AMUSEMENT MET EEN BOODSCHAP

Elke avond op prime-time genieten miljoenen Egyptenaren van de immens populaire soaps of musalsal. Tijdens de ramadan, islamitische vastenmaand, zendt de televisie zelfs continu series uit. Dan zit heel Egypte voor de buis.

Met courgettes op schoot en schilmes in de hand volgt Umm Mona ademloos de verwikkelingen van een oude musalsal, Egyptische televisiesoap. Op het scherm krijgt een jonge vrouw ervan langs omdat haar broer vermoedt dat zij een minnaar heeft. Een doodzonde in Egypte, waar seks voor het huwelijk verboden is. 'Goed zo', mompelt de echtgenoot van Umm Mona als de zus slaag krijgt en bij de haren wordt weggesleept. Een beetje geweld houdt vrouwen op het rechte pad, meent de gemiddelde Egyptenaar. Weinig kijkers snappen dan ook waarom de moeder in deze soap haar dochter te hulp schiet en de zoon berispt. Dat is de omgekeerde wereld!

Anders dan westerse soaps behandelen Egyptische series vaak politieke of sociale thema's. Een erfenis uit de jaren zestig toen president Nasser het massamedium televisie gebruikte om het volk, grotendeels analfabeet, cultuur bij te brengen en tot een natie te smeden. Geëngageerde schrijvers die geen boek verkochten, verwerkten hun ideeën in dramaseries waarmee een miljoenenpubliek werd bereikt. Boeren, bedoeïenen, straatventers, arbeiders, werksters en huisvrouwen, ze keken allemaal. En nog steeds is de musalsal voor velen het hoogtepunt van de dag. 'Het enige moment waarop ik mijn zorgen vergeet', zegt Umm Mona, die met haar gezin in een van de armste wijken van Kairo woont. De enige luxe in de eenkamerwoning is de televisie die pontificaal op tafel staat, tegenover het familiebed dat ook als sofa dient.

De feministische schrijfster Fathiyya al-Assal glimlacht meewarig als ze hoort hoe bij Umm Mona thuis werd gereageerd op het geweld. Al-Assal, ver in de zestig, schrijft al vijfenveertig jaar televisiesoaps waarin vrouwen sterke rollen spelen. Ook in haar scripts worden vrouwen geslagen. 'Alleen pikken ze het niet', zegt de schrijfster gedecideerd.

Haar boodschap lijkt niet veel effect te hebben. Een onderzoek toonde aan dat twaalf ramadanseries in 2002 goed waren voor vijfhonderd geweldscènes tegen vrouwen. Geen kijker protesteerde. Veel mannen en ook vrouwen keurden het zelfs goed. Kan het zijn dat de moraal in haar dramaseries niet overkomt omdat zij te ver afstaat van de doelgroep? 'Onzin', reageert Fathiyya al-Assal, die zelf een moeilijke start in het leven had. Het had niet veel gescheeld of de gelauwerde schrijfster, elegant gekleed en het zwart geverfde haar met witte lok losjes opgestoken, was analfabeet gebleven. Haar vader, twintig keer getrouwd, haalde Fathiyya van school toen onder haar jurk borstjes opbloeiden. Hij koppelde zijn dochter aan een oudere man met conservatieve opvattingen. Maar het meisje dumpte de verloofde na een week en de tweede verloofde kreeg de bons toen ze op haar veertiende de liefde van haar leven tegenkwam. 'Ik ben nog steeds met hem getrouwd', zegt de schrijfster, wijzend op foto's van man en kinderen. Na haar huwelijk leerde Fathiyya al-Assal lezen en schrijven.

