Koor

“Vandaag gaan we zingen“, zegt juf Wijskop. “Ik ga jullie indelen in vier groepen, maar voordat ik dat doe moet ik horen hoe hoog of hoe laag jullie kunnen blaffen.“

Een voor een noemt juf de namen op van de honden in de klas. Boris kan heel laag blaffen. “Jij komt bij de bassen“, zegt juf.

Rintje blaft wat hoger dan Boris en hoort bij de tenoren.

“Waar hoor ik bij?“ vraagt Henriette. “Ik kan namenlijk heel mooi zingen.“

“Laat eens horen“, zegt juf.

Henriette blaft heel hoog en heel hard. “Mooi“, zegt juf. “Maar je kan iets zachter zingen, dan klinkt het mooier. Je hoort bij de sopranen.“

Josefien het poedeltje zingt weer wat lager dan Henriette. Zij wordt bij de alten ingedeeld.

“Ik kan niet mooi blaffen“, zegt Tobias. “En al helemaal niet zingen.“

“Probeer dit eens na te doen“, zegt juf. “Do, re, mi, fa, so, la, ti, do.....“ Eerst komt er helemaal geen geluid uit Tobias' keel. Maar als juf een tijdje doorzingt, begint hij opeens te janken. Eerst klinkt het zacht, maar het wordt harder en harder. “Je lijkt wel een wolf!“ zegt juf. “Ik heb nog nooit zoiets gehoord.“

“Ik kan er niets aan doen“, zegt Tobias. “Het gaat vanzelf. Waar hoor ik bij?“

“Je hoort eigenlijk helemaal nergens bij“, zegt juf. “Maar ik heb wel een idee. Laten we eerst het lied gaan oefenen. Het gaat zo: Kun je blaffen blaf dan mee!/ Blaf woef, blaf waf, dat is oké!/ Wil je niet zingen dan rap je de muziek,/ want iedere blaf of woef is uniek!// Eerst komen de bassen, hoog op de benen,/ ze zingen heel laag, het komt uit hun tenen./ Dan de tenoren die zingen heel zwoel,/ ze klinken zo zoet en zo vol gevoel./ De alten vervolgens zijn heel serieus,/ ze kunnen ook neuriën zo door hun neus./ En dan de sopranen, de sterren van 't koor,/ die zingen zo hoog, het doet pijn aan je oor!// Kun je blaffen blaf dan mee!/ Blaf woef, blaf waf, dat is oké!/ Wil je niet zingen dan rap je de muziek,/ want iedere blaf of woef is uniek.“

“Het refrein blaft iedereen mee“, zegt juf dan. “Maar bij de bassen zingen de bassen, bij de tenoren de tenoren, bij de alten de alten, bij de sopranen de sopranen!“

“En ik dan?“ vraagt Tobias.

“Zoals het lied al zegt kan je de tekst ook rappen“, zegt juf. “En aan het einde van het lied geef jij je bijzondere wolvenhuil!“

“Mag ik ook een stukje alleen zingen?“ vraagt Henriette. “Dan kan je pas horen hoe mooi mijn stem klinkt.“

“Dat is goed“, zegt juf. “Maar we gaan nu eerst oefenen!“

WORDT VERVOLGD

Meer over Rintje op www.rintje.nl