Chinese consument wil meer, maar minder dan we denken

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. De Grote Coalitie heeft er in Duitsland nog maar net honderd agen op zitten, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit, of de moedeloosheid heeft al plaats gemaakt voor optimisme over de economie. Het ene is volgens het blad even absurd als het andere. Absurd of niet, de economie heeft er in geen twaalf jaar zo goed voorgestaan als nu, blijkt uit een recent onderzoek van de Industrie- und Handelskammer naar het wel en wee van 25.000 Duitse ondernemingen. Niet alleen de export verbetert, maar eindelijk trekt ook de binnenlandse vraag aan. De consumptie groeit. De kwestie is alleen in hoeverre de verbetering van de stemming is te danken aan de regering in Berlijn. Voor een deel is dat wel het geval meent het blad. Tot dusverre heeft de regering-Merkel de indruk weten te wekken van daadkracht en besluitvaardigheid.

Maar ook de omstandigheden werken mee, meent het blad. Zo is Duitsland voor de derde achtereenvolgende maal wereldkampioen export geworden. Daar komt bij dat de euro minder duur is geworden dan werd gevreesd. En bovendien is de olieprijs min of meer gestabiliseerd op een niveau waarmee de wereldeconomie uit de voeten kan. Met andere woorden, zo concludeert het blad, 'de mars uit het dal kan beginnen.' Alleen is de kans groot dat de regering roet in het eten gooit, denkt het blad. Want weliswaar heeft ze kans gezien om zonder problemen de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen tot 67 jaar. Maar maatregelen die pijn doen, zoals de verhoging van de btw met drie procent, zijn pas in 2007 aan de orde. Pas dan zal blijken of de consument vertrouwen blijft houden.

Ook in de Verenigde Staten is dat een punt van discussie. De pessimisten voorspellen al enige tijd, schrijft het tweewekelijkse zakenblad Forbes, dat de consument de handdoek in de ring zal gooien, gezien de dure olie en de dalende verkoop van huizen. In de maand januari echter stegen de verkoopcijfers van de detailhandel 2,3 procent. En de beurshandelaren die gokten op daling van de consumptie zijn van een koude kermis thuis gekomen. De koersen van fondsen die gevoelig zijn voor consumptie-uitgaven stegen met dubbele cijfers. Zo schoot de koers van aandelen Abercrombie & Fitch, sinds september 2005 met 50 procent omhoog. Niet gek, meent het blad, voor een onderneming die het moet hebben van de verkoop van 'gescheurde jeans van 180 dollar'. De consument is dus nog lang niet aan het eind van zijn Latijn, concludeert het blad.

Wat wil de Chinese consument eigenlijk? Meer, maar minder dan we denken, schrijven William McEwen, Xiaoguang Fang, Chuanping Zhang en Richard Burkholder in het managementmaandblad Harvard Business Review. De auteurs zijn allen werkzaam bij marktresearcher Gallup. Ze doen in het blad verslag van hun onderzoek naar 'de gewoontes, verwachtingen en toekomstplannen van Chinese volwassenen, van plattelandsbewoners tot inwoners van grote steden.' Het onderzoek duurde van 1994 tot 2004 en er werden 10.000 mensen ondervraagd.

Het onderzoek wees uit dat in 1994 slechts 4 procent van de respondenten het eens was met 'de socialistische visie dat werk in dienst van de gemeenschap dient te staan'. Dat dit in 2004 nog verder was geslonken tot 2 procent wekt weinig verbazing, schrijven de auteurs. Maar verrassend genoeg daalde ook het enthousiasme voor de kapitalistische stelling dat een mens hard werkt om rijk te worden, van 68 procent van de respondenten in 1994 tot 53 in 2004.

Ook het idee dat Chinezen bijzonder toegewijde werknemers zijn is een misvatting. Het onderzoek wees uit dat 68 procent van de werknemers geen enkele binding heeft met het werk dat ze doen. Het gaat hier volgens de auteurs om mensen die 'eigenlijk niet meer mee doen. Ze doen hun werk als slaapwandelaars'. Het kan nog erger: 20 procent van de ondervraagden erkende ruiterlijk het dagelijkse werk te haten. De auteurs concluderen: 'Als 88 procent van de werknemers niet geïnteresseerd is in zijn dagelijkse werk, dan is dat misschien de verklaring voor het verschijnsel dat de Chinese consument in stedelijke gebieden zo'n lage dunk heeft van producten van eigen bodem.' Slechts 21 procent van de respondenten was van mening dat duurzame gebruiksgoederen van Chinese makelij van goede kwaliteit zijn.

Trots op de nationale producten is ook niet alles. Want dat soort patriottisme leidt maar al te vaak tot protectionisme, schrijft het Britse weekblad The Economist. En 'daar zijn de consumenten niet mee geholpen'. Het blad schrijft dit in een commentaar op het groeiende protectionisme in de VS en Europa. 'Het idee dat het op de een of andere manier in het Franse nationale belang is dat een Frans energiebedrijf geen Italiaans eigendom mag worden, of dat Amerikaanse havens niet in Arabische handen mogen vallen is een standpunt waar Karl Marx blij mee zou zijn.' Dat is volgens het blad de reden waarom socialistische regeringen het bedrijfsleven nationaliseren. En daar wordt echt niemand wijzer van, betoogt het blad, 'behalve misschien de politieke elite en de top van het bedrijfsleven'.

Herman Frijlink

Dit is de laatste aflevering van deze rubriek