Onder de rokken kijken

Hoe zag het seksleven van onze voorouders eruit? Juist door de strenge moraal is die vraag voor de negentiende eeuw moeilijk te beantwoorden. Wat verheldert meer? Verbeelding of bronnen verzamelen?

“Ja', riep ze. “Ja jongen, kom maar. Trek je hem eruit? O, dondersteen die je bent.'

Dondersteen. Dat riep ze altijd als

hij zich met een ruk terugtrok en over haar buik of haar billen spoot.

Dit hitsige tafereeltje speelt zich af omstreeks 1900 in de Amsterdamse Jordaan waar de overspelige stuwadoorsvrouw annex dienstbode Marie om vijf uur 's ochtends in de keuken van haar werkgever de jonge pakhuisbediende Maarten Corbelijn “ontvangt'. Na het vluggertje rent Maarten, hoofdpersoon van Willem van Toorns roman Stoom het huis in de Noordermarktstraat uit en botst daar bijna tegen een fotograaf op. “Je staat er op, verdomme', roept de man en inderdaad: op het omslag van Stoom staat een foto van Jacob Olie waar achter poserende Jordanezen een hollend heerschap opduikt dat Maarten moet voorstellen.

De bedoeling van deze truc waarbij een historische foto met onbekende mensen wordt gefictionaliseerd, is het verhaal een realistisch tintje te geven. En het werkt: in één oogopslag zie je hoe mensen zo'n honderd jaar geleden gekleed gingen, hoe lang de rokken en schorten van de volksvrouwen waren en hoe omslachtig het dus wel geweest moet zijn om Marie in een gestolen moment op een keukentafel te nemen.

Toch komt de vrijage die duidelijk ontsproten is aan de eenentwintigste-eeuwse fantasie van Van Toorn weinig overtuigend over. Hoe komt de auteur erbij dat indertijd al dan niet getrouwde arbeidersvrouwen onder werktijd op die manier beschikbaar waren voor langslopende geile knechts? Berust dat niet op een oud vooroordeel over de “dierlijke' instincten van het lagere volk?

Het merendeel van wat we weten van het seksleven uit de negentiende eeuw komt uit romans van die tijd, die zich meestal in de hogere kringen afspeelden. Als daar al seksueel actieve vrouwen in voorkomen zijn dat over het algemeen prostituees of misbruikte dienstmeisjes, nooit vrijgevochten types als Marie in Stoom, die eerder lijkt te zijn weggelopen uit de seksuele revolutie van de jaren 1970.

Hoe zag het seksleven van onze voorouders er werkelijk uit? Het is een bekend probleem voor biografen en schrijvers van historische romans, zeker als het een historische periode betreft waarin dit onderwerp zozeer taboe was als de negentiende eeuw. Bestond hier maar een studie als het vijfdeligeThe Bourgeois Experience. Victoria to Freud van Peter Gay, heb ik biografen vaak horen verzuchten. Op basis van talloze romans, egodocumenten en biografieën brengt de Amerikaanse historicus daarin de lustbeleving en het gebrek daaraan van negentiende-eeuwers in kaart. Vooral deel twee, The Tender Passion uit 1986 doet talloze tot dan toe gesloten boekjes open en ontraadselt codes waarin seksuele boodschappen werden uitgewisseld.

Welnu, zo'n soort boek - zij het minder ambitieus van opzet en beperkter van omvang - is er sinds kort ook in Nederland. Cultuurhistoricus Pieter Stokvis stelde Het intieme burgerleven. Huishouden, huwelijk en gezin in de lange negentiende eeuw samen. In navolging van Gay verzamelde hij autobiografieën en andere egodocumenten van bekende en onbekende negentiende-eeuwse Nederlanders waarin zij zich over hun intieme verlangens en gedragingen uitlieten. Of de vrijpartij tussen Marie en Maarten zoals Van Toorn die optekent een gangbaar verschijnsel was, kunnen we er echter niet uit opmaken. Het enige wat Stokvis over iemand als Marie opmerkt is dat “vrouwen uit de volksklasse vrijer in de omgang waren en daardoor een erotische bekoring hadden voor mannen uit de burgerij, die toenadering konden zoeken om ervaring op te doen zonder al te veel verplichtingen'.

