Klant in zorg stapte toch over

Veel consumenten stapten over naar een andere zorgverzekeraar voor een goedkoper collectief contract. Dat had niemand van tevoren verwacht. 'De markt is op drift geraakt.'

Nog geen half jaar geleden voorspelden politici, verzekeringsmaatschappijen en onderzoeksbureaus dat mensen geen behoefte hadden om te wisselen van zorgpolis. Voorzitter Hans Wiegel van Zorgverzekeraars Nederland voorzag dat mensen hun eigen verzekeraar trouw zouden blijven. Minister Veerman (Landbouw, CDA) noemde een zorgstelsel waarin mensen zelf op zoek gaan naar de beste verzekering zelfs 'fictief'. Beiden verwezen naar de energiesector, waar bedrijven hun klanten zelfs bij grote prijsverschillen niet zagen vertrekken.

Nu de periode dat klanten van zorgverzekeraar kunnen wisselen deze week is afgesloten, blijkt dat als het om gezondheidszorg gaat, individuele burgers maar ook organisaties en werkgevers wél de moeite nemen polissen door te spitten, aanbiedingen met elkaar te vergelijken en zich bij een nieuwe verzekeringsmaatschappij aan te sluiten. Volgens sommige peilingen is één op de vier verzekerden van maatschappij gewisseld.

Hoe komt het dat niemand dat zag aankomen?

Dat veel mensen overstappen heeft alles te maken met de collectieve contracten die verzekeraars hebben ingezet om zo veel mogelijk klanten binnen te halen. Als zorgverzekeraar CZ bijvoorbeeld géén contract met de politie had kunnen sluiten namens 130.000 politiemensen, had deze wellicht de strijd om meer verzekerden verloren. Nu heeft CZ er ongeveer 100.000 verzekerden bijgekregen. De politieagenten waren jarenlang bij Agis verzekerd, dat gisteren bekendmaakte de slag te hebben verloren. Agis raakte 430.000 klanten kwijt, inclusief de agenten.

Verzekeringsmaatschappijen gingen er begin vorig jaar nog vanuit dat verzekerden een nieuw zorgstelsel eerst rustig zouden aanzien en na een jaar de eerste 'schuchtere stapjes' zouden zetten. Dat zegt bestuursvoorzitter Gaston Sporre van zorgverzekeraar Achmea. '2006 zagen we als een jaar van gewenning.'

Afgelopen najaar zei minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) dat de premie voor de basisverzekering dit jaar gemiddeld 1.106 euro zou bedragen. De 'Hoogervorstnorm', zegt Sporre, maakte dat verzekeraars eronder wilden gaan zitten, om te laten zien dat ze niet te duur waren.

verzekeraars Klanten binnenhalen met 'premiedumping'

Met de premies, die per maand slechts enkele euro's van elkaar verschilden, konden verzekeraars zich niet voldoende van elkaar onderscheiden. Pas toen ontdekten verzekeraars een nieuw wapen in de strijd om verzekerden: de collectieve contracten.

In eerste instantie verwachtten verzekeraars niet veel van collectieve contracten. De Zorgverzekeringswet, die dit jaar is ingegaan, bepaalt namelijk dat iedereen zich individueel moet verzekeren. Werknemers hoefden niet meer de bedrijfsverzekering te kiezen om in aanmerking te komen voor een vergoeding van de werkgever.

Maar verzekeraars ontdekten dat collectieve contracten met vrijwel iedere groep gelijkgestemden kon worden afgesloten en dat daar veel vraag naar was. Wettelijk kwam vast te staan dat verzekeraars bij collectieve verzekeringen 2,5 tot 10 procent korting mochten geven. Iedere gelegenheidsgroep van verzekerden wilde die 10 procent korting krijgen en zou anders naar een concurrent overstappen. Verzekeraars gingen zich als prijsvechters gedragen en maakten reclame met hun aanbiedingen. 'Toen is de markt wat op drift geraakt', zegt Sporre.

Agis, bleek gisteren, verloor ruim een kwart van zijn verzekerden, Achmea kreeg er zo'n 10 procent bij. Onderzoeksbureau TNS-Nipo verklaarde twee weken geleden dat toen een kwart van alle Nederlanders al was overgestapt. Verzekeraars verwachten hooguit 15 procent overstappers. Ter vergelijking: tot vorig jaar veranderde jaarlijks niet meer dan 4 procent van zorgverzekeraar.

Agis, een voormalig ziekenfonds, beschuldigt private concurrenten er nu van polissen onder de kostprijs te hebben verkocht om klanten binnen te halen. Met name op de collectieve markt zouden vrijvallende vermogens bij particuliere verzekeraars voor 'premiedumping' hebben gezorgd. Sporre erkent dat bij Achmea 'voor sommige contracten' de premies 'rond de kostprijs dansen'. Maar dat Achmea veel zakelijke klanten heeft gewonnen, is volgens hem te danken aan de 'jarenlange goede contacten met werkgevers.'

Anne de Boo, hoofd onderzoek van informatiecentrum Vektis voor zorgverzekeraars, zegt ook dat premieverschillen niet de oorzaak kunnen zijn van de grote aantallen 'overstappers'. Het premieverschil tussen de goedkoopste en de duurste verzekeraar is dit jaar zelfs kleiner dan in voorgaande jaren. 'Alle verzekeraars zitten laag met hun premie.' De nieuwe zorgverzekering heeft in de media zoveel aandacht gekregen, zegt hij, dat mensen zich er meer dan andere jaren van bewust zijn dat ze kunnen overstappen.

Zo zijn er enkele regionale verzekeraars die onverwacht zijn gegroeid. De Friesland bijvoorbeeld, of DSW in Schiedam. 'Wij zijn bijzonder verrast', zegt bestuursvoorzitter Chris Oomen van DSW. 'Wij geven niemand korting en hebben geen reclame gemaakt.' Het bedrijf maakte wel als eerste de tarieven bekend en kreeg daarmee gratis publiciteit. DSW ging van 256.000 naar 322.000 verzekerden. Als DSW verzekerden had verloren, zegt Oomen, dan had het niet zelfstandig kunnen voortbestaan. 'Met minder dan 250.000 klanten zouden onze kosten te hoog zijn, of de kwaliteit zou achteruitgaan.' DSW praat al een jaar met Azivo over samenwerking. 'Dat doen we nog steeds', zegt Oomen. De verwachting is dat meer verzekeraars de komende tijd zullen samenwerken.

Het Centraal Planbureau verwacht dat de premies volgend jaar fors zullen stijgen. Een ander gevolg kan zijn dat verzekeraars nu goed naar de inhoud van de polissen gaan kijken. Sporre: 'In de wereld van zorgverzekeraars wordt in eigen huis goed gekeken wat te doen om de kostprijs op peil te houden. Nu wordt het tijd om richting medisch circuit, van a tot z - van apotheek tot ziekenhuis - te kijken waar winst kan worden geboekt op kosten en kwaliteit.'