Zoeker

Iemand die niet wil dat sprekers zich bij zijn begrafenis over zijn persoon uitlaten - dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Rouwplechtigheden lopen juist steeds vaker uit op een serie optredens van bekenden, die diep in de anekdotentrommel tasten. Maar journalist Willebrord Nieuwenhuis, want om hem gaat het, vond het voldoende als over hem in combinatie met zijn (katholieke) geloof werd gesproken.

Je kunt zo'n wens als een blijk van bescheidenheid beschouwen, maar het is misschien vooral een verzoek om discretie. Hoe het ook zij, het is een wens die in de eerste plaats gerespecteerd dient te worden - wat gisteren ook gebeurde tijdens de indrukwekkende dienst in de Amsterdamse Dominicuskerk. Zo rees geen gedetailleerd, maar toch een pregnant beeld van de overledene uit de schaarse toespraken op: hij was niet zozeer een twijfelaar als wel een zoeker, en dat van de meest rusteloze soort.

's Avonds nam ik zijn autobiografische boek Vietnam, de nooit verdwenen oorlog uit 2000 door. Nieuwenhuis was in de jaren zestig en zeventig als tv-verslaggever bij de oorlog in Vietnam betrokken. Op 29 april 1975 ontvluchtte hij met een NOS-ploeg in een helikopter Saigon, een dag voordat de laatste Amerikaan Vietnam verliet. Jaren later keerde hij als verslaggever van NRC Handelsblad naar de plekken van het onheil terug. Hoe stond hij tegenover die oorlog toen hij er middenin zat, en hoe keek hij er later op terug?

Ik vroeg het me ook af omdat ik enkele dagen eerder in een antiquariaat op een vergeten boekje van de dichter Lucebert was gestuit: De perfekte misdaad, een “klein radiostemmenspel'. Het verscheen voor het eerst in 1955 in een maandblad als een uiting van bezorgdheid over de herbewapening van West-Duitsland. In 1968 herdrukte Lucebert het hoorspel in een boekje met een toegevoegde tekst over de Vietnam-oorlog.

Wat zoveel jaar later in die teksten frappeert, is de diepe afkeer van de westerse politiek. Het politieke kwaad zetelt louter in West-Duitsland en Amerika, niet in de communistische wereld. “De overgrote meerderheid van het Amerikaanse volk is politiek onmondig“, schrijft Lucebert, “en daardoor ook zonder meer bereid een agressieve politiek te volgen die zowel op het binnen- als het buitenland is gericht“

Vanaf 1963 woonde Nieuwenhuis in Amerika. Hij hield van het land en hij vertrouwde de regering ervan, ook toen hij Vietnam bezocht had. Hij ergerde zich aan het eenzijdige anti-Amerikanisme van het Nederlandse thuisfront en het verdoezelen van de communistische praktijken. Later, te laat, beseft hij dat hij naïef met de Amerikaanse oorlogspropaganda is omgegaan. “Ik kon me niet goed voorstellen dat het machtige en idealistische Amerika zich van die tactiek (van de leugen - F.A.) zou bedienen“, schrijft hij dan.

Maar hij blijft het eenzijdige anti-Amerikanisme afwijzen. Hij constateert dat de tegenstanders vergaten “wat een communistisch alternatief voor het gehele land Vietnam kon gaan inhouden“. In dergelijke passages zie je Nieuwenhuis aarzelen, of beter: zoeken. Dat is meteen het opvallende verschil met Lucebert.

Lucebert, de schrijver nota bene, wist alles zeker, Nieuwenhuis, de journalist, zocht de nuance.