De behoeftes en bekoringen van mannen uit de burgerij is ook het voornaamste thema in de bundel artikelen Seks!... in de negentiende eeuw van Nop Maas. Uit een willekeurig aantal negentiende-eeuwse erotische brochures, tijdschriften en seksuele voorlichtingsboeken, aangevuld met passages uit romans, schetst hij het - bekende - beeld van de negentiende-eeuwse burgermannen die om uiteenlopende redenen (taboe op masturbatie, zwangere of zogende echtgenotes) hun heil zochten in bordelen.

Meteen in het eerste hoofdstuk gaat het echter al mis bij Maas. In plaats van met feiten en interessante interpretaties te komen, begint hij te moraliseren. Onder het kopje “Sexueele hygiëne' schrijft hij: “Het is natuurlijk niet goed te praten, dat zoveel mannen in de negentiende eeuw met een zekere regelmaat in het bordeel te vinden waren. Al was het maar vanwege de smerige ziektes die ze mee naar huis namen. Ze brachten de gezondheid van hun al dan niet aanstaande echtgenotes in gevaar, evenals die van nog ongeboren kinderen. Toch is hun gedrag wel een beetje begrijpelijk'

Wat volgt is een soort chronique scandaleuse met de wijd en zijd bekende verhalen over Van Deyssels onanie-verslaving, Louis Couperus' homoseksualiteit en jonkheer de Ranitz die de verwekker van koningin Wilhelmina zou zijn. Spotprenten en tekeningen uit satirische tijdschriften als De Ware Jacob en De Roode Duivel laten zien wat toen als pikant werd beschouwd: bordeelscènes, Emma en Wilhelmina als danseresjes, een dienstmeid die gepakt wordt door een jongeman wiens jaloerse vader in de deuropening verschijnt.

Seks!... in de negentiende eeuw biedt een bonte verzameling anekdotes maar voor het reconstrueren van negentiende-eeuwse levens heb je er weinig aan. De bundel, met op het omslag een tekening uit 1900 van een enorme penis waar wellustige meisjes enthousiast in klimmen, haalt het wat feitelijke informatie betreft niet bij het veel saaier ogende boek van Stokvis. Tot diens interessantste bronnen behoren (eerder gepubliceerde) passages uit het dagboek van literator Frans Coenen, latere boezemvriend van Carry van Bruggen en notoir bordeelbezoeker. Coenen (1866-1936) kwam niet aan zijn gerief in bordelen, gehinderd als hij werd door “een berg ficties van moraal en zielenadel'. Hij wilde zijn kussen bewaren voor “hogere wezens' en kon alleen lust beleven als er sprake was van enig gevoel van verstandhouding. In zijn dagboek schreef hij: “Ik zoek niet een hoer, al wil ik niet onmiddellijk ten huwelijk vragen. En dat is 't groot gebrek hier , dat deze tusschenvorm ongekend is.' Coenen vond die tussenvorm, zoals zoveel van zijn tijd- en standgenoten, in een maintenée, een “kelnerin' die hem op zijn wenken bediende in ruil voor geldelijke ondersteuning en protectie.

Stokvis maakt goed duidelijk dat de negentiende eeuw vóór alles een standen- of klassenmaatschappij was. Meisjes uit de gegoede burgerij werden opgevoed om een financieel gelijkwaardige partner te trouwen, losse vrijages met standgenoten waren uitgesloten. Voor jonge heren was er het alternatief van bordeelbezoek of scharrelen met volksmeisjes. Omgekeerd was dat onbestaanbaar: een meisje uit hogere kringen, zelfs als die liberaal of socialistisch waren, kon zich affaires met jongens van welke stand dan ook niet permitteren. En volksmeisjes en -vrouwen die niet als prostituee werkten keken wel uit om zich vrijwillig uit te leveren aan een standgenoot als daar verder niets tegenover stond.

