Recensenten

Twee weken geleden hekelde Joost Zwagerman het dédain voor de actualiteit in de Nederlandse letteren. Jan Van Loy reageert. Arnold Heumakers en Gijs IJlander discussiëren mee.

Als decor is het in de Nederlandse letteren inmiddels gemeengoed geworden: de buitenwereld als achtergrond waartegen een verhaal zich afspeelt vergroot nu eenmaal de toegankelijkheid en maakt het voor de lezer gemakkelijker zich met personages te identificeren.

Iets anders ligt het met de actualiteit als thema, als onderwerp van reflectie. Dat komt inderdaad slechts op beperkte schaal voor in Nederlandse romans, maar nog altijd vaker dan Zwagerman het doet voorkomen. Er is weliswaar nog geen roman verschenen over de moord op Van Gogh, over de vuurwerkramp in Enschede of de cafébrand in Volendam, maar dat zijn ook te zeer incidenten om een roman te kunnen dragen. Een boek dat zich tot zoiets zou beperken zou ook nauwelijks interessant zijn. Een incident kan wél aanleiding zijn het kader (de oorzaken van het incident , de gevoelens die het losmaakt) nader te onderzoeken.

Het probleem is dat de recensenten met de actualiteit geen raad weten. Boeken waarin de mores van Nederland niet alleen voertuig maar ook onderwerp van de verbeelding zijn, vragen om een andere benadering dan de meeste van hen gewend zijn. Je komt er als criticus niet mee weg als je bij het bespreken van zo'n boek alleen wijst op de opbouw van het verhaal of de geloofwaardigheid van de personages, je zult ook moeten beoordelen of de behandeling van het thema hout snijdt. Dat betekent dat je uitspraken moet doen over de actualiteit, over de straat waaruit het rumoer opklinkt. En daar zijn de meeste recensenten - zo is mijn sterke indruk - bang voor.

Het is begrijpelijk dat recensenten zich liever niet vergalloperen op de wijze waarop Aad Nuis dat deed bij Kellendonks Mystiek Lichaam, maar dat is ook niet nodig: een bekwaam recensent weet dat de geconstrueerde werkelijkheid in een roman niet samenvalt met de wereld waarin hij leeft. Het is de kwaliteit van die constructie waarover hij uitspraken moet doen.

Zolang recensenten geen raad weten met straatrumoer dat meer is dan alleen achtergrond, worden schrijvers niet bepaald aangemoedigd zich aan de riskante actualiteit te wagen, maar of dat een zelfopgelegde quarantaine' is?