De juf is belangrijker dan het Cito

Wat weegt zwaarder? De uitslag van de Cito-toets die dinsdag bekend wordt, of het advies dat de basisschool over een kind geeft. Het laatste, zo zeggen middelbare scholen.

Het is weer de tijd van de moeilijke gesprekken, zegt Arnoud Wever, directeur van basisschool Dr. De Visser in Breda. De juf van groep acht moet aan sommige ouders uitleggen dat hun kind beter op zijn plek zal zijn op het vmbo dan op havo of vwo. Ook als aanstaande dinsdag blijkt dat het kind de Cito-toets beter heeft gemaakt dan ze verwachtte. En op deze school, waar alle ouders hoogopgeleid zijn, waar 95 procent van de kinderen hockeyt en veel ouders golfen, zijn dat soms 'heel lastige gesprekken', zegt Wever.

Komende dinsdag krijgen 162.000 12-jarigen in het land hun Cito-resultaten te horen. En daar hangt volgens ouders veel van af. Wever: 'Ik begrijp de bezorgdheid van ouders wel: ze willen dat hun kind binnen hun eigen milieu blijft. Maar ons schooladvies verhogen, zoals sommige ouders vragen, dát weigeren we. Want het gaat ons maar om één belang, dat van het kind. Wat heeft díe eraan om op een schoolsoort te zitten dat hij eigenlijk niet aankan?'

Het schooladvies van de basisschool lijkt anno 2006 haast een juridische status te hebben. Het is maar een advies - ouders mogen het naast zich neerleggen - maar middelbare scholen varen erop, zo blijkt uit een rondgang. Ze zijn wettelijk verplicht zich bij de indeling van brugklassen te baseren op twee gegevens: het resultaat van een onafhankelijke toets (vaak is dat de Cito-toets) en het oordeel van de basisschool. Juist als een kind de toets veel beter of slechter maakt dan de leraar had verwacht - bij twee op de tien kinderen - rijst de vraag welk gegeven zwaarder weegt. Het advies van de basisschool, zeggen middelbare scholen desgevraagd. Vandaar dat sommige ouders tegen de basisschool 'lullen als Brugman' om dat advies verhoogd te krijgen, vertelt Wever.

Zo'n 15 procent van de brugklassers op het Sint Odulphuslyceum in Tilburg (havo/vwo) heeft een lager Cito-resultaat gehaald dan nodig voor deze schoolsoort. Brugklas-coördinator J. Jacobs schudt de cijfers van zijn leerlingen uit zijn mouw. 'Toch blijkt die vijftien procent het bij ons goed te doen. Hun Cito-resultaten hadden dus geen voorspellende waarde. We hebben ze aangenomen omdat de leraar van de basisschool zei dat ze beter konden en soms omdat de ouders het kind een aanvullende intelligentietest hebben laten doen om te bewijzen dat ze beter konden.' De basisschool, zegt hij, kent zijn kinderen door en door en blijkt dus beter te voorspellen hoe een kind zal leren dan de Cito-resultaten dat doen.

Want de Cito-toets is en blijft een momentopname, onderstrepen zowel basis- als middelbare scholen. Als de buikgriep heeft geheerst of de hamster net is overleden, kan een kind op die ene dag onder zijn niveau presteren. De zenuwen slaan ook wel eens toe omdat 'de samenleving' steeds meer waarde hecht aan de toets, tot ergernis van basisscholen. Ten eerste beoordeelt de Onderwijsinspectie basisscholen onder andere op grond van Cito-resultaten. Maar ook het Jeugdjournaal 'heeft het er dagenlang over, het wordt echt gehyped', zegt schooldirecteur Wever. Zelfs bladen als Libelle hebben het over de Cito-toets. 'En als de druk thuis om te slagen hoog is, kan een kind daar onder lijden.'

Die druk is onmiskenbaar. Ouders lijken banger dan ooit. Veel hangt af van de opleiding van hun kinderen, vinden ze. Het lijkt ze niet eens te gaan om de feitelijke prestaties, de kennis of inzichten die hun kind in twintig jaar tijd opdoet. Maar meer om de studie, het werk en de sociale groep waartoe hun kinderen later toegang zullen hebben. Geruststellend in dit opzicht is de bevinding van de Dr. De Visserschool dat haar leerlingen díé naar het vmbo gaan (tien procent), het daar goed doen en zich ook goed voelen. De school volgt alle oud-leerlingen om zo de kwaliteit van haar eigen adviezen te toetsen, vertelt Wever.

Op het Gymnasium Camphusianum in Gorinchem geldt een Cito-score van 545 als minimumeis voor toelating tenzij de leraar van de basisschool overtuigd is dat het kind meer kan. Elk jaar buigt de toelatingscommissie zich over zo'n tien twijfelgevallen, vertelt Monique van Amersfoort, brugklascoördinator van het Camphusianum. Bijvoorbeeld kinderen die gezien hun Cito-score juist recht hebben op een gymnasium-plek, maar van wie de basisschool zegt dat ze toch beter geschikt zijn voor havo/vwo. 'Als de ouders dan per se willen dat het kind naar het gymnasium gaat, laten we ze soms een extra test doen.'

Kinderen met een te lage Cito-score voor het gymnasium, van zo'n 542, die alsnog zijn aangenomen omdat de basisschool vertrouwen in ze had, blijken in de praktijk altijd goede leerlingen te zijn, vertelt Van Amersfoort. 'Zij werken consciëntieus en zijn vastberaden om te bewijzen dat die Cito-score niet klopte.'

Juist de '550'ers', zoals brugklassers op het Camphusianum worden genoemd die zonder enige moeite het hoogst mogelijke Cito-resultaat haalden, zijn eerder probleemleerlingen. Van Amersfoort: 'Dat zijn de leerlingen die echt moeten léren leren. Zij hebben nog nooit gestampt terwijl dat op de middelbare school wel moet. Ook tegenwoordig. Latijnse werkwoorden, Franse woordjes, je moet ze nog steeds in het hoofd stampen ondanks alle onderwijsvernieuwingen.'