Moeder, ik ben niet gelukkig

De wereld van Jorge Luis Borges lijkt alleen uit boeken te bestaan. Volgens zijn jongste biograaf gaat daarachter veel autobiografische liefdespijn en ander leed schuil. Maar weet hij te overtuigen?

Jorge Luis Borges is de grootste schrijver van de Argentijnse literatuur en als we de zojuist verschenen biografie van de Engelse hispanist Edwin Williamson mogen geloven ook de meest schlemieligste. Wanneer in juni 1975 zijn moeder Leonor op 99-jarige leeftijd sterft, dicht hij: “Ik heb de vreselijkste zonde begaan / Die een mens maar begaan kan. Ik ben niet / Gelukkig geweest.' Hij is dan al een internationaal beroemde, met eerbewijzen overladen auteur geworden, maar zijn leven strekt zich achterwaarts uit als een lange aaneenschakeling van misère. Hij is op dat ogenblik nog net geen 75 jaar oud.

Dat onvermogen gelukkig te worden loopt als een rode draad door Williamsons biografie heen. Het vormt daarin niet alleen de sleutel tot Borges' leven maar ook tot zijn werk. Onhandig is hij, gekweld door schuldgevoel en in zijn jongere jaren ook nog eens onaantrekkelijk, dikkig en behept met een bijna ziekelijke verlegenheid. Vrouwen komen met een zekere frequentie zijn leven binnen, maar vluchten daaruit met een al even onwrikbare regelmaat ook weer weg. Alleen zijn moeder blijft een constante factor, die zijn leven steeds meer zal beheersen.

Fenomenaal moet Leonor Acevedo de Borges zeker geweest zijn. Ze stamde uit een oud Argentijns geslacht, dat door haar zorgvuldig werd gecultiveerd en ooit in haar zoon opnieuw gestalte zou moeten krijgen. Snobistisch tot op het bot, wist zij de ene na de andere verliefdheid van haar zoon te frustreren, voor zover hij dat met zijn hoekigheid zelf al niet deed. Zijn onvermogen tegen haar in opstand te komen, werd menig vriendinnetje teveel. Toen er eindelijk een geschikte partij gevonden was, was Borges al achterin de zestig. Het huwelijk hield maar een paar jaar stand en de echtgenote moest het einde ervan via een advocaat vernemen. Georgie, zoals Borges door intimi werd genoemd, had het hart niet het haar zelf te vertellen.

Moed

Die persoonlijke lafheid moet Borges zeker hebben gekweld - temeer omdat hij op het politieke vlak onverschrokkener was. In de strijd om het “nationale wezen' die in de eerste decennia van de twintigste eeuw het Argentijnse publieke debat beheerste, liet hij zich kennen als een uitgesproken verdediger van een modern, democratisch land dat oligarchie en het autocratie achter zich gelaten had en met een kosmopolitische blik de wereld inkeek.

Maar in de jaren dertig gleed Argentinië af naar een crypto-fascisme, dat met de verkiezingsoverwinning van Juan Domingo Perón na de Tweede Wereldoorlog alleen maar werd bestendigd. Het kostte Borges zijn betrekking in een gemeentelijke buurt-bibliotheek. Maar zelfs in zijn politieke moed moest hij het afleggen tegen zijn moeder, die bij een demonstratie tegen Perón gearresteerd werd en veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. Vanwege haar ook toen al ver gevorderde leeftijd mocht ze die in huisarrest uitzitten.

Een gevierd schrijver was Borges in Argentinië inmiddels wel. Onvermoeibaar had hij gestreden voor een moderne Argentijnse literatuur die aansluiting vond bij de internationale avant-garde. Een groot deel van zijn jeugd had hij in Europa doorgebracht, waar het gezin een nieuwe toekomst had gezocht en tijdens de Eerste Wereldoorlog in Genève was gestrand. Daar had hij Frans geleerd en de liefde leren kennen: op jongensmanier met zijn eerste vriendinnetjes en op grotemannenmanier in het bordeel, waar zijn vader hem ter ontmaagding naar had toegestuurd. Beide ervaringen zouden zijn relaties met vrouwen blijvend beschadigen.

