Bep

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage. Vandaag: zuster Bep.

Gefascineerd staar ik over mijn koffiebeker naar Bep. Geblondeerd haar, vier centimeter grijsbruine uitgroei aan de basis. De blauwe ogen geaccentueerd door dikke mascara en mintgroene oogschaduw. Terwijl ze, in plat Amsterdams, schuine moppen tapt, trekken de felroze lippen gretig aan haar peuk. Het witte uniform steekt af tegen de rest van Bep. Ze lijkt in alles een kroegbazin, in niets een verpleegkundige.

Tot je haar aan het werk ziet. Als een tornado stuift ze over de eerste hulp. Snel, meedogenloos en liefdevol tegelijk. Een huilend hockeytrutje met een blauwe enkel werkt ze in drie minuten de deur uit. Maar de incontinente, demente heupfractuur wordt met eindeloos geduld verzorgd.

Het is vanavond flink druk geweest. Dit is onze eerste koffiepauze, en het is al half twaalf. Als we net zitten, komt de dokters-assistente binnen. 'Ik heb een bloedneusje op kamer vier gezet.' Bep drukt haar peuk in de asbak en staat op.

In kamer vier zit een man in pak naast een jongetje van een jaar of tien. Krokodilletje op de blauwe polo, Tommy-logo op het beige broekje, en polopaardje op de bebloede zakdoek. Minstens een ton per jaar, concludeer ik. 'We zitten hier al zeker tien minuten', zegt vader met een geërgerde blik op Bep. 'terwijl mijn zoon hevig bloedt...' Zijn ogen vernauwen zich. Hij laat een dreigende stilte vallen.

Bep is niet onder de indruk. 'Kom maar even liggen, Tommy.' Ze haalt de zakdoek weg, schijnt met haar lampje in zijn neus. 'Het sijpelt nog iets. Ik stop er een tamponnetje in. Die mag er morgen uit. Als het dan nog bloedt, maakt u even een afspraak met dokter Hout, de KNO-arts.'

'Morgen?', reageert vader verontwaardigd. 'Krijgen we nú dan geen specialist te zien? Mijn inziens is dit een indicatie voor acute coagulatie van de arterie.' Bep schudt haar hoofd. 'Totaal zinloos om nú, bijna middernacht, dat vat dicht te branden. Ik geef u op een briefje: morgen is het over.' Maar vader is niet overtuigd. In de discussie die volgt schiet zijn stem met elke zin een octaaf omhoog. Zijn gezicht loopt rood aan, terwijl Bep, de handen in de zij, hem stoïcijns blijft aankijken.

'Mijn zoon heeft een hemorragische bloeding. Hij heeft récht op beoordeling door een specialist!', klinkt het uiteindelijk woedend.

'Hemorragische bloeding?', snuift Bep. 'Kent u ook niet-hemorragische bloedingen dan?' Ze haalt haar schouders op. 'Maar goed. Ik zal hem voor u bellen.'

Een kwartier later komt dr. Hout de eerste hulp binnen. De afdruk van het kussen nog in zijn haar, een rugby-shirt boven zijn spijkerbroek. 'Nou, Bep, waar zit je zeikerd?', grijnst hij.

Als we kamer vier binnenlopen, verandert vaders uitdrukking op slag. 'Een héle goede avond, amice', zegt hij stralend. 'Anton van Wijngaerden. Cardioloog.'

Dr. Hout werpt een blik op Tommy en zegt: Zuster Slootjes was, zoals altijd, volledig correct in haar diagnose en behandeling. Deze epistaxis wordt getamponneerd. Morgen verwijdert u zelf de tampon. Mocht het dan nog bloeden, dan zie ik u graag op mijn spreekuur voor coagulatie.'

Een timide knikje. En dr. Hout is de kamer alweer uit. 'Regel jij 't verder? Dan ga ik weer naar bed', zegt hij op de gang. En Bep schiet in de lach: 'Ik? Waarom tamponneren jullie die epiestaksus niet gezellig samen? Het is toch jóúw amies?'