Onderzoek trekvogels gehinderd

Zes landen met overwinterende trekvogels willen niet dat onderzoekers voor de VN op hun grondgebied watervogels testen op het vogelgriepvirus. Dat belemmert de internationale aanpak van vogelgriep.

Dat zegt vogeltrekonderzoeker Ward Hagemeijer, hoofd biodiversiteit van het in Wageningen gevestigde adviesbureau Wetlands International. In opdracht van de Wereldvoedsel en -landbouworganisatie FAO onderzoekt hij in hoeverre trekvogels bijdragen aan de verspreiding van de voor mensen gevaarlijke vogelgriepvariant H5N1. Onderzoeken wijzen erop dat eenden daaraan bijdragen. Volgens Hagemeijer overleeft 30 procent van de besmette eenden. Zij blijven het virus uitscheiden.

De vogeltrekonderzoekers zijn geweigerd in Turkije, Tunesië, Iran, Soedan, Nigeria en Senegal, belangrijke overwinteringsplekken voor verschillende eendensoorten. De onderzoekers kunnen de ontlasting, het bloed en de cloaca van de vogels niet testen en geen zenders op eenden aanbrengen. Hierdoor stokt de kennis over de verspreiding van het besmettelijke griepvirus, zegt Hagemeijer.

Het betekent ook dat landen op de route van de voorjaarstrek, ook Nederland, de risico's van een uitbraak onvoldoende kunnen inschatten en mogelijk niet de juiste voorzorgsmaatregelen nemen.

De weigerachtige landen voeren verschillende redenen aan. In Iran en Tunesië mag niet worden gejaagd, Turkije zegt de handen al vol te hebben aan de uitbraak van de vogelgriep en Soedan denkt het onderzoek zelf te kunnen doen. Maar volgens Hagemeijer is dat een misvatting. 'Je moet overal op dezelfde manier dezelfde proeven uitvoeren om op dezelfde manier te kunnen meten.'

Op de achtergrond speelt, zegt Hagemeijer, vrees voor economische schade. Milieuministeries geven de VN-onderzoekers vaak wel toestemming, maar uit angst voor schade aan handelsbelangen in onder meer de pluimveesector draaien de ministeries van Landbouw dat besluit weer terug. Formeel hoeven landen hun grenzen niet te sluiten als in de vrije natuur vogelgriep wordt vastgesteld. Wel moeten ze dat melden. En daardoor zullen andere landen hun producten weren, vrezen ze.

Brieven van de FAO hebben niets uitgehaald. Landen zijn niet verplicht mee te doen. Sancties zijn er niet. Hagemeijer wil dat er internationaal bindende afspraken komen.