Welke quarantaine bedoelt Zwagerman?

Twee weken geleden hekelde Joost Zwagerman het dédain voor de actualiteit in de Nederlandse letteren. Jan Van Loy reageert. Arnold Heumakers en Gijs IJlander discussiëren mee.

“Wat zal de invloed van de moord op Theo van Gogh zijn op de Nederlandse literatuur?' Op die vraag heb ik in aflevering twee van het jaarboek Magazijn geantwoord: “Weinig invloed, denk ik, tenzij je columns tot de literatuur rekent.'

Om die reden rekent Zwagerman mij in zijn Kellendonklezing (Boeken, 17.02.06) tot de schrijvers die het zogenaamde “dogma van de literaire quarantaine' nabauwen. Dit dogma luidt dat actuele nieuwsfeiten niet thuishoren in de literatuur, niet als aanleiding, onderwerp, achtergrond of wat dan ook.

Zwagerman drukt mij in de verkeerde hoek. In mijn antwoord maakte ik een veronderstelling (“denk ik'): ik acht het weinig waarschijnlijk dat veel Nederlandse schrijvers zich laten beïnvloeden door de moord op Theo van Gogh, voilà. Of ik dat mooi of lelijk vind, staat niet in mijn antwoord.

De “jonge schrijvers' die in Magazijn vraagjes mochten beantwoorden, schreven ook een verhaal voor dat blad. Mijn bijdrage gaat over een achttienjarige jongen die via het internet te weten komt hoe je op een pijnloze manier zelfmoord kan plegen, met de garantie dat je het niet overleeft. Zijn poging mislukt, door zijn eigen geklungel, en hij ontwaakt in het ziekenhuis, voor altijd volledig verlamd. Pas na twee jaar kunnen zijn ouders verkrijgen dat euthanasie wordt toegepast.

Het toenemende aantal zelfmoordpogingen onder Vlaamse jongeren is blijkbaar niet actueel genoeg voor Joost Zwagerman. Of hij heeft mijn bijdrage niet gelezen? Hij leest nochtans behoorlijk veel. Niet alleen volgt hij de Amerikaanse literatuur op de voet, hij citeert ook schrijvers uit andere buitenlanden en leest alle boeken die worden ingezonden voor de AKO-prijs, meer dan tweehonderd per jaar. Volgens hem speelt een actueel nieuwsfeit maar in één procent van die stapel AKO-boeken een belangrijke rol. Nee, wacht: zo strikt mogen we de literaire quarantaine niet opvatten. Zwagerman heeft het verderop over “literatuur die zich concentreert op de vraag hoe we de wereld ondergaan', een literatuur gekenmerkt door “een vrijere omgang met de actualiteit'.

En zo wordt die “één procent' een immense overdrijving. Misschien heeft Zwagerman het alleen over Nederland - niet helemaal, want hij rekent een Vlaamse schrijver (ondergetekende) tot de dogmatici, maar op een bepaald moment maakt hij van de Nederlandse een Hollandse literaire quarantaine. Toegegeven, Zwagerman toont met enkele voorbeelden aan dat er zowel onder schrijvers als critici voorstanders zijn van het “quarantaine-dogma', maar het lijkt me alweer overdreven dat Amerikaanse auteurs vanwege een “poëtica' die vrij zou zijn van dat dogma, zich gedwongen voelen om over 9/11 te schrijven. Die 9/11-Welle is in eerste instantie te wijten aan de vorm en de omvang van een gebeurtenis die niet alleen schrijvers in hoge mate tot de verbeelding spreekt. Als Amerikaanse schrijver zou ik me ook niet kunnen voorstellen om er niet over te schrijven. De moord op John Kennedy, Watergate, Pearl Harbor: belangrijke gebeurtenissen in een groot land dat wereldwijd is gekend dankzij film en televisie, waardoor die gebeurtenissen meteen wereldgebeurtenissen worden, en de verhalen erover wereldverhalen. Dat is de ware kloof tussen de Amerikaanse en heel veel andere (kleine) literaturen.

Je zal als schrijver maar het geluk hebben te wonen in een land waar eens iets gebeurt. Een burgeroorlog, een dodelijke epidemie, een aanslag met een massa slachtoffers... De moorden op Fortuyn en Van Gogh? Belangrijk, maar te vergelijken met 9/11? De aanslagen van die dag bieden talloze vrijblijvende literaire mogelijkheden: honderden verhalen waarin bijvoorbeeld met geen woord van de islam hoeft te worden gerept. Een “algemeen menselijk drama' schrijven over de moord op Theo van Gogh, daarentegen, vereist een soort koorddanserij die niets met literatuur te maken heeft. In zo'n roman zou door de meeste lezers (iedereen?) een strekking worden gezocht. Dat ligt niet aan de benepen poëtica van de Nederlandse literatuur, maar aan de onvermijdelijk politieke dimensie van de gebeurtenis.

Wat dan met een roman die niet direct over de moord gaat, maar baadt in de sfeer van het post-Van Gogh tijdperk? Misschien heb ik als Vlaming de verkeerde indruk dat de sfeer in Nederland al langer geleden is veranderd. Vandaar, nogmaals, mijn antwoord op de vraag of de moord invloed zal hebben op de lliteratuur: “Weinig, denk ik.'

Ik zal het toch nog maar eens duidelijk uitroepen: “Ik ben tegen een al of niet bestaande literaire quarantaine!' Mijn werk spreekt wat dat betreft voor zich, maar het is jammer genoeg ontsnapt aan de fenomenale leeshonger van Joost Zwagerman.

Van de auteur verschenen bij Nijgh & Van Ditmar “Bankvlees' en “Alfa Amerika'.