Dé bouzoukispeler

In Athene overleed, 73 jaar oud, de man die door velen werd beschouwd als Griekenlands grootste bouzoukispeler: Jordánis Tsomidis. Vooral de laatste jaren was het moeilijk geworden, hem in actie te horen. Hij speelde alleen nog als hij er zin in had, en dat was zelden vóór half drie 's nachts. Fijnproevers wisten dat ze geduld moesten uitoefenen, maar ettelijke eigenaars van muziektentjes heeft hij tot wanhoop gebracht. Grieken zijn nachtbrakers, maar menigeen werd het toch te laat, of te gortig. Die moesten, en moeten, terugvallen op de cd's die zijn gemaakt in de tijd dat hij nog wel studio-opnamen en concerten moest geven, tweemaal in de VS (tot 1984) en tweemaal in Nederland, waar hij een groot vriend van was. Dat had niet alleen te maken met de overvloed aan genotmiddelen - het was de vrijheid over de hele linie. In 1988 kwam hij voor vier concerten naar ons land en bleef anderhalf jaar.

Tijdens een tweede langdurig bezoek werd hij bijna elke avond gesignaleerd in de taverne Kriti (Kreta) in Amsterdam. In Paradiso maar ook in Utrecht en Groningen heeft hij legendarische recitals gegeven waarvan nog platen circuleren. Onvergetelijk blijft een lange improvisatie op zijn instrument die uitmondde in Tulpen uit Amsterdam.

Jordánis, 'de man zonder programma', was ook zanger, maar zijn stem raakte de laatste twintig jaar totaal doorrookt. Bijna onherkenbaar klinken zijn 'jeugdige' opnamen uit Amerika, waar hij in aanraking kwam met beroemdheden als Jane Fonda, Bob Dylan, Jack Nicholson en Shirley MacLaine. Hij begaf zich ook in de jazz, terwijl zijn spel soms associaties oproept met Indiase muziek. De vorig jaar overleden auteur Henk van Woerden liet in zijn laatste roman Ultramarijn een hoofdfiguur optreden die op Jordánis was geïnspireerd.

Bij zijn graf werd dondermiddag nog lang gemusiceerd. Katharina Xiróu, die veel met hem optrad, zong een klaagzang).