Nobele neger in domineesland

De Amerikaanse blueszanger Big Bill Broonzy trad in de jaren vijftig regelmatig op in Nederland. Deze week verschijnt een box met tot nu toe onbekende opnames.

Big Bill Broonzy foto Hans Buter Buter, Hans

Ook een wonder komt nooit alleen. Zo plofte er onlangs een luxe boekbox van blueszanger Big Bill Broonzy (1893-1958) in mijn brievenbus, zonder persbericht. Die box bevatte iets bijzonders: nooit uitgegeven live-opnames van een concert van Broonzy, in februari 1953 gemaakt in het socialistische honk “Ons Huis' in de Rozenstraat in Amsterdam.

Nog vóór deze cd's in de winkel verschenen, zorgde Het Parool voor een tweede wonder: de “coming out' van de 49-jarige Michael van Isveldt. In een artikel op 17 februari in dit dagblad met de enorme kop “Big Bill Broonzy's enige nazaat' bekent deze dat hij de liefdesvrucht is van een relatie die zijn moeder Pim in de jaren vijftig met deze blueszanger had. Toen zijn moeder vorig jaar overleed, erfde Michael een doos met brieven waarin Broonzy bezwoer dat hij met moeder Pim zou trouwen. Naspeuringen van het KRO-programma Spoorloos hadden hem de zekerheid verschaft dat hij het enige kind van Broonzy was, zowel in Europa als in de Verenigde Staten.

Een Amerikaanse artiest die door Europa toert en daar zijn enige kind verwekt bij een 26-jarige vrouw die hij ook nog belooft te trouwen. Is dat niet te mooi om waar te zijn? Inderdaad. Want als deze Michael en de Parool-journalist de teksten in deze boekbox hadden gelezen, was dit interview waarschijnlijk nooit gemaakt. Op bladzijde 9 staat namelijk dat Broonzy en de theaterkostuum-maakster Pim van Isveldt elkaar ontmoetten aan de vooravond van een concert in Amsterdam. “Het was liefde op het eerste gezicht. She told Bill about her five-year old son and he told her about his children.“

Nog explicieter is de tekst op bladzijde 21: “In het voorjaar van '57 gaat Broonzy terug naar Chicago, waar zijn vrouw Rose, vijf kinderen Eveleen, William, Harriet, Willie en Catherine, en zeven kleinkinderen op hem wachtten.“

Romantische beeld

Het opvallendste aan Van Isveldts claim is dat die helemaal past in het romantische beeld dat Nederland in de jaren vijftig van Broonzy creëerde, namelijk dat van de nobele neger, zo weggelopen uit de hut van Oom Tom. De goedlachse, boomlange en praatgrage troubadour was een ideale figuur om aan het hart te drukken. Ten aanzien van de joden en in de koloniën had Nederland zich wellicht niet echt groots gedragen, maar via Broonzy viel veel goed te maken, zeker met betrekking tot ons aandeel in de slavernij.

Broonzy in de rol van de “excuustruus', een verschijnsel waar ook acteur Donald Jones in die jaren van profiteerde. Die hoefde maar “ik drrroom, ik drrroom' te zeggen en heel Nederland smolt. Een dubbelzinnig genoegen, zo vertelde hij later in een interview in De Tijd: “Kom wat drinken! Kom wat eten! Wat een leuke jongen! Dat was echt te gek hoor, maar aan de andere kant word je er doodziek van, want je weet dat het alleen door je bruine kleur komt.“

De behoefte om goed te doen was tijdens deze opnamen wellicht extra sterk doordat Nederland in een halve shock verkeerde als gevolg van de watersnoodramp van 1 februari 1953. Een feit waar Broonzy aan refereert alvorens “Back-Water Blues' van Bessie Smith in te zetten. In de roes van de radio-actie “Beurzen Open, Dijken Dicht' gaat dit erin als een kelk vol troost. En als Broonzy, duidelijk met een slok te veel op - de opnamen kostten twee flessen oude jenever - het Nederlandse volk begint te loven voor zijn enorme gastvrijheid, klapt het publiek in “Ons Huis' zijn handen stuk. Aan het eind deelt de blueszanger mee dat hij “all the black people in Mississippi“ gaat vertellen “that they should go to Holland“. Dit leidt niet onmiddelllijk tot een stormloop en tot zijn dood heeft Broonzy hier het blues- en folk-rijk alleen. Van zijn kistdragers Muddy Waters en Otis Spann heeft in Nederland nog vrijwel niemand gehoord, om van John Lee Hooker, Howlin'Wolf en Robert Johnson maar te zwijgen.

