Wie wil sterven, mag moorden

Mama, vertel nog eens over de oorlog. Als mama Duitse was zou ze tot een aantal jaren geleden geen spontaan antwoord hebben gegeven op die vraag. De oorlog was voor haar synoniem voor het grote kwaad: de verwoesting van de Duitse steden en haar eigen gezin, en dan natuurlijk de moord op zes miljoen joden. Ze kon er maar het best over zwijgen, zo groot was het besef van medeplichtigheid en schuld.

Bernard Schlink Foto Isolde Ohlbaum Ohlbaum, Isolde

De Duitse literatuur zwijgt echter niet over het pijnlijke nazi-verleden. Günter Grass, Siegfried Lenz, Walter Kempowski en Martin Walser vergroten in hun boeken al decennialang het dagelijks leven onder de nazi's uit om te laten zien hoe onschuldig het kwaad er aanvankelijk uitzag en hoe verleidelijk de grootse beloftes van de nieuwe heersers waren.

In 1995 voegde de tot dan toe onbekende jurist en detectiveschrijver Bernard Schlink zich in hun rijen met zijn kleine roman Der Vorleser (De voorlezer), geschreven in een sobere, melancholieke stijl. Het is het verhaal van de liefde van een middelbare scholier voor een simpele, oudere vrouw, die later SS-kampbewaakster blijkt te zijn geweest. Die jongen komt uit zo'n zwijgend gezin, waar pijnlijke gesprekken uit de weg worden gegaan. Der Vorleser onderscheidde zich van andere romans over de Vergangenheitsbewältigung doordat het boek vragen stelde over de functie van het recht in een getraumatiseerde samenleving en de rol van eventuele verzachtende omstandigheden bij de indirecte medeplichtigheid aan een massamoord. Schlink is jurist en houdt ervan zich over rechtsfilosofische kwesties uit te laten.

Terugkeer

Ook in zijn nieuwe roman Die Heimkehr (De thuiskomst) gaat het over het recht, of beter gezegd over de onmacht van het recht te oordelen over de nazi's. Hoofdpersoon is Peter Debauer, een jonge redacteur bij een uitgeverij van juridische boeken. Hij is in een Duits stadje opgevoed door zijn afstandelijke, zakelijke moeder. Zijn Zwitserse vader is aan het eind van de oorlog om het leven gekomen aan het Duits-Russische front, waar hij voor het Rode Kruis werkte. Peter, die toen nog niet geboren was, heeft geen enkele herinnering aan hem. Hij is zoals al die andere afwezige Duitse vaders die in fotolijstjes op het buffet staan, versierd met een zwart rouwrandje.

Als kind brengt Peter zijn vakanties door in Zwitserland, bij zijn grootouders van vaderszijde, die het nooit over hun overleden zoon hebben. Met de idyllische beschrijving van die vakanties begint het boek. Er is echter meteen al iets geheimzinnigs aan de hand, want Peters moeder gaat nooit met hem mee en blijft aan de andere kant van de grens. Om wat bij te verdienen corrigeren die grootouders drukproeven van boeken in de serie “Romans ter lering en vermaak'.

Op een dag leest Peter er een over een uit Russische krijgsgevangenschap ontsnapte Duitse soldaat, die na lange omzwervingen naar huis terugkeert om te ontdekken dat zijn vrouw met een ander samenleeft. Hij keert om en verdwijnt, beseffend dat er niet meer op zijn komst werd gerekend. Het is een variatie op de vele Duitse “terugkeerromans' die na 1945 in overvloede verschenen, met als hoogtepunt Wolfgang Borcherts magistrale Draussen vor der Tür. Het stuiverromannetje maakt op Peter indruk als een indianenverhaal van Karl May. Maar tegelijkertijd is het ook een verhaal dat over zijn eigen vader zou kunnen gaan.

Als Peter volwassen is krijgt hij de drukproeven opnieuw onder ogen. Hij raakt nu zo in de ban van wat hij leest dat hij op zoek gaat naar de identiteit van de schrijver. Als een detective gaat hij nu te werk en ontdekt zo dat het huis waar het gezin van de teruggekeerde soldaat woonde in zijn eigen stadje ligt. Hij belt aan en er wordt opengedaan door een jonge vrouw, wier moeder een verhouding met de schrijver blijkt te hebben gehad. Alles lijkt nu als een puzzel in elkaar te passen en het duurt niet lang voordat Schlink je de naam van de schrijver opdient: Volker Vonlanden. Hij blijkt ook de schrijver te zijn van het artikel “De ijzeren regel', een verdediging van moordenaarsideologie van de nazi's waarin een zin staat als: “Wat je bereid bent van jezelf te eisen, geeft je het recht het ook anderen aan te doen'. Het komt er op neer dat als je zelf bereid bent te sterven voor de goede zaak, je gerechtigd bent om mensen te doden om dat doel te kunnen bereiken.

Maar hiermee is het raadsel allesbehalve opgelost. Als een volleerde detectiveschrijver maakt Schlink het mysterie alleen maar groter. Hierdoor wordt Die Heimkehr een steeds spannender boek, al vallen de puzzelstukjes soms op een te voor de hand liggende manier in elkaar. Maar in het laatste deel van de roman maakt Schlink dit gebrek geheel goed.

Moordenaar

Peters zoektocht voert hem uiteindelijk naar Amerika, naar een Duitse rechtsfilosoof die een studie heeft geschreven onder de titel The Odyssey of Law. Ook hierin komt de “ijzeren regel' voor, waarin wordt beargumenteerd waarom je je moet kunnen uitleveren aan het kwaad om het goede te bewerkstelligen: “Als de werkelijkheid niet de werkelijkheid daar buiten het raam is, maar de tekst die we erover schrijven en lezen, zijn niet de echte moordenaars verantwoordelijk, ook niet de slachtoffers, die er niet meer zijn, maar de tijdgenoten, die de moord betreuren en bestraffen.' Het is een existentialistisch denken, dat de moordenaars vrijpleit en het morele oordeel over hun daden toeschrijft aan hen die er niet bij waren en dus niet weten wat er echt gebeurd is. Die Heimkehr verandert hier in een analyse van de nazi-utopie en de aantrekkingskracht die de nazi-ideologie op zoveel jongeren heeft uitgeoefend.

Schlink probeert zich in Die Heimkehr te verplaatsen in de nazi's die ter verdediging van hun handelen betoogden dat ze, net als de communisten in de Sovjet-Unie, revolutionairen waren en dachten dat ze het goede nastreefden. Hun doel was, volgens hun eigen zeggen, het scheppen van een betere wereld en daartoe meenden ze ieder menselijk obstakel uit de weg te mogen ruimen. Zo groeit het boek uit tot een interessante bijdrage aan het debat over het wezen van de nazi's.

Aan het eind van de roman, waarin het in een Big Brother-achtige situatie tot een intellectueel duel tussen “goed' en “kwaad' komt, ontdekt Peter dat hij ook zelf bevattelijk zou kunnen zijn voor de verlokkingen van het kwaad. Het gezegde “de mens is de mens een wolf' blijkt hier dus ook voor hem te gelden.

Bernard Schlink: De thuiskomst. Vertaald uit het Duits door Wil Hansen. Cossee, 384 blz. euro 19,90