Empowerment

Aangemoedigd door haar man, ging ze hoorspelen schrijven en nog weer later dramaseries met empowerment en trouwen uit liefde als terugkerende thema's. Haar eerste musalsal Zij en het onmogelijke schreef ze naar aanleiding van een gebeurtenis die haar diep raakte. 'Ik gaf een tijdje les aan vrouwen die net als ik de school niet hadden afgemaakt.' Op een dag nam een leerlinge een brief mee die Fathiyya al-Assal moest voorlezen. Ze maakte zich ongerust over de inhoud, haar vader barstte elke keer in tranen uit als ze hem vroeg wat er in stond. Geen wonder, zegt de schrijfster. Ook zij moest destijds om de echtscheidingsbrief huilen. In Zij en het onmogelijke draaide ze de rollen om en liet een ongeletterde vrouw echtscheiding aanvragen. De vrouw wil namelijk verder leren en mag dat niet van haar man. Een onwaarschijnlijke plot, zegt Lila Abu-Lughod in haar proefschrift over het effect van Egyptische soaps op laagopgeleiden. Volgens de antropologe zijn de idealen van progressieve schrijvers zoals Fathiyya al-Assal typerend voor de middenklasse. Want wat moet een armoedzaaier met een boodschap als 'onderwijs maakt gelukkig' of 'vrouwen hebben recht op liefde' of 'eerlijk duurt het langst'? Egypte is een land met ruim zeventig miljoen zielen waarvan het gros onder de armoedegrens leeft, veel van die mensen sparen eten uit de mond om hun kinderen te laten studeren. Grote kans dat de investering voor niets is geweest, schrijft de verbolgen antropologe. Want werk is er niet. De garantie op een overheidsbaan, gemiddelde wachttijd acht jaar, voor afgestudeerden is onlangs afgeschaft. De reden? Een bureaucratie die is vastgelopen op zes miljoen onwillige ambtenaren die hun hongerloon aanvullen met steekpenningen. Tot zover de zegeningen van het onderwijs. Met de gerechtigheid is het niet veel beter gesteld in Egypte waar alles draait om contacten en geld. Blijft over het recht op liefde en geluk.

Foute koppigheid

De antropologe keek met Zeinab, een vrouw uit Opper Egypte met zes kinderen, naar de soap Zij en het onmogelijke. Zeinab leefde mee met de vrouwelijke hoofdpersoon, maar schudde ongelovig het hoofd toen de heldin ontdekte zwanger te zijn van haar ex-man en hem weigerde terug te nemen. Dat is koppigheid van de verkeerde soort, tenminste, in Zeinabs dorp, waar een vrouw de fratsen van haar echtgenoot maar heeft te accepteren. Zelfs als hij er een tweede gezin op nahoudt en het eerste verwaarloost, weet Zeinab uit ondervinding. Scheiden betekent je kinderen kwijtraken - het islamitisch familierecht wijst kinderen vanaf een bepaalde leeftijd toe aan de man - en een stigma meedragen. En dus is alles beter dan er alleen voor staan. Cynisch concludeerde de antropologe Abu-Lughod dat idealistische scenarioschrijvers net goedbedoelende ontwikkelingswerkers zijn. Beiden willen het volk verheffen, ontwikkelen en cultuur bijbrengen. Maar hoe het 'volk' denkt en leeft, daarvan hebben intellectuelen geen idee. Zij beschouwen Zeinab - uitgehuwelijkt, verlaten en nooit een school van binnen gezien - als zielig en achtergesteld. Maar zij is een doortastende en zelfredzame vrouw die een belangrijke positie inneemt in haar dorp, dus waarom dat paternalistische toontje?

'Omdat de Egyptische elite op een wolk leeft', schaterlacht Iman Bibars. De in roze broekpak gestoken sociologe schuift al pratend make-up spullen aan de kant, tekent voortvarend papieren en stuurt medewerkers dan resoluut de woonkamer uit. Zaken en privé lopen hopeloos door elkaar, zegt ze met een blik op de vertrekkende collega's. De dynamische Bibars is directeur van een organisatie die zich inzet voor arme vrouwen die in hun eentje het gezin bestieren. Ook zo'n groep waar intellectuelen niets van weten, klinkt het verontwaardigd. Soapschrijvers komen niet in achterstandswijken. In tegenstelling tot Bibars natuurlijk. Zij ontdekte dat bijna de helft van de gezinnen in arme wijken het zonder mannelijke kostwinner moet stellen. Het familiehoofd is gestorven, vertrokken of 'nutteloos', zoals vrouwen zelf zeggen. Vrouwen die staan bijgeschreven op het identiteitsbewijs van hun man houden officieel op te bestaan als hij er vandoor gaat. Een ramp, zegt sociologe Iman Bibars met een stem waar standwerkers jaloers op zouden zijn. Zonder officiële papieren hebben vrouwen geen recht op werk, uitkering of lening en hun kinderen kunnen niet naar school. Politici en beleidsmakers die de sociologe hierover benaderde namen haar eerst niet serieus. 'In Egypte laten mannen hun kinderen niet in de steek', imiteert zij een ambtenaar. 'Tenzij hem het leven natuurlijk onmogelijk wordt gemaakt.' Iets dergelijks zei een uitkeringsambtenaar tegen Nadia, een gescheiden vrouw mét papieren en vijf kinderen. Ze was een domme koe en de schamele uitkering waar ze recht op had kon ze vergeten. Zoek maar een andere echtgenoot, luidde het advies. Een pesterige medewerkster van de sociale dienst merkte dat niet alle vrouwen eindeloos met zich laten sollen. Een half jaar lang hield zij een potige weduwe opzettelijk aan het lijntje, vervolgens kreeg de weduwe doodleuk te horen dat het dossier was zoekgeraakt. Woedend klopte de getergde vrouw aan bij een buurtbende die op bestelling mensen aftuigt. Knokken tegen betaling zag zij wel zitten en als welkomstgeschenk namen bendeleden de dame van de sociale dienst gratis onderhanden. De weduwe is nu een veelgevraagde professional. Wroeging? 'In deze wereld overleeft alleen de sterkste,' was haar kernachtige commentaar.