Auteurs van historische romans horen zich te verplaatsen in de zeden en gewoonten van de tijd die ze beschrijven. Van Toorn valt aan te rekenen dat hij dat in Stoom te weinig doet. De roman is niet alleen ongeloofwaardig wegens de onwaarschijnlijke relatie tussen Maarten en Marie, maar vooral door Maartens uiteindelijke “vrije huwelijk' met nota bene een telg uit een geslacht van Twentse textielbaronnen.

Stoom speelt in 1903 en Maarten, straatarme zoon van een verongelukte spoorwegarbeider radicaliseert als gevolg van de spoorwegstaking en de daarop volgende algemene staking van dat jaar. Hij wordt lid van Troelstra's SDAP en raakt verliefd op de “rode onderwijzeres' Clara van Heek, die zich al na een paar ontmoetingen door deze nobele wilde (hij leest gedichten van Gorter) in haar huisje in Deventer laat ontmaagden. Ter voorbereiding heeft ze bij de neomalthusiaanse bond condooms besteld.

Clara van Heek is het “hogere wezen' waar een Frans Coenen slechts van kon dromen en dat in de werkelijkheid ook niet bestond. Meisjes van haar stand - zo blijkt ook uit het boek van Stokvis - gingen niet naar een kweekschool, mochten niet werken, waren niet in staat ongechaperonneerd mannen te ontmoeten, laat staan condooms te bemachtigen. Volgens het etiquetteboek De Goede toon uit 1891, zo lezen we bij Stokvis, mochten in haar kringen zelfs verloofden niet alleen gelaten worden en behoorden zij ook bij uitgaan en bezoeken in gezelschap van derden te zijn.

Van Toorn moet die etiquette wel negeren om zijn boodschap over te brengen. Hij wil laten zien dat onder invloed van het idealistische socialisme en de vooruitgang in wetenschap en techniek een nieuwe tijd was aangebroken waarin alles mogelijk leek. Dat blijkt uit wat er gebeurt als Clara ondanks het gebruik van het “preservatief' zwanger wordt. Maarten is dan van ongeschoold arbeider opgeklommen tot corrector bij het socialistische dagblad Het Volk en bereidt zich voor op een staatsexamen HBS om vervolgens een rechtenstudie te kunnen aanvangen. Clara deelt hem haar zwangerschap zo mee: “Als jij klaar bent, is er een Amsterdams kind dat dan al groot genoeg is om trots te zijn op zijn vader. Of haar vader.' En vervolgens: “Wij gaan niet trouwen. We bepalen zelf wat we doen.'

Weinig aannemelijk of tenminste extreem uitzonderlijk. In werkelijkheid zou Clara als ongehuwde moeder verstoten worden, nergens aan het werk komen, een maatschappelijke paria zijn, ook in haar geliefde SDAP. Zelfs een uitgesproken feministe als Aletta Jacobs zag zich genoodzaakt te trouwen toen zij een kind wilde. De vrije liefde, zoals geschetst in Stoom, was - behalve misschien in enclaves als Frederik Van Eedens kolonie Walden - eigenlijk ondenkbaar. Van Toorns historische roman krijgt daarmee een anachronistisch tintje, met hoeveel schwung hij het verhaal van het stakingsjaar 1903 verder ook vertelt.

Of zie ik het verkeerd en waren ze er wel, de uitzonderingen die het lef (en de middelen) hadden alle maatschappelijke conventies te trotseren, met hun milieu en familie braken zonder als paria door het leven te moeten? Ongeveer gelijktijdig met Stoom verscheen eind vorig jaar Passie voor vrijheid, een vie romancée over de scherpzinnige Utrechtse juriste en anarchiste Clara Wichmann (1885-1922), geschreven door sociale wetenschapster Ellie Smolenaars. Hoogleraarsdochter Clara Wichmann kwam uit een ander milieu dan de fictieve Clara van Heek, maar niettemin uit de hogere burgerij. Zij slaagde erin - hoewel dat gepaard ging met depressies en opname in een psychiatrische kliniek - een rechtenstudie te voltooien en als zelfstandig werkende vrouw politiek actief te worden. Ook op haar maakte de spoorwegstaking van 1903 diepe indruk, ook zij begon - zij het pas op haar 32ste - een liefdesrelatie met een lager opgeleide politieke geestverwant met wie ze enige tijd ongehuwd samenwoonde. Een verschil met Van Toorns Clara is dat ze uit een onconventioneel gezin kwam, niet met haar familie hoefde te breken, maar niettemin onmiddellijk trouwde toen ze zwanger werd. Zelfs in 1922, het vrouwenkiesrecht was inmiddels ingevoerd - was het blijkbaar nog onmogelijk zich daaraan te onttrekken.

