Weekboek 9

Advocaat Spong ziet in zelfmoord de perfecte plot

Strafpleiter Gerard Spong heeft het Arnhemse gerechtshof vorige week een uitgebreide literatuuranalyse voorgeschoteld. Zijn bedoeling is te bewijzen dat schrijver Paul Harland er alles aan heeft gedaan zijn zelfmoord op moord te laten lijken. Aanwijzingen hiervoor zouden verborgen zijn in de romans die hij schreef en de boeken die hij las. Paul Harland is het pseudoniem van Paul Smit, een succesvolle Nederlandse science-fictionschrijver. Na zijn overlijden werd de Millennium Prijs van het Nederlands Contactorgaan voor Science Fiction zelfs omgedoopt tot de Paul Harland Prijs.

Paul Harland

Op 17 juni 2003 werd Smit dood in zijn bed gevonden, gestikt in een plastic zak om zijn hoofd. Hij woonde in Tiel en was 43 jaar oud. Wat er uit zag als zelfmoord, werd verdacht toen men een hoge concentratie slaapmiddel in zijn bloed vond. Smits (mannelijke) echtgenoot Tarik D. kreeg in eerste aanleg twaalf jaar voor moord met voorbedachten rade. Het OM ging in hoger beroep en eist nu zestien jaar gevangenisstraf. D. heeft alle schijn tegen. Smits afscheidsbrief was in krakkemikkig Engels geschreven, terwijl Smit zowel in uitstekend Engels als in het Nederlands publiceerde. De dreigmails die Smit volgens D. tot zelfmoord dreven, waren vanaf D.'s computer verstuurd. Volgens het OM waren er genoeg motieven voor moord. Smit zou hebben willen scheiden, waardoor de Bosnische D. zijn verblijfsvergunning zou verliezen. En D. was de enige erfgenaam.

D.'s raadsman Spong draait het verhaal nu helemaal om. Smit heeft zijn zelfmoord in D.'s schoenen willen schuiven. Uit wraak, omdat D. hem wellicht met HIV besmet had en om een uitweg te vinden uit een door depressies geplaagd leven. Maar ook als het ultieme laatste plot. ,,Voor science fiction moet je een goede plot schrijven, je kunt niet aankomen met een Ot-en-Sien-verhaaltje,'' meent advocaat Spong. Met name Paul Harlands boek The hand that takes is volgens Spong van belang. Elk van de drie hoofdpersonen vindt zijn einde in een zelfmoord die op moord lijkt. Smit zou de inspiratie voor zijn dood-als-kunstwerk met name hebben gehaald uit het werk van de Japanse schrijver Yukio Mishima. Ook die zou zijn zelfmoord in zijn boeken hebben aangekondigd.

,,Vorig jaar heb ik het hof gevraagd om een literatuurdeskundige te benoemen. Men heeft dat een tikkeltje hooghartig van de hand gewezen; ze konden heus wel lezen. Dus toen ben ik me er zelf maar in gaan verdiepen,'' aldus Spong. Eén van de mensen die hij om literatuursuggesties vroeg, was journalist Martijn Meijer. Meijer schreef de biografie Een leven tussen woord en moord over de schrijver Richard Klinkhamer, die zijn vrouw vermoordde. ,,Volgens mij is nooit eerder een literatuuranalyse als bewijs in een strafzaak gebruikt,'' zegt Meijer. Hij ried Spong onder meer De laatste deur van Jeroen Brouwers aan, een boek over zelfmoord in de Nederlandse literatuur. Meijer: ,,Brouwers stelling is, dat iedere schrijver die zelfmoord pleegt dat op de één of andere manier aankondigt in zijn boeken. Ik ken het boek van Harland niet, maar het is niet ondenkbaar dat hij daarin het scenario heeft geschreven van wat hij later zou voltrekken. Aan de andere kant zijn ook genoeg schrijvers die over zelfmoord schrijven zonder de hand aan zichzelf te slaan.''

Spong geeft in zijn pleitnota een overzicht van de overeenkomsten tussen The hand that takes en Smits leven, waarbij hij onder meer uitgebreid stil staat bij het extreme seksleven van de auteur. Ook zijn er parallellen tussen de moeizame relatie van een romanfiguur met zijn ouders en de verhouding van Smit met zijn ouders in werkelijkheid. Dat duidt er volgens de advocaat op dat Smit ,,besmet was met het virus van de autobiografie.'' Voeg daarbij zijn bewondering voor de Japanse schrijver/zelfmoordenaar Mishima en de theorie van Jeroen Brouwers en opeens staan de drie zelfmoorden in The hand that takes in een heel ander licht.

Spong hekelt de “normatieve literatuuropvatting' dat men een schrijver moet scheiden van zijn romanpersonages. ,,Betrekkelijk onomstreden is de gedachte dat feitelijk min of meer autobiografische verbanden kunnen bestaan tussen enerzijds auteur en anderzijds personages of gebeurtenissen in diens roman. Sterker nog, in de jaren negentig van de twintigste eeuw werd dit zelfs een thema in de literatuur en verkenden vele Nederlandse auteurs zelf uitvoerig de grenzen tussen het werkelijke leven en het geschreven leven,'' schrijft hij in zijn pleitnota.

,,Smit had een obsessie met moord en zelfmoord,'' legt hij uit per telefoon. ,,In het boek vloeien de twee telkens in elkaar over: iets dat moord lijkt, blijkt achteraf zelfmoord te zijn. Dit boek is de sleutel tot de zaak.''

Uitspraak volgt op 7 maart.