Slappe kost

Vrouwen als de strijdlustige weduwe vinden de meeste televisiedrama's waarschijnlijk maar slappe kost. Toch verschijnt er elke ramadan wel één controversiële dramaserie die de hele natie in beroering brengt. Vijf jaar geleden was dat Bloemen in bloei. Het noemen van de titel veroorzaakt plezier in koffiehuis Roxy. De clientèle bestaat uit kunstenaars en intellectuelen, niet het meest traditionele kijkerspubliek. Maar zelfs zij waren geschokt toen op het scherm vrijelijk werd gesproken over seks, een taboeonderwerp op televisie. Toch was dat nog niet het ergste. Aanstootgevender was het gemengde huwelijk van de hoofdpersonen in de soap. Het geslaagde televisiehuwelijk tussen een moslimman en een koptische vrouw was bedoeld als pleidooi voor religieuze verdraagzaamheid. Maar beide religieuze groeperingen voelden zich diep gekwetst en een advocaat spande een proces aan om de musalsal uit de lucht te halen. Tevergeefs.

De ruiter zonder paard leverde voor vertoning al een rel op. Amerika eiste een uitzendverbod omdat de plot - Zionisten streven naar wereldmacht - antisemitisch was. Achteraf bleek de serie zo'n artistieke ?op dat het rumoer vanzelf verstomde. Het tegenovergestelde gebeurde met De familie van hadj Metwalli. 'Ik heb mensen tenminste aan het praten gekregen', was het laconieke commentaar van de scriptschrijver op alle commotie rond de rijke hoofdpersoon Metwalli en zijn drie echtgenotes. Polygamie is toegestaan in Egypte, en hoewel het land maar weinig 'Metwalli's' kent hangt het spookbeeld van de tweede vrouw als een schaduw over elk huwelijk. Weg met Metwalli, schreeuwden feministen en huisvrouwen dan ook eensgezind. Een slogan die figuurlijk was bedoeld, want elke avond zat iedereen voor de buis om de volgende dag commentaar te kunnen leveren. Behalve Azza, een receptioniste die sinds De familie van hadj Metwalli voorgoed is genezen van Egyptische soaps. Mijn hart trekt het niet meer, zegt ze.

