Krokodillen in de bouwkuil

In 2001 debuteerde Jannah Loontjens met Spectroscoop. Die bundel verscheen bij De Beuk en trok weinig aandacht. Een zelfde lot bleek een jaar later Loontjens' tweede bundel, Varianten van nu, beschoren. De critici zwegen. Er was ook geen echt referentiekader voor een solide recensie. In Loontjens' verzen waren meer licht filosofische dan poëtische momenten. De toon was direct en de beeldspraak weinig verrassend. Storend vond ik het soms geforceerde taalgebruik, zoals in het eerste couplet van “Moment': “met om elkaar geslagen armen / passen wij exact in de zonnevlek / gelijk een schijnwerper valt zij / door het compact wolkendek'. Dat was niet gezien, maar een maaksel.

Niet besproken worden is kleinerend. Noemde Jannah Loontjens ook daarom haar derde bundel Het ongelooflijke krimpen? In de laatste cyclus daarvan maakt ze zich letterlijk klein. Ten voordele, want “Hoe kleiner je hier bent, / hoe langer de dag nog duurt, / hoe sneller het hart klopt, / hoe meer je in een seconde ziet.' Dat is geen maaksel meer, maar de neerslag van ervaring. Anders dan in haar eerste twee bundels biedt de dichter wezenlijk inzicht in wat haar leven en dagen bepaalt. De overpeinzingen zijn nu gelaagd en de beeldspraak is rijker. Dat maakt de gedichten dwingender, en dat is winst. Lees “Ivoren toren':

De mouwen van mijn maatpak lubberen,hoelahoepen rond mijn polsen.Ik loop de broekspijpen onder mijn hielen stuk.

Voortaan haal ik colberts van de kinderafdeling,uit de Turkse winkel, om de hoek.

En de stoelen, de banken, ze rijzen als huizenboven me uit. Ik kan tennissen met een borrelnootje, als ik dat zou willen.

Het tapijt is een stugge toendrawaar ik met moeite doorheen ploeg.

Een kat gluurt met een oog zo grootals een badkuip door het raam.

Kenmerkend is de heldere stap-voor- stap presentatie van de beelden. De syntaxis is die van het alledaagse taalgebruik; moedwillige inversie, en andere kunstgrepen ontbreken. Daarin lijkt de poëzie van Loontjens op het werk van Hanny Michaelis. Ook bij die dichter ontbreekt de borstroffel. Bij de waardering telt het “wat' dus zwaarder dan het “hoe'.

Jannah Loontjens werd in Kopenhagen geboren, groeide op in Zweden en in Nederland en studeerde filosofie van kunst en cultuur in Amsterdam en New York. Een internationaal bestaan dus. Er wordt dan ook veel gereisd in Het ongelooflijke krimpen. Vooral in de eerste cyclus, “Maquette', zit de dichter menigmaal in een vliegtuig. De volgende cycli, “Appartement' en “Zijkamer', zijn meer en meer centripetaal. Het reizen richt zich dan steeds verder inwaarts. Tot het totale inkrimpen, tot “Nauwelijks zichtbaar zijn', tot het laatste gedicht, tot “Het'.

Intussen stelt Loontjens interessante vragen, zoals “Wat voor geluid maakt het als de zon door de wolken breekt?' Dat is ook de titel van een van de beste gedichten in de bundel. Het decor is opnieuw een vliegtuig, met de daarbij horende angsten.

Stel dat hij breekt, een vleugel van de romp,de staart, of een stuk buik als van een hompbrood, of tegen een rots in de wolken botst,

Loontjens verpakt dit moment van angst tussen twee televisiecitaten en een serverende stewardess. De koek die die “stjoewardes' morgenochtend misschien, per plak verpakt, zal opdienen is een functioneel beeldrijm met het bizarre citaat in het tweede couplet: “Op net drie articuleert een rechter: / “Het vormt een bedreiging voor het / voortbestaan van de 600-grams ontbijtkoek.''

Zulk gewiekst collagewerk lees ik graag, en dat geldt ook voor doorgeschoten fantasietjes zoals die in “Voor mijn deur'. Dat gedicht beschrijft een vollopende bouwkuil op straat. De buurman vouwt zijn krukje uit om eindeloos te hengelen. “En ik zou,' schrijft Loontjens, “zweren dat ik een krokodil zag.' Maar dan komen de werklieden, met alle gevolgen vandien. “Een meerkoet zwemt, met een vis / in de bek, in een lading cement. // Een interessant fossiel / voor toekomstige tijden.'

Het ongelooflijke krimpen heeft een hoog anekdotisch gehalte. Het is geen grootse of vernieuwende poëzie. Maar al lezend bereik je dan onverhoeds “Scotch', met zulke intrigerende regels als

En als ik me niet vergis is het de

oorzaak die het gevolg is. Is het de

supermarkt die dicteert dat ieder

beeld een kopie is van een kopie

van een kopie, en omgekeerd.

Gevoel is stug te sturen, soms

is het mijn binnenkant die van buiten

kleeft. De grootte van mijn kamer ligt

aan het licht, en de diepte van de foto's

aan de sterkte van het plakband.

Dit is de gelaagdheid die ik miste in Spectroscoop en Varianten van nu. Loontjens derde bundel maakt nieuwsgierig naar meer.

Jannah Loontjens: Het ongelooflijke krimpen. Prometheus, 51 blz. euro 14,95