maar verder ben ik met al onze vrienden, Godlof, gezond in onze kelder. Mien en al haar kinderen zijn dood. Meester Hendrick Kramer is ook dood en verder zijn veel kennissen er niet meer. Als God in genade bevolen, die spare u, mijn lieve man, in langdurige gezondheid. Dat wij elkaar in gezondheid mogen zien en spreken. Vaarwel mijn lieve en beminde man en weest van harte gegroet door mij, uw vrouw

Geertrui Jans

PS: Die mof was hier bij mij. Zijn hand was zo gezond als hij van zijn leven niet is geweest. Hij ging naar Frankrijk. Hij wilde mij nog een vaatje wijn meebrengen uit dankbaarheid. Wouter zijn benen blijven ook heel gezond; Hanne Schopier ook ... [onleesbaar] blijft. Al het volk van Harmanes van Til is gezond.

Echtelijke twisten

Wat Geertrui Jans nu precies had gedaan, zullen we nooit weten, maar haar man, de Amsterdamse chirurgijn Reinier Witte, moet behoorlijk kwaad op haar zijn geweest. Dat blijkt uit bijgaande brief, die zij hem schreef toen hij als chirurgijn diende op het vlaggenschip de Spiegel van Michiel de Ruyter. Op 8 mei 1664 was De Ruyter met twaalf schepen uitgevaren om op te treden tegen de Algerijnse zeerovers in de Middellandse Zee. Reinier was een van de 315 opvarenden.

In de zomer kreeg De Ruyter de geheime opdracht om naar West-Afrika te zeilen om daar de Engelsen te verdrijven die Nederlandse vestigingen hadden ingenomen. Die actie slaagde en daarna zeilde de vloot naar West-Indië.

Geertrui Jans schreef haar brief uit Amsterdam toen haar man in Afrika was, al kan ze dat niet geweten hebben. Meester Witte had haar in zijn laatste brief van alles kwalijk genomen. Roddel was in deze oude brieven wel vaker het onderwerp in de correspondentie tussen echtelieden die lang van elkaar gescheiden waren.

Behalve over deze persoonlijke narigheid schrijft Geertrui over de pest die dat jaar in de stad heerste. Het was een van de ergste epidemieën die de stad ooit had getroffen. Ruim tien procent van de bevolking - 23.475 mensen - kwam om. Wekelijks publiceerde de stad de sterftecijfers en ook Geertrui blijkt zo'n bericht te hebben gelezen. Ze rapporteert schijnbaar onbewogen wie van de kennissen overleden is, maar ook wie nog gezond is.

Pas in augustus 1665 keerde de vloot van Michiel de Ruyter in het vaderland terug. Inmiddels was de Tweede Engelse Oorlog uitgebroken. Of het nog goed is gekomen tussen Geertrui en Reinier is niet bekend.

Hertaling en reproductie brief: Roelof van Gelder

    • Roelof van Gelder