SER wijst flexibele AOW-leeftijd af

Mensen zelf laten kiezen op welke leeftijd hun AOW begint, is te duur en te ingewikkeld. In een conceptadvies spreekt de Sociaal-Economische Raad (SER) zich uit tegen de mogelijkheid de oudedagsuitkering eerder of later dan met 65 jaar te laten ingaan. Dat heeft een woordvoerder vanmorgen bevestigd.

De raad brengt volgende week advies uit over de vraag hoe kan worden gestimuleerd dat ouderen langer doorwerken. Daarover had staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) advies gevraagd aan de SER, waarin werkgevers, werknemers en onafhankelijke leden zitting hebben.

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft Van Hoof ook gevraagd naar de mogelijkheid van een flexibele AOW-leeftijd. Langer doorwerken zou dan tot een hogere uitkering leiden, bij vroeger stoppen is de uitkering lager.

Die keuzevrijheid zou volgens de SER tot hoge kosten in de uitvoering van de AOW leiden. Daarnaast heeft de ingreep grote gevolgen voor de manier waarop mensen sparen voor hun oude dag, omdat regelingen uitgaan van een vaste AOW-uitkering vanaf 65 jaar. Dat brengt ook mee dat er veel meer voorlichting nodig zou zijn.

De werkgevers en werknemers hadden eind vorig jaar in een advies van de Stichting van de Arbeid al vastgesteld dat er geen belemmeringen zijn om na het 65ste jaar door te werken met behoud van de AOW-uitkering.