Zie onze wegen

Zou er één automobilist zijn die beseft hoe gelukkig hij zich mag prijzen als hij in het spitsuur door de radio van de Verkeersinformatie hoort dat hij in een opmerkelijke file van acht kilometer staat waarna er weer mooie muziek van Wolfgang Amadeus Mozart komt? We leven in een tijd van klein gemopper. Maar denkt u zich eens in: deze file staat op een prachtige asfaltweg die onderdeel is van het netwerk dat toegang geeft tot het hele continent. Intussen bent u dankzij uw mobieltje draadloos verbonden met iedereen die ook telefoon heeft en de radio biedt u alles, van de klassieken tot ministersrap. Uw tank is bijna leeg. Geen nood. In andere werelddelen is de olie uit de grond gepompt, met supertankers aangevoerd, in raffinaderijen verwerkt tot de benzine die u precies geschikt is voor uw motor. Binnen vijf minuten bent u weer onderweg. U hebt niets te klagen.

Hoe komt dat? Door de infrastructuur. Achter al onze gemakken, die we als een natuurgegeven beschouwen, ligt infrastructuur verborgen. In de loop van eeuwen, en ieder jaar sneller, hebben de mensen een wereldsysteem van infrastructuren opgebouwd, een labyrinth van hun vernuft, waarvan het wonder is dat het werkt. Als twee auto's botsen, er een vliegtuig neerstort, een groot gebouw inelkaar zakt, beschouwen we dat als nieuws. Maar goed beschouwd is het veel opmerkelijker dat dit niet veel vaker gebeurt. Het grote nieuws van iedere dag is, dat alle infrastructuren op aarde afzonderlijk zo goed werken en zo nauwkeurig op elkaar zijn afgesteld, dat we ons in betrekkelijke veiligheid over de planeet kunnen bewegen.

Dit wonder moet van tijd tot tijd worden beschreven. Uit mijn kindertijd herinner ik me zes delen Wonderen der techniek uit de kast van mijn grootvader. Stoommachines, enorme slagschepen, de Eiffeltoren. Nu is het gedaan door Brian Hayes, redacteur van de American Scientist, met Infrastructure. A field guide to the Industrial Landscape. Een boek van 536 pagina's waarin alles behandeld wordt. Tunnels, mijnbouw, weg- en railverkeer, windenergie, luchtvaart, draadloze verbindingen, bruggenbouw, zo gek kun je het niet opnoemen of hij heeft er een hoofdstuk aan gewijd, begrijpelijk voor leken en voorzien van scherpe illustraties. Het is een boek dat je in de verleiding brengt om er weer eens trots op te zijn dat je een mens bent.

Deze combinatie van vernuft en energie heeft ook een nadeel. We zijn bezig, de aanblik van onze planeet verder tot het onherkenbare te vervormen. En hoe moderner de apparatuur van de infrastructuur, hoe gladder en klinischer het wordt. In de eerste helft van de 20ste- en de laatste tientallen jaren van de 19de eeuw heeft de zware industrie een paar generaties schilders tot prachtig werk geïnspireerd. Herman Heijenbrock, Leonhard Sandrock bijvoorbeeld. Een moderne olieraffinaderij heeft ook nog zijn eigen schoonheid. Maar een windmolenpark? Doet mij eerder denken aan een verzameling mismaakte, monomane insecten. Maar dat is een secundaire overweging. We werken niet aan de vooruitgang om de aarde pittoresker te maken. Comfort en snelheid zijn niet schilderachtig. Ook dat valt uit dit boek van Brian Hayes te leren.

Brian Hayes: Infrastructure. A Field Guide to the Industrial Landscape. W.W. Norton & Company. 536 blz. € 50,50