Lexus als een gedrogeerde os door versnelling

Het boekwerkje Toyota in the world, uitgave 2005, staat stampvol tekst, cijfers en grafieken omtrent de wereldwijde activiteiten en bedrijfsresultaten van deze succesvolle automobielfabrikant. Op de laatste (uitklap)pagina wacht een verrassing: softporno voor autofanaten, 97 kleurenfoto's op postzegelformaat van alle modellen die bij de diverse divisies van de productielijnen rollen. De Toyota-divisie braakt 78 exemplaren uit, waarvan er enkele triviale typeaanduidingen hebben. Wat te denken van de sportief gelijnde Opa, MPV's die (de ark van) Noah heten of als (Lebens)Raum worden uitgevent? De Eco Car Line bestaat uit tien hybrides, met als verkoopkanon de trendy en van belastingvoordeel voorziene Prius. Zoekt de koper status, dan wordt er uitdagend naar hem gelonkt doornegen hoogglans gepoetste en op hun voordeligst gefotografeerde Lexus-modellen.

Lexus IS 220d Vanaf 39.242 euro Viercilinder dieselmotor. Vier kleppen per cilinder. Achterwielaandrijving. Cilinderinhoud 2231 cc. Vermogen 177Pk/130Kw/3600 tpm. Koppel 400 Nm/2000 tpm. Zes versnellingen. LxBxH: 457x180x142cm. Wielbasis 273 cm. Gewicht 1585 kg. Bagageruimte 378 liter. Topsnelheid 215 km/uur. 0-100 km/uur: 9 sec. Tankinhoud 65 liter. Verbruik 1:12 Basisuitrusting: 8 airbags. ABS/BAS/EBD/PCS/VSC rem- en stabiliteitssystemen. Audio/CD systeem met 13 luidsprekers. Airconditioning. Opties: Navigatiesysteem. Parkeerhulpcamera. Lederen bekleding. Adaptive Cruise Control Tekst en Foto Freddy Rikken Rikken, Freddy

Lexus is het premiummerk van Toyota, het heeft een klinkende naam wat betreft betrouwbaarheid en afwerking, maar uit de Europese verkoopcijfers valt af te leiden dat het met de aantallen in vergelijking met die van de beoogde concurrentie nog niet echt wil vlotten. Dit in tegenstelling tot Noord-Amerika, waar er twaalf maal zoveel worden verkocht. In deze klasse zijn kopers trouw aan hun merk, stappen ze niet snel over naar de concurrent. Men schurkt zich liever tegen de be-kende en met status opgetuigde merken aan als Audi, Mercedes en BMW. De sinds 1998 geproduceerde maar niet op de Japanse markt zelf uitgebrachte kleine Lexus IS200/300 heeft zich met 200.000 stuks vermeerderd, een vernederend aantal vergeleken bij die van de concurrentie. Toch bezat de wagen een aansprekend uiterlijk en voortreffelijke rij- en stuureigenschappen. Er ontbraken enkele voorwaarden om de IS200/300 tot een succes te maken: het Europese dealernet was pover en er was geen dieselmotor leverbaar, een absolute must in het zakensegment. Met de komst van de nieuwe versie is er voor het eerst een motor werkzaam volgens de aloude principes van ing. Rudolf Diesel, in het vooronder van een Lexus te vinden. Ook bij Toyota wordt op de kleintjes gelet, een speciaal voor de IS ontwikkelde diesel kon er niet af. Het is dezelfde viercilinder Toyota-motor uit de sullige en door het vertegenwoordigersgilde aanbeden Avensis. Hij drijft daar de voorwielen aan, bij de IS heeft men hem in de lengterichting gemonteerd en omgebouwd tot een achterwielaandrijver. Gelukkig, want voorwielaandrijving en plezierig sturen hebben nu eenmaal bitter weinig met elkaar te maken. Mens en auto groeien saampjes gestaag in lengte, doorsnede en gewicht. Zo ook deze Lexus. Het koetswerk heeft niet meer het stoere en gedrongene, kreeg de wufte familietrekken van de GS en de komende LS en staat in de standaarduitvoering te hoog boven het asfalt. Wat het ontwerp geen goed doet.

In het interieur valt onmiddellijk het prachtige en goed werkende instrumentenpaneel op. Het roept heimwee op naar de tijd dat er bij de Duitse firma Braun pionierswerk werd verricht op het gebied van het industriële ontwerp. Daarom is het jammer dat de drukke en met metaalverf gespoten plastieken middenconsole zo uit de al eerder genoemde Avensis lijkt gestapt. De IS was voorzien van een (optioneel) state of the art navigatie/audiosysteem, en wat heb ik het ding leren haten. Een auto en zijn accessoires dienen zodanig ontworpen te worden dat alles als vanzelf en zonder handleiding kan worden begrepen en bediend. Zo niet deze notoire dwarsligger, die ook nog eens voorzien was van storende (ver)taalfouten. Het interieur genereert een warm en veilig gevoel maar is in breedte en lengte een maatje te krap. Vooral de hoofdruimte boven de achterbank heeft te lijden onder de lage daklijn. De diesel maakt bij de koude start een bonkend winkelwagengeluid, trekt als een gedrogeerde os door de eerste vijf versnellingen en valt vervolgens stil in de als overdrive bedoelde zes. Dat gaat gepaard met hinderlijke brom- en resonantiegeluiden. Het is een slecht gekozen motor/versnellingsbakcombinatie, de te ver opgefokte motor is ook nog eens uitgesproken dorstig. Waarschijnlijk zijn deze versnellingsbakverhoudingen gekozen voor Autobahn-snelheden.

Er moet hoognodig nog wat gesleuteld worden aan deze uitdagend geprijsde, scherp sturende en uitmuntend afgewerkte diesel-Lexus.

Tekst en FotoFreddy Rikken