De ruim twee meter lange William “Big Bill' Broonzy werd geboren in Scott, Mississippi in een gezin met zeventien kinderen. Zijn militaire diensttijd bracht hij door in Frankrijk. Daarna verhuisde hij naar Chicago, waar hij trouwde met ene Annie, die hem in 1924 zijn eerste zoon schonk. Zijn eerste platen maakte hij drie jaar later voor het label Paramount. Vervolgens maakte hij tot 1951 opnamen voor vele maatschappijtjes die in de jaren negentig chronologisch werden verzameld op twaalf cd's op het Document-label.

Zijn grootste hits scoorde hij in de tweede helft van de jaren dertig. In 1938 had hij het geluk, als vervanger van de vermoorde Robert Johnson, te worden gekozen voor het grote “Spirituals to Swing'-concert in New York. Een onderneming van John Hammond, de ontdekker van onder meer Billie Holiday en Bob Dylan. Bij vlagen scoorde Broonzy ook nog na de oorlog, maar omstreeks 1950 had hij een baantje als portier en leek zijn carrière voorbij.

Na zijn herontdekking door radiohistoricus Studs Terkel trad hij in 1951 voor het eerst op in Europa. Het was het begin van een tweede jeugd en van de ervaring eindelijk eens goed geld te verdienen. Een jaar later trad hij twee keer op in Den Haag, onder andere in de Kurzaal in Scheveningen, het jaar daarop in vijf Europese landen. Na de twee concerten in “Ons Huis' in Amsterdam, die nu op de onderhavige cd's staan, speelde hij in nog vier steden. Tijdens een toernee van twee jaar later, georganiseerd door Paul Acket - de latere bedenker van het North Sea Festival - ontmoette hij zijn geliefde Pim van Isveldt. Ze reisde met hem mee naar Brussel en Parijs. Tijdens een van die trips is Michael verwekt, die in december 1956 zal worden geboren.

Veel hoogtepunten had Broonzy toen al achter de rug: radio-, televisie- en filmopnamen in heel West-Europa, de verschijning van zijn levensverhaal Big Bill Blues, opgetekend door Yannick Bruynoghe, en het deluxe album Retro, revival en the old time religion voor Philips, opgenomen in een “klassieke' studio.

Fles whisky

Voor deze laatste plaat, in Amerika uitgebracht door Columbia Records, ging Broonzy extra ver terug in de tijd. Voor Europa had hij zich een folk-repertoire aangemeten dat leek op dat van de roemruchte Leadbelly met standards als “John Henry', “Trouble in Mind' en “Down by the Riverside'. In de studio in Baarn raakte hij onder het drinken van minstens één fles whisky ook nog een beetje in de Heer met spirituals als “Swing low, sweet Chariot' en “Tell me what kind of Man Jesus is'. Nobele neger in domineesland. Volgens een ingezonden brief die in 1999 in het Bulletin van het Nederlands Jazz Archief verscheen, vroeg hij tijdens deze session Philips' pr-dame Jeanette van Garschagen ten huwelijk. Het succes dat Broonzy in Europa had, werkte door in de Verenigde Staten, waar hij veel platen maakte en optrad met onder andere Sonny Terry en Pete Seeger.

Wie naar de Amsterdamse opnamen luistert en bladert door het rijk geïllustreerde boek blijft wel zitten met één vraag. Waarom is deze rijke productie niet voorzien van minstens één dvd? Die vraagt prangt des te meer, omdat er ook genoeg filmmateriaal over hem bestaat en deze concerten uitstekend werden vastgelegd door Louis van Gasteren. Blues- en folkzanger Big Bill Broonzy was geen trendsetter of vernieuwer, maar imposant en kleurig genoeg voor een prachtige documentaire in zwart-wit.

Big Bill Broonzy: Amsterdam Live Concerts 1953 (MRCD 275). Distr. Munich. De Amerikaan Robert Riesman heeft een nieuwe biografie van Broonzy in voorbereiding