Zijn is bekeken worden

Michael Haneke's nieuwe film “Caché' brengt het publiek in verwarring. De verborgen camera die erin voorkomt wordt bediend door onze eigen paranoia.

Daniel Auteuil en Juliette Binoche in “Caché' (regie Michael Haneke 2005)

Toen de aftiteling over het doek begon te rollen hoorde ik op de rij achter mij iemand met een mengeling van spot en verontwaardiging in zijn stem zeggen: “Nou ja, zeg, kennelijk moeten we wachten op deel twee!“ Een verzuchting die direct bijval vond op diverse andere plekken in de zaal: een schampere acclamatie waaruit opluchting sprak over het feit dat men kennelijk niet alleen stond in zijn of haar teleurstelling over het einde van de film die we zojuist hadden gezien. Want waar bleef nou de ontknoping? Wat moesten we met dat lange, staande eindshot, waarop we van afstand de trappen zagen voor de ingang van een schoolgebouw, en we alleen als we heel goed hadden opgelet tussen de voorbijgangers heel even de twee zoons uit het verhaal met elkaar hadden kunnen zien spreken? Had die ene nou wel of niet die videocassettes gemaakt waarmee de ouders van die andere waren geterroriseeerd? Het raadsel was dan misschien niet vergroot, veel kleiner was het er in de loop van het verhaal ook niet op geworden. Was dat ook een van de redenen dat deze nieuwe film van Michael Haneke Caché heette - omdat de oplossing verborgen bleef?

Mijn eigen gevoel van teleurstelling had niet zozeer te maken met het uitblijven van een ontknoping - losse eindjes vormen vaak de franje van het leven - als wel met het feit dat de film wat mij betreft nog wel een tijdje door had mogen gaan. Zo bevangen was ik geraakt door het verhaal, of eigenlijk: door de verontrustende existentiële patstelling waarin de hoofdpersonen zich bevinden.

Even recapituleren: een welgesteld Frans intellectueel echtpaar - hij presenteert op de televisie een boekenprogramma, zij werkt bij een uitgever - vindt op een dag een videocassette in de bus waarop twee uur lang opnamen te zien zijn van de buitenkant van hun huis. Angst en paranoia slaan toe, vooral ook omdat de band - net als de daarop volgende banden - vergezeld ging van een primitieve tekening van iemand met een doorgesneden keel.

Naar aanleiding van de derde band, waarop het ouderlijk huis van Georges, de echtgenoot in kwestie, te zien is, krijgt deze een sterk vermoeden wie de afzender is. Een vermoeden dat hij aanvankelijk niet met zijn echtgenote deelt. Hij wordt daarin bevestigd wanneer hij de aanwijzingen volgt van een vierde band en vervolgens in een troosteloze flat de man aantreft die lang geleden bijna zijn geadopteerde stiefbroertje zou zijn geweest, als hij dat niet op slinkse wijze had weten te verhinderen.

Algerijnen

De aanleiding tot de voorgenomen adoptie was destijds dat de ouders van het jongetje, Algerijnen, bij een demonstratie in Parijs door de politie de Seine in waren geslagen en waren verdronken. Majid, want zo heet de man, inmiddels gereduceerd tot een treurig hoopje mens, ontkent ook maar iets van de gewraakte videobanden af te weten - maar een dag later wordt er bij het echtpaar een band bezorgd waarop niet alleen het hele onderhoud tussen de echtgenoot en Majid is te zien, maar ook hoe laatstgenoemde aan de keukentafel in een onbedaarlijk huilen uitbarst. En daarmee wordt het grote verzet van angst en paranoia nog een paar tandjes hoger gezet.

Misschien is dit een goed moment om te vertellen dat ik net verhuisd ben, en dat de voornaamste reden voor die verhuizing is geweest dat bij mijn vorige huis de benedenbuurman, tevens eigenaar van het pand, de gewoonte had alle dingen die zich aan of rond het huis afspeelden op video vast te leggen. Dit om mogelijk bewijsmateriaal te verzamelen voor de diverse gerechtelijke procedures die hij tegen al zijn buren, maar vooral tegen ons, had aangespannen. Maar ook zonder camera in de hand registreerde hij alles wat er in en om het huis gebeurde en niet gebeurde: vanachter het gordijn, vanuit zijn tuin, vanaf de straat. Zo schrokken wij een keer 's nachts wakker van een paar knallende donderslagen, gevolgd door het geklater van een oud-testamentische stortbui. Ik stapte uit bed, liep naar het raam, keek naar beneden, en zag nog net hoe mijn benedenbuurman, gekleed in pyjama en regenjas, terug het portiek in schoot. Zijn natte grijze haar flikkerde in het flitslicht van de bliksem op als de glimmende buik van een slang.

Er is in de jaren dat we in ons vorige huis gewoond hebben geen moment geweest dat wij ons niet bewust waren van de overal als vliegen op de muur rondspiedende camera's en de vierentwintig uur per dag als hondenoren gespitste microfoons. Zelfs zijn auto, die altijd pal voor de deur de wacht hield, had oorschelpen als portieren en vergrootglazen als koplampen. Op een dag werd ik 's ochtends wakker met een branderig gevoel achter mijn ogen en een metaalsmaak op mijn tong - en wist ik dat hij er eindelijk in geslaagd was om tijdens mijn slaap een van zijn camera's in mijn kop te verbergen. Niet alleen beschikte mijn benedenbuurman nu over een “inside look' - vanaf dat moment begon ik alles wat ik zag en hoorde en zelf gezegd had in mijn kop terug te spoelen om te controleren of ik niets had gedaan wat hem in de kaart zou kunnen spelen. Een zelfonderzoek dat - gericht als het was op alleen de zwakke punten - al snel de vorm aannam van een giftige draaikolk, waarin ik zacht jammerend naar de kelder van mijn bestaan werd gezogen. En daar gaapte alleen nog de honger naar het onherstelbare.

Het is ook om die reden, denk ik, dat Haneke niemand - noch Majid noch diens zoon, die later ook nog persoonlijk verhaal komt halen - openlijk laat bekennen dat hij de dader is, laat staan de “schuldige'. Hun ontkenning - dubbelzinnig in zijn zwakheid, zoals het spoken uit het verleden betaamt - verwijst naar het grote aan deel van het onbewuste in het gedrag van de enige echte schuldige: Georges. De man wiens geweten in overeenstemming met zijn beroep van televisiepresentator - zijn is bekeken worden - de vorm heeft aangenomen van een serie videobanden.

Koloniale geschiedenis

Vreemd eigenlijk, dat iedereen het naar aanleiding van Caché wel heeft gehad over de verdrongen koloniale geschiedenis van Frankrijk die Haneke daarin per parabel aan de orde stelt en ook over de wijze waarop de hoofdpersoon zijn persoonlijke schaamte en schuldgevoelens achter een muur van boeken verbergt, maar dat niemand heeft gewezen op de betekenis van de titel van de film in verband met het gebruik van een camera.

En als Haneke “verborgen camera' bedoelt, bedoelt hij ook verborgen camera - opgesteld als hij staat, overal en nergens, in de onzichtbare orde achter het gordijn van de zichtbare werkelijkheid. En daar is het vooral onze eigen zichzelf in de staart bijtende want alles en iedereen verdubbelende geest - onze eigen paranoia of, vergelijkbare vorm van aanpassing aan de onzichtbare orde, ons geloof in een alles in het verborgene bestierende god - die hem bedient.

Cut! Cut!