Red me van mezelf

De schrijfster Désanne van Brederode besluit haar “pamflet', een genre dat aan een wonderbaarlijke wederopstandig lijkt te zijn begonnen, Modern dédain met een oproep aan kunstenaars en intellectuelen - ze spreekt van “wij' - om weer een ouderwets, onversneden “traditioneel dédain' te ontwikkelen voor de verlokkingen van de massamedia en het platte vermaak. Dat is haar antwoord op het “modern dedain' dat ze overal om zich heen ziet; de funeste overtuiging van de culturele elite dat ingewikkelde ideeën en hoge kunst alleen nog opgeleukt, in hapklare brokken en voorzien van toeters en bellen, kunnen worden opgediend, omdat anders het publiek wegloopt.

Haar hartenkreet verraadt een diepe onzekerheid. Wie geen overtuigend inhoudelijk argument meer kan bedenken om de kunst de lucht in te steken, zoekt zijn toevlucht in dit flinterdunne wij-gevoel. Jammer, want Van Brederode snijdt een belangrijk onderwerp aan. Redacties van kranten en televisieprogramma's, musea en andere culturele organisaties, breken zich het hoofd hoe ze een publiek kunnen bereiken dat steeds meer versnipperd raakt en zich veel minder gelegen laat liggen aan de traditionele indelingen tussen “hoge' en “lage' cultuur.

Dat is niet per se een kwestie van dédain. Wie eerlijk is, zal in veel gevallen zelf ook moeten toegeven dat zijn eigen interesses en culturele voorkeuren net zo divers zijn, en al even weinig geneigd om altijd keurig binnen de perken te blijven. Het publiek, dat zijn wij. Zo ook Désanne van Brederode, die opbiecht verslingerd te zijn aan clips van gangsta-rapper 50 Cent en het luchtige magazine van de Volkskrant.

Maar die openhartige constatering heeft voor haar pleidooi helaas geen gevolgen. Haar oproep krijgt zo het karakter van een zinloze smeekbede: red me van mezelf. Haar dédain geldt ook haar eigen smaak. Opvallend is de hunkering van de schrijfster om door de vertiermakers van de media serieus te worden genomen. Van Brederode wil, ook al kan ze niet goed autorijden of sporten, toch respect voor haar inspanningen op artistiek en intellectueel vlak, maar daar ontbreekt het volgens haar nu juist aan tegenwoordig. Wie werkelijk gelooft in elitaire kunst, zou in het onbegrip van de stamtafel juist een bevestiging en een aansporing moeten zien.

Dat de grens tussen hoge en lage cultuur poreus is geworden, betekent helemaal niet dat de noodzaak om een kritisch oordeel te vellen, om onderscheid te maken tussen wat er wel en niet toe doet, vervalt - integendeel. Die noodzaak is groter dan ooit door de enorme toename van het aanbod, waar we met een paar eenvoudige vooroordelen geen weg meer in kunnen banen. Hoe ontwikkel je kwaliteitscriteria, smaak en beoordelingsvermogen, als de simpele tweedeling tussen hoog en laag, kunst en vermaak, elite en massa steeds minder verband houdt met de werkelijkheid? Dat zijn de ingewikkelde vragen die Van Brederode ontwijkt. Ze verlangt terug naar een culturele constellatie met rangen en standen die, zo die al ooit heeft bestaan, nooit meer op die manier zal terugkomen. De vraag blijft dus: wat nu?

Désanne van Brederode: Modern Dédain. Pamflet. Querido, 47 blz. euro 5,95