Hoe ik mijn verjaardag veilde

DUBLIN. Het idee ontstond in december in tearoom de Pompadour in Amsterdam. Een meisjesachtige dame met wie ik heb samengewerkt voor een televisieprogramma vond dat ik mijn vijfendertigste verjaardag niet ongemerkt voorbij mocht laten gaan. Of beter gezegd, zij meende dat ik mijn Nederlandse uitgevers moest uitnodigen voor een diner in Dublin om mijn nieuwe werk te veilen. Van de veiling kwam het verjaardagsfeest, want waarom niet het een met het ander combineren? Spannend wordt het pas als men kan kopen wat men begeert.

Ik zou, zo was het plan, alle mensen uitnodigen die de afgelopen vijf jaar een rol in mijn leven hadden gespeeld om naar Dublin te komen. Voorzover die mensen nog in leven waren en voorzover ik ze nog wenste te spreken. Eerst een ontvangst bij mij thuis. Echt thuis kon het huis in Dublin niet worden genoemd, maar goed. Daarna een diner in een restaurant waarvoor naar ik hoopte de mensen zich niet zouden hoeven te schamen.

De reis zou door mij worden verzorgd. Onderdak moesten de invités zelf betalen. Dat was dan meteen ook hun cadeau. Voor alle partijen leek me dat de beste oplossing. De uitnodiging, getiteld “Heb je ook nog vrienden?', ging vergezeld van een aantal suggesties voor betaalbare en minder betaalbare accommodaties.

Ik nodigde ongeveer zestig mensen uit, in de veronderstelling dat er circa vijfentwintig zouden overblijven.

Er waren twijfelgevallen. Mijn kapper in New York bijvoorbeeld. Ik besloot uiteindelijk dat zijn komst naar Dublin overdreven was, voornamelijk uit angst dat ik weldra ook zijn feesten en partijen zou moeten opluisteren met mijn aanwezigheid. Mijn Franse leraar is een trotskist en ik meende dat de aard van het evenement hem tegen de borst zou stuiten. Waar lag precies de grens, wanneer heeft iemand een rol in je leven gespeeld die een dergelijke uitnodiging rechtvaardigt? Je kunt mensen ook in verlegenheid brengen. Drieënveertig mensen bleken bereid naar Dublin af te reizen. Dat viel tegen, of misschien ook mee.

Het aantal stelde mij voor logistieke problemen die bij nader inzien vooral psychologisch van aard bleken. De organisatie was in handen van een vrouw die feitelijk mijn leven organiseert. Mijn taken bleven beperkt tot het stellen van vragen als: “Gaat het nog steeds om vier tafels van elf mensen? Dit in verband met de tafelschikking.' En: “Kun je een babysitter regelen?'

Naarmate de datum naderbij kwam groeide de twijfel. Ik had voor dat geld ook een maand naar de Seychellen kunnen afreizen, zonder me zorgen te maken of men zich zou amuseren. Vooral dat laatste woog zwaar. Ik had net als verleden jaar de dag in volledige afzondering kunnen doorbrengen. De mythe dat het genie zich terugtrekt uit het sociale verkeer zal toch op enige waarheid berusten. Wie een genie wil zijn, zorgt voor isolement, de genialiteit volgt vanzelf.

Er waren nachtmerries die hetzelfde stramien volgden. Ik kwam met een kleine vijftig man aan bij het restaurant. De manager zei: “Maar het ging toch om 22 maart?“

Met de groep zwierf ik door een regenachtig Dublin op zoek naar een alternatief, tot iemand achterin riep: “Zijn we hiervoor helemaal gekomen?“

Er waren ook fantasieën. Kort voor aanvang van de festiviteiten zou ik met een taxi richting Cork verdwijnen. Telefonisch zou ik enkele goede vriendinnen vragen de honneurs waar te nemen.

Maar verdwijnen doe je niet voor een paar weken. Verdwijnen doe je voor altijd. Ik vond dat voorbarig.

En het toegeven aan angstige vermoedens stond me ook steeds meer tegen. Men dient zijn angsten zorgvuldig te kiezen. Voor je het weet word je iemand die gesprekken lardeert met griezelverhalen over spinnen en slangen.