Mij heeft het korte leven van Clara Wichmann (ze stierf tijdens de geboorte van haar dochtertje) altijd gefascineerd. Niet zozeer wegens haar briljante rechtsfilosofische en politieke ideeën die uit haar eigen geschriften al bekend zijn, maar om de wijze waarop ze zich tot onafhankelijke vrouw ontwikkelde en in die preutse tijd haar seksualiteit beleefde. Helaas heeft Ellie Smolders het niet nodig gevonden het “prachtige bronnenmateriaal' waarover ze beschikte op een controleerbare manier te verwerken tot een biografie. Brieven, agenda's, dagboeken, opgetekende herinneringen en een schrift getiteld Aantekeningen uit een tijd dat ik op een dood punt was! heeft ze door elkaar gehusseld en omgevormd tot wat ze in haar verantwoording “een spannend drama' noemt.

Helaas is de echte Clara Wichmann al doende opgelost in een gefantaseerde beeld van Smolders. Daarmee mist zij de kans om, via het leven van zo'n exceptionele vrouw, dieper door te dringen in die duistere spelonken van de negentiende eeuw, waar het taboe op seksualiteit en de verdringing van lustgevoelens vooral onder vrouwen slachtoffers maakten. Clara Wichmann was één van de vele vrouwen die, zoals het romanpersonage Eline Vere, leed aan de toen veel voorkomende kwaal die hysterie werd genoemd, maar Smolders doet geen poging haar depressie en opname te analyseren of te plaatsen in de tijd. Zo'n aanpak past nu eenmaal niet in een vie romancée. Biografieën zijn verre te verkiezen boven dergelijke gefictionaliseerde levensverhalen omdat ze gebaseerd zijn op traceerbare egodocumenten.

Pieter Stokvis laat in Het intieme burgerleven zien wat het belang is van egodocumenten om een tijd - en vooral de taboes en geheimen daarvan - in beeld te krijgen. Jammer is dat dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de talrijke biografieën van negentiende-eeuwse Nederlandse mannen en vrouwen die het afgelopen decennium zijn verschenen. Daarin zijn schatten aan informatie aangedragen over seksualiteit en de verdringing daarvan in wat Maritha Mathijsen zo mooi De gemaskerde eeuw heeft genoemd. Het wordt tijd dat al dit materiaal op een Peter Gay-achtige wijze wordt gevoegd bij het werk van Stokvis, dat nu eigenlijk nog niet veel meer is dan een uitgeschreven bronnenverzameling. In zo'n standaardwerk zouden de door Nop Maas verzamelde curiosa in Seks!...in de negentiende eeuw, mits beter gethematiseerd, uiteraard ook een plaats verdienen. En dan maar hopen op net even iets geloofwaardiger historische romans dan Van Toorns Stoom.

Pieter Stokvis: Het intieme burgerleven. Huishouden, huwelijk en gezin in de lange negentiende eeuw. Bert Bakker, 225 blz. euro 18,95.

Nop Maas: Seks!... in de negentiende eeuw. Vantilt, 238 blz euro 22,50

Ellie Smollenaars: Passie voor vrijheid. Clara Wichmann (1885-1922). Aksant , 248 blz. euro 24,90

Willem van Toorn: Stoom.Querido, 285 blz. euro 17,95

Ellie Smollenaars: Passie voor vrijheid. Clara Wichmann (1885-1922). Aksant , 248 blz. € 24,90

Willem van Toorn: Stoom. Querido, 285 blz. €17,95