Aaf & Paulien eten 'begher' in Kantine Werklust in Utrecht

Aaf Brandt Corstius en Paulien Cornelisse eten in Utrecht en worden opgescheept met allerlei nieuwe vooroordelen over Marokkanen. Dat ze heel lief zijn, bijvoorbeeld

INTEGRATIE-ETEN: In Kantine Werklust eet men stamppot op z'n Marokkaans Foto Jonathan Vos Een Mix van Holland en Marokko in de hippe eet gelegenheid, Kantine Werklust. Door Jonathan Vos Vos, Jonathan

De kantine van de Sociale Dienst Werklust noemen. Van die kantine een Marokkaans-Nederlands restaurant maken, en in dat restaurant Marokkanen in Lonsdale-kleding laten werken. Kantine Werklust houdt van een beetje ironie, dat is duidelijk.

Als we aankomen in Utrecht, bellen we Werklust om te checken waar ze nou precies zitten. 'Bij de Gamma', is het antwoord. Klinkt niet direct als de beste plek voor een hippe hotspot, maar misschien is ook de plek ironisch. En inderdaad, op het wat vage terrein naast de Gamma verrijst het grote, lelijke flatgebouw waar vroeger de Utrechtse Sociale Dienst in zat. Je zou je haast in Moskou wanen. Via een onooglijk jarenzeventig trappenhuis (ook ironisch?) komen we terecht in Kantine Werklust, een grote, grappig ingerichte ruimte. We zien boerenbont-borden, maar ook een gezellige Marokkaanse zithoek met lage rode banken. Middenin de ruimte staat een bar met designlampen erboven. Opvallend is het verkeersbord van een varkenshoofd met een rode streep erdoor. Het is moeilijk je voor te stellen dat ambtenaren hier tot voor kort hun kleffe boterhammetjes aten, keuvelend over de hysterische bijstandsmoeder die ze net op spreekuur hadden gehad. Alleen het systeemplafond herinnert nog aan tijden van Sociale Dienst. En het zeer minimalistische wc-tje. Wel leuk: op de vrouwen-wc hangt niet het bordje 'dames' maar een Dick Bruna-achtige impressie van een vrouw met hoofddoek. 'Hoofddoekjes zijn niet verplicht, maar worden wel op prijs gesteld', stond er op de website.

Die website had ons ook een serveerster met hoofddoek beloofd (hygiënisch!), maar die is vanavond kennelijk vrij. In plaats daarvan zijn er twee Marokkaans-Nederlandse obers, inderdaad in Lonsdale-shirt. Toen wij nog op de middelbare school zaten (we spreken de vroege jaren negentig) was Lonsdale een stoer, maar volstrekt onschuldig merk. Wij schrikken dus niet zo van die shirts, maar we waarderen de rehabilitatiepoging.

De obers zijn beter geïntegreerd dan wijzelf en zouden zelfs een extreem-rechtse skinhead van zijn vooroordelen afhelpen. En hem met nieuwe vooroordelen opschepen, namelijk dat alle Marokkanen heel lieve, grappige jongens zijn.

'Zullen we die ober vragen of hij tweedegeneratie is?' oppert Paulien.

'Nee!' zegt Aaf. 'Dat vragen mensen hem natuurlijk al de hele tijd!'

'Zullen we vragen wat hij van Rob Oudkerk vindt?'

'Ik ben aan het eten.'

Links op het menu staan de Nederlandse gerechten, rechts de Marokkaanse. Ons oog schiet steeds naar rechts, want harissa en pastilla klinkt nou eenmaal lekkerder dan blinde vink en griesmeel. Toch geven we ook de Nederlandse kant een kans. We bestellen eerst een lekker borrelplateau met kaas, lekkere tapenade en goeie olijven, vooraf een garnalencocktail (vinden wij dan weer heel ironisch) en 'salades Marocaines' (allerlei tapenades) en als hoofdgerecht blinde vink met stamppot van rauwe andijvie en tajine van kabeljauw met gepekelde citroen. Onderaan de kaart staat een beknopte cursus Marokkaans voor Nederlanders. 'Wach tanaklou aandkoum lbournkohl?' leren wij uit ons hoofd. Dit wordt onze nieuwe openingszin in Marokkaanse disco's: 'Eten jullie ook boerenkool?'

Het eten is bijzonder 'begher' (lekker), vooral de Marokkaanse gerechten. De blindevink is iets te lang gebraden. Halal? Ja. Begher? Nee.

Een toetje kunnen we niet meer op. 'Wat saai!', zegt de ober. Ons lievelingslied Aïcha komt voorbij. We hebben al haast besloten om naar Marokko te emigreren - met de obers, dan.

In de Marokkaanse zithoek hangt een groepje jongens van in de twintig leuk te kletsen, sommigen Marokkaans, sommigen Nederlands, anderen ondefinieerbaar: posterboys voor integratie. Op de muur staat een soort spreuk over het paradijs, en dat je je tegenstellingen daar ook mee naartoe moet nemen. We krijgen tranen in onze ogen. 'Het is waar, het is heel waar', fluisteren we hees tegen elkaar. Paulien is zo geraakt door de boodschap dat ze hem inspreekt op haar telefoon, maar dat gaat fout, dus hoe de spreuk precies luidde, dat weten we later niet meer.

Vol met eten en idealen lopen wij de nacht in, de Gamma tegemoet

Kantine Werklust, Oudenoord 275, 3513 EP Utrecht, t 030-231 34 10