De angst voor de vrouw was half overwonnen, de angst voor de man zorgde voor een gezonde concurrentiepositie. De mensenangst in het algemeen mocht vanaf nu niet langer een deugd heten. Een klein gebrek was nog steeds geen bezwaar, maar ik ging me er niet meer op laten voorstaan. Ik zou sociaal worden.

Maandag kwam ik aan in Dublin. De huishoudster had de verwarming in het appartement aangezet. De handdoeken en het beddengoed waren gewassen.

Maandagmiddag zouden mijn petekind en zijn moeder arriveren. Dinsdagmiddag mijn geliefde. Het was voor het eerst dat ik met beide vrouwen onder één dak zou slapen. Mijn manicure, die een moederlijke rol in mijn leven vervult, had me gewaarschuwd voor catastrofes. Het einde van langdurige vriendschappen. Drama's die voor mooie verhalen zorgen als men zeventig is maar die toch vooral hoogst onaangenaam zijn. Zelf was ik ook niet helemaal gerust op de goede afloop.

Alles hangt in dergelijke gevallen af van de bereidheid het vertrouwde concept te vervangen door een nieuw ontwerp. Wat is een familie? Wat is een stel? Wat betekent “mijn huis'? Waar begint het petekind precies?

De geliefde bracht een cadeau mee voor dat petekind. Het boek Kikker is verliefd. Een goed begin.

Petekind bleek doller op de borsten van de geliefde dan op Kikker is verliefd maar ook dat was een goed begin te noemen.

Met zijn vieren gebruikten wij “high tea' in een hotel. Om de beurt gingen wij achter de peuter aan. En toen wij 's avonds in wijnbar Ely gingen eten, leek het alsof wij al weken in elkaars gezelschap verkeerden. Ik begon erover te fantaseren dat de moeder van mijn petekind en mijn geliefde voor altijd bij elkaar zouden blijven. Hier in Dublin bijvoorbeeld. Dan hoefde niemand alleen te zijn als ik op reis was.

Aanvankelijk had ik gezegd: “Mannen slapen bij de mannen, vrouwen bij de vrouwen.“ In het appartement bleek dat moeder en kind de bovenste slaapkamer kozen, mijn geliefde en ik de onderste.

's Ochtends dronken wij met zijn allen koffie in een coffeeshop, met chocoladecroissantjes en de krant. Het begon me te dagen dat we een ideale familie vormden.

Maar die avond om half zes al zouden de gasten arriveren. Ik zei: “Er passen nooit vijftig man in de woonkamer. We moeten wat meubilair in de gang zetten.“

Om half een sleepten de twee vrouwen met meubilair, dat bij de huur is inbegrepen. Terwijl ik het kind naar vermogen vermaakte.

Om één uur werden de Topor-tekeningen aan de muur gehangen die ik in december heb aangeschaft. Zodat in ieder geval iets in het huis echt van mij was.

Om kwart over een zei de geliefde: “Het is een goed idee om waxinelichtjes in de badkamer te zetten, dan kunnen mensen zich daar discreet terugtrekken.“

Zij had ervaring met feesten. Er werden op strategische plaatsen waxinelichtjes in de badkamer geplaatst.

Nu was het wachten op de cateringservice. Vlak voor die zou arriveren zei de geliefde: “Heb je eigenlijk genoeg wc-papier in huis? Misschien zijn er mensen die willen poepen.“

Ik kon me nauwelijks voorstellen dat mensen dat zouden willen, maar als gezegd, ik heb weinig ervaring met feesten.

Achterin een kast werden nog wat rollen gevonden die de huishoudster daar kennelijk voor noodgevallen bewaarde.

Hoewel de cateringservice te laat arriveerde, de eerste gasten zaten zonder champagne bij mij op de bank, kan ik weinig anders zeggen dan dat ik het een geslaagd experiment vond.

Zozeer zelfs dat het me speet dat de meeste mensen om half drie naar hun hotel gingen en ik ter plekke besloot de volgende ochtend nog maar een gezamenlijk ontbijt te organiseren.

Over vijftien jaar doe ik iets soortgelijks, maar dan in de Sossusvlei Mountain Lodge in Namibië. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als je zo'n groep mensen drie dagen opsluit in een hotelletje in de woestijn. Vroeger dacht ik: de hel.

Nu denk ik: iets heel moois.