Hij werpt zich in Titus' graf

Er zijn de schilderijen, de etsen, de tekeningen. Er zijn bibliotheken volgeschreven over die schilderijen, over zijn werkwijze en zijn levensloop. Toch weten we van Rembrandts dagelijks leven weinig, laat staan dat we zijn karakter of zijn gedachten kennen.

Sarah Miano Foto De Bezige Bij De Bezige Bij

Zoiets is een kwelling in een tijd dat we van al onze sterren de meest intieme biografische details kennen. De Amerikaanse schrijfster Sarah Emily Miano heeft de verleiding dan ook niet kunnen weerstaan - in haar “biografische roman' Van Rijn laat zij de lezer meekijken in Rembrandts leven, in zijn werkplaats, in zijn bed en zelfs in zijn hoofd.

Miano viel een paar jaar geleden op met de Encyclopedie van de Sneeuw , een roman waarin het portret van een dorpje in lemma's werd geschilderd. Ook Van Rijn is een soort collage. Miano schotelt ons lange passages uit Rembrandts dagboek voor, met daarin de administratie van de schilder, hitsige, verliefde notities over Saskia, en nogal zelfbewuste, hedendaags-aandoende bespiegelingen over het werk. “Dat zijn de wezenlijke krachten achter al mijn stukken, want ze stuwen naar zeggingskracht en naar nog iets: oprechtheid.'

De andere rode draad in het boek is de zoektocht van Pieter Blaeu, zoon van de beroemde zeventiende-eeuwse cartograaf, naar details over het leven van de meester. Als een society-reporter avant-la-lettre is Blaeu tuk op roddel en roem. Hij spreekt met allerlei mensen over Rembrandt: wat is zijn geheim, wat speelt zich toch allemaal af in die werkplaats vol exotische objecten? Op zijn speurtocht ontmoet Blaeu de vrijgevochten Clara de Geest, (fictieve) familie van Saskia. Tussen deze twee ontstaat iets moois.

Aan die twee pijlers heeft Miano niet genoeg. Ze voegt nog een briefwisseling in tussen Christiaan en Constantijn Huygens in, laat het huis in de Breestraat (nu Jodenbreestraat) een woordje meespreken en kruipt in de huid van het lijk uit het schilderij De Anatomische Les. Ook laat ze Rembrandt opdraven in eenakters, waarbij hij zijn gedachten in terzijdes uit. Voor de “sotternij' van Rembrandts bezoek aan de hoer Soetecut, waarbij hij zijn beurs verliest, draait Miano haar hand niet om. Maar ze weet net zo goed raad met een theologisch dispuut tussen Rembrandt en de rabbijn Menasse ben Israel.

Van Rijn bevat een indrukwekkend arsenaal aan historische informatie. Miano doet verschrikkelijk haar best te beschrijven hoe het in Rembrandts tijd rook, wat voor geluiden er klonken en hoe de verloskunde ervoor stond. Over 17de-eeuwse pigmenten en schildertechnieken hoef je haar evenmin iets te vertellen. Vooral wil de schrijfster Rembrandt menselijk maken. Geen gelegenheid laat ze voorbij gaan om ons te vertellen dat de schilder lelijk is en zichzelf lelijk vindt, dat hij uit zijn mond stinkt “als een mestvaalt', dat hij graag drinkt en soms liever vrijt dan werkt. Aan de andere kant heeft zij een verlammend respect voor creatieve passie en genialiteit.

Stilistisch bezien is Van Rijn een erg lelijk boek. Miano plempt haar zinnen vol met bijvoeglijke naamwoorden en benoemt alles voor de zekerheid twee keer. Alsof er van Rembrandt geen zelfportretten bestaan, lezen we: “Hij had een korzelig, maar levendig gezicht, een rozige onderkin die in zijn hals overging, een heel rimpelig voorhoofd, een borstelige, gelige snor boven zijn samengeknepen bovenlip en een forse, glimmende knobbelneus.'

Soms slaagt Miano erin, leven en het werk op een literaire, gevoelvolle manier bijeen te brengen, zoals wanneer ze beschrijft hoe Rembrandt, als kersverse vader van zijn tot een vroege dood gedoemde zoon Rombertus, werkt aan Het Offer van Abraham. Alleen is dat haar niet genoeg. En passant onthult ze dat het genie van Rembrandt moet onderstrepen: hij verwerkt melk van Saskia in het pigment waarmee hij Abraham en zijn zoon Isaak schildert.

Zo kost het de schrijfster vaker moeite maat te houden. Telkens zoekt ze naar de koddigste, de meest aardse en de meest dramatische situaties, met als dieptepunt de begrafenisscène van Titus, waar een wanhopige Rembrandt zich in het graf werpt. Titus' overlijden brengt de gebroken schilder tot de constatering dat de dood de meest geliefde gezichten van hem wegscheurt, terwijl zijn leven in het teken staat van het vastleggen van tronies. Maar deze smartelijke slotsom verdwijnt onder een berg details over het sterfbed van de schilder en in de afronding van het warrige liefdesverhaal tussen Clara en Pieter Blaeu.

Sarah Emily Miano laat zoveel details op Rembrandt los, dat de arme man er compleet achter verdwijnt.

Sarah Emily Miano: Van Rijn. Vertaald uit het Engels door Sjaak de Jong en Marijke Versluys. Cargo, 429 blz. euro 24,90

    • Maartje Somers