Gouden pen

De trend voor controversiële ramadanseries werd gezet door de 64-jarige en gevierde Egyptische scenarioschrijver Osama Okasha, een politiek dier met een gouden pen. Iedere Egyptenaar kent zijn serie Hilmiyya nachten. Het spraakmakende epos in vijf delen over de moderne politieke geschiedenis van Egypte liep nog toen Saddam Hussein in 1990 buurland Koeweit binnenviel. In de werkkamer met uitzicht op fiats en woestijn is het even stil. Dan zegt Okasha op zachte toon: 'Die oorlog betekende het definitieve einde van de Arabische eenheid.' Niet dat die eenheid ooit had bestaan, voegt de schrijver er haastig aan toe. Maar Egyptenaren hadden er wel in geloofd en nu wist niemand meer hoe het verder moest. Hij schreef de musalsal Arabesque (1994) om zijn lamgeslagen landgenoten uit hun lethargie te halen. Geniaal, was het unanieme oordeel van vriend en vijand en vervolgens vloog men elkaar in de haren over de symboliek in de serie. Het centrale personage is een typische ibn el balad, een man van het volk: traditioneel, zorgzaam en genereus. Helaas raakt hij door zijn drugsverslaving alles kwijt wat hem dierbaar is. De hoofdpersoon staat natuurlijk symbool voor het huidige Egypte. In de basis goed, maar te slap om zich teweer te stellen tegen hebzucht en religieus fanatisme. In Arabesque stelde de schrijver vragen over de identiteit van Egypte. Het antwoord formuleerde hij enkele jaren later met een serie die zich afspeelt in het mondaine Alexandrië van voor de revolutie van 1952. In de kosmopolitische en welvarende havenstad leefden Grieken, joden, Armeniërs, Europeanen en Egyptenaren harmonieus samen. Daarmee wil Osama Okasha maar aantonen dat Egypte ooit een tolerante en open samenleving was, waar vernieuwende ideeën en technologieën welkom waren.

'De Egyptische cultuur is het product van westerse beschavingen', klinkt het gepassioneerd. Voorover gewipt op zijn stoel vat Osama Okasha vijfduizend jaar Egyptische geschiedenis samen. Een stoet buitenlandse veroveraars trekt voorbij, waaronder Alexander de Grote en Napoleon. Egypte zoog al die buitenlandse invloeden op. 'Alleen hoor je moslimfundamentalisten daar niet over', schampert de schrijver. Somber constateert hij dat xenofobe godsdienstfanaten Egypte tot een achterlijk land degradeerden. Reden te meer om de pen te scherpen. Osama Okasha schrijft felle commentaren in dagbladen en werkt als een bezetene aan een nieuw televisiedrama. Zijn laatste in de serie over identiteit. Of de nieuwe serie tijdens de ramadan op de Egyptische televisie wordt vertoond is niet te voorspellen.

De concurrentie is groot en van de zestig aangeboden producties worden er maar twaalf aangekocht en uitgezonden. 'Het maakt me niet uit', is het luchtige commentaar. De serie wordt toch wel afgenomen door een van de vele Arabische satellietzenders waarop Egyptenaren met een schotel kunnen afstemmen. Producenten reageren minder onderkoeld. Geen soap kan zonder steracteurs en de gigantische gages vreten bijna de helft van het omvangrijke budget op. Een ramadanuitzending dekt die kosten. Twee jaar geleden deed filmproducent Abdel Hafez er dan ook alles aan om Okasha's Kanaria en zijn compagnons, budget een miljoen dollar, voor de ramadan af te krijgen. De crew en de acteurs maakten lange draaidagen en Abdel Hafez werkte zelfs 's nachts door. Maar het was een verloren strijd. De serie was nog niet voor de helft klaar toen een smalle maansikkel het begin van de vastenmaand aankondigde.

Satellietzenders

De satellietzenders waarover Osama Okasha zo achteloos rept hebben het kijkgedrag in Egypte op dramatische wijze beïnvloed. Zo'n vijf jaar geleden werd de markt overspoeld met goedkope satellietschotels van nog geen honderd euro. Voor mensen op het platteland is dat veel geld, maar koffiehuizen en stedelingen schaften de schotel massaal aan en al zappend had iedereen toegang tot pornofilms, pittige talkshows en ongecensureerd nieuws. Allemaal zaken die de censor verbiedt op de Egyptische staatstelevisie. De invasie van buitenlandse zenders viel ongeveer samen met de Amerikaanse invasie van Irak. Op de Arabische nieuwszender Al Jazeera was te zien hoe Saddam Hussein werd opgepakt door Amerikaanse soldaten die in Irak orde op zaken kwamen stellen. Veel Egyptenaren huilden van verdriet toen ze de beschamende taferelen zagen. Verpletterend was ook het nieuws dat hun president zijn collega Bush steunde in de strijd tegen moslimterroristen. Egypte is een politiestaat, maar overvalwagens en hardhandig optredende agenten legden het dit keer af tegen de kracht van internet en satelliettelevisie. Een handjevol studenten met spandoeken kreeg al gauw steun van verontwaardigde burgers, die zich afzetten tegen het regeringsbeleid. Artsen, juristen, onderwijzers, moeders, ze schaarden zich allemaal achter de roep om verandering. 'We voelen ons bezoedeld en in de steek gelaten', verklaart psychologe Reda Sheban de brede steun aan de democratische protestbeweging Kifaya, Arabisch voor 'genoeg', die het vertrek van president Mubarak eiste. In mei van vorig jaar liep een demonstratie van de protestbeweging behoorlijk uit de hand. Onder het oog van de politie werden enkele keurige dames, onder wie een advocate, gemolesteerd en van hun kleren beroofd door leden van de Nationaal Democratische Partij, de partij van de president. 'Aandachttrekkerij', schreef een regeringsgezinde krant, die de advocate ervan beschuldigde zelf haar jurk aan stukken te hebben gescheurd. Waarop zij de redactie bestormde en woedend rectificatie eiste. Daar kon geen soap tegenop.