Politiek en liefde vormen volgens Williamson dan ook de twee polen waaromheen het oeuvre van Borges draait. Dat is een opmerkelijke interpretatie voor een werk dat zijn faam ontleent aan de manier waarop Borges het fantastische verhaal ineen wist te vlechten met de meest esoterische eruditie en waarin de wereld uitsluitend nog uit boeken lijkt te bestaan. Een hogere ivoren toren dan die van Borges ficciones lijkt zich moeilijk te kunnen verheffen - en die indruk wordt niet weggenomen door het feit dat hij een vriendinnetje ooit in de cryptische vorm van een literaire recensie liet weten weinig meer in hun verhouding te zien.

Er moet bij Williamson dan ook nogal wat interpretatiekunst aan te pas komen, om uit zulke metafysische vertellingen als De Aleph of De bibliotheek van Babel Borges' amoureuze of politieke zielsbeklemmingen naar buiten te puren. Tegenover andere verklaringen houdt die acrobatiek niet altijd stand. Zo beschouwt Williamson Borges' langdurige zwijgen in de periode tussen 1953 en 1969 als een teken van relatieve zielenrust. Er waren eenvoudigweg geen kwellingen meer die hij van zich af te schrijven had. Nog geen alinea later stelt Williamson echter vast dat de oogaandoeningen die de schrijver van zijn vader geërfd had, hem het lezen en schrijven rond diezelfde tijd vrijwel onmogelijk begonnen te maken.

Precies dat laatste betekende doña Leonors finest hour. Wanneer een vriendin voorstelt voor Borges een bandrecorder te kopen, opdat hij zijn teksten daarop zou kunnen dicteren, schiet zij onmiddellijk uit haar slof: “Waar ben ik dan voor?' Vanaf dat ogenblik zullen Georgie en zijn moeder een vrijwel onafscheidelijk paar worden, totdat haar hoge leeftijd een huwelijk van haar zoon alsnog een praktische noodzaak maakt.

Eredoctoraten

Geen wonder dat het Borges nauwelijks lukte zijn leven als geslaagd te zien - en dat daarin plotseling een wending komt wanneer zijn moeder eindelijk gestorven is. De studente María Kodama, die Borges tijdens zijn ongelukkige huwelijk al tot steun was geweest, zal zich daarna ontpoppen als de eerste en enige liefde waarin hij, in alle opzichten van het woord, gelukkig is. Maar vooralsnog moet die relatie wel verborgen blijven. María weigert te trouwen en is daarmee in het nog altijd bigotte Buenos Aires veroordeeld tot de rol van “literair secretaresse'. Ze begeleidt Borges op zijn steeds spectaculairdere reizen, terwijl de eredoctoraten en literaire prijzen op hem neerregenen.

Alleen de Nobelprijs zal hem onthouden blijven en dat heeft hij grotendeels aan zichzelf te wijten. De staatsgreep van generaal Videla begroet hij als een redding van het vaderland en in één moeite door laat hij zich fêteren door het Chileense schrikbewind van Pinochet. Zijn vertrouwen in de democratie was al gaan wankelen toen Perón zich in de ogen van het volk opwierp als de sociale held van de massa's, die hun democratische stem graag voor een welwillende dictator inwisselden. In dit stuivertje-wisselen van links en rechts, vindt ook Borges zich tenslotte aan de andere kant van het politieke spectrum terug. Té laat ontdekt hij dat de verlichte dictatuur die hij toejuicht als antwoord op de inmiddels ontketende stadsguerilla in Argentinië, nog erger is dan alles wat hij ooit bestreden heeft.

Dat politieke gebrek aan tijdig doorzicht neemt niet weg dat de laatste tien jaren van Borges' leven zich ontpoppen als een onverwacht nawoord van liefdesgeluk. Maar heel veel tijd is hem niet meer gegeven. In 1985 wordt bij hem kanker vastgesteld en ter bescherming van haar rechten trouwt hij op de valreep met María Kodama. Wanneer de pers er lucht van krijgt, is het paar al neergestreken in Genève, de plek waar ooit het ongeluk begon en waar Borges overlijdt op 13 juni 1986. Voor wie, zoals Williamson, in diens persoonlijke leven, vooral de liefde, de sleutel tot zijn werk ziet, is de cirkel daarmee op alle vlakken rondgekomen.

Edwin Williamson: Borges. Een leven. Vertaald uit het Engels door Barber van de Pol. De Bezige Bij, 668 blz. euro 49,90

    • Ger Groot