Intimidatie

Bouwvakker Abdel Sadr haalt lichtjes zijn schouders op over alle rumoer die het schandaal veroorzaakte. In oase Fayoem, waar de 27-jarige bouwvakker woont, is intimidatie aan de orde van de dag en daarover hoort hij de dames en heren uit de stad nooit. In de vruchtbare oase is de beste grond in handen van grootgrondbezitters en de extreme armoede onder de rest van de bevolking maakte van de oase een broedplaats van radicale moslims. Het leger treedt er ongelofelijk hard op. Machtsmisbruik, corruptie en lukrake arrestaties drijven oasebewoners nog verder de extremistische hoek in. De bouwvakker begrijpt dat wel, maar zelf lost hij problemen liever anders op. Zo zette hij een bibliotheek op voor buurtkinderen en 's avonds volgt hij in een verafgelegen dorp een computercursus om de kennis door te geven aan de jeugd in zijn eigen dorp. Buurvrouwen verdienen op initiatief van de bouwvakker een extraatje met het maken van souvenirs en alsof dat nog niet genoeg is, fungeert hij als luisterend oor voor mannen en vrouwen met huwelijksproblemen. De bouwvakker is kortom het prototype van een moderne ibn el-balad, de man van het volk die in de soaps van Osama Okasha al het goede vertegenwoordigt dat Egypte heeft voortgebracht. Ja, natuurlijk kent hij het werk van de beroemde schrijver, zegt Abdel Sadr, die nauwelijks televisie kijkt maar tijdens de ramadan wel een of twee musalsals van begin tot eind volgt. Vorig jaar was dat Gerechtigheid heeft vele gezichten. 'Ik heb erbij zitten huilen', bekent de gespierde bouwvakker met een verlegen lachje. De soap gaat over een weeshuiskind die het op eigen kracht tot rijk man schopt. Zijn enige misdaad is dat hij de identiteit van een gestorven kind heeft aangenomen om aan het stigma 'weeshuiskind' te ontsnappen en daarmee wordt hij gechanteerd door een meedogenloze drugsdealer.

Wham, de musalsal raakte hem recht in het hart. De bouwvakker slaat een vuist op zijn borst en tranen vullen zijn ogen. De beste musalsals doen mensen inderdaad huilen, lachen en tieren. Dan schiet de bloeddruk omhoog en maakt het hart overuren. Kijkers vergeten dat de gebeurtenissen op het scherm gespeeld zijn, ook al haspelen filmmakers dialecten door elkaar en kloppen klederdrachten vaak niet. Wat telt is dat emoties echt lijken en hoofdpersonen met herkenbare problemen worstelen. De bouwvakker knikt en vertelt geëmotioneerd dat hij door de soap over het weeshuiskind anders over mensen is gaan denken. Hij oordeelt minder snel. Zoals hij daar zit op de met palmbomen omzoomde veranda lijkt Abdel Sadr met zijn donkere hertenogen en innemende glimlach meer op een acteur dan op een dorpsjongen. Voor hem hoeft een filmcarrière niet, glimlacht de bouwvakker. Maar denkend aan de musalsal gelooft hij beslist dat je zelfs de meest onwaarschijnlijke dromen kunt waarmaken.

Arita Baaijens is freelance journalist.

Stephanie Keith is fotograaf.