Het grote shuffleluisteren

Door de download-revolutie luisteren we anders naar muziek: per nummer, niet meer als samenhangend album. Gaat het “gevoel van de plaat' verloren als muziek eindeloos en overal reproduceerbaar is?

Apple-directeur Steve Jobs introduceert de iPod Shuffle mp3-speler in september 2005 foto Kim Kulish/Corbis Corbis

Thanks a billion! Vorige week werd de één-miljardste song van de online-muziekwinkel iTunes gedownload: “Speed of Sound' van Coldplay. Dat moest gevierd worden, vond de firma Apple, exploitant van iTunes en maker van de iPod, het draagbare jukeboxje waarvan er nu wereldwijd 40 miljoen zijn verkocht. Alex Ostrovsky uit Michigan kreeg een iMac-computer cadeau, plus tien iPods, en een iTunes muziekkaart waarmee hij voor 10.000 dollar kon doorwinkelen. Dat is nog eens wat anders dan een platenbon.

De verdwijning van de plaat leek weer een stap dichterbij. “Het betekent een enorme verschuiving“, zegt Tom ter Bogt, hoogleraar popmuziek aan de Universiteit Utrecht. “De jeugd zegt niet meer “kijk eens hoeveel platen ik heb', maar “kijk eens hoeveel gigabyte muziek er op mijn iPod kan'. Aan een mooie cd hechten jongeren steeds minder waarde.“ Dat is nog geen reden voor paniek, zegt hij. De gevoelswaarde van de muziek zelf gaat immers niet verloren.

Maar iPods en mp3-spelers hebben wel de manier waarop we naar muziek luisteren veranderd: het draait allemaal om losse nummers, meer dan om albums. Met een computerprogramma, zoals iTunes, kun je je eigen compilaties en selecties maken - per genre, thema, land, artiest of aantal beats per seconde. The Rough Guide Book of Playlists helpt een handje: heb je bijvoorbeeld een Hawaï-feestje, dan kun je een playlist maken met tropische muziek.

Zo lijkt het “gevoel van het album' te verdwijnen. In de jaren vijftig was een plaat niet meer dan een paar bij elkaar geraapte single'tjes. Pas in de jaren zestig werd het concept van de plaat in de popmuziek belangrijker: de Beatles kwamen in 1966/'67 voor het eerst met zorgvuldig samengestelde albums, zoals Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band. Rond die tijd zijn we van een artiest gaan verwachten dat hij goed heeft nagedacht over de samenhang van zijn plaat.

Ter Bogt noemt voorbeelden als Blonde on Blonde van Bob Dylan, de rockopera's van The Who, Pet Sounds van de Beach Boys en The Wall van Pink Floyd - platen die je in hun geheel moet horen. Maar het geldt eigenlijk voor elke plaat: een goed album is méér dan de som van de losse nummers. “Het zou goed kunnen dat artiesten dit aspect van hun muziek weer gaan verwaarlozen, omdat de jeugd steeds meer losse nummers downloadt en steeds minder geeft om een samenhangend album.“

Toch blijft er behoefte aan samenhang. Ter Bogt: “Je ziet dat jongeren hun eigen albums samenstellen, maar niet meer per se op de manier die de artiest voor ogen stond. Ze kunnen zelf een collage maken die hun eigen inhoudelijke, conceptuele eenheid van een album weerspiegelt. Dat model gaat het waarschijnlijk winnen van het traditionele album.“

Aan de andere kant moet het genre album ook niet worden overdreven. Vaak gaat het om een paar hits en is de rest “vulling'. Dat biedt muziekdistributeurs ook voordelen. “Straks gaan ze albums gefaseerd uitbrengen“, zegt Jorn van der Linden van muziekwinkel Concerto in Amsterdam. “Eerst een paar nummertjes om te kijken of die een beetje lopen, en dan pas de rest.“

Zeg 'ns AAA

Op een chatforum (www.digital-broadcast-channel.com) wordt driftig gedebatteerd over de vraag of de muziek haar magie verliest door de verdwijning van de cd. “Ik houd niet van mp3-spelers“, schrijft een muziekliefhebber met de login-naam Coco. “Een cd, die raak je aan, je haalt het boekje eruit, dat blader je door, je kijkt wie wat heeft gedaan, welke musici, welke arrangeurs, de studio, de sound engineer, het koor, wie waar een tik op de triangel heeft gegeven Die ervaring zou ik niet willen missen.“

Een andere surfer, Izohtop, voorspelt de toekomst: “Ik denk dat het cd-boekje binnenkort gaat verdwijnen en op een mp3-schermpje te zien zal zijn. Bovendien krijgen we dan misschien wel, behalve de foto's uit het boekje, films, extra foto's, interviews, studio- of live-bonusmateriaal en ga zo maar door.“

“Niks voor mij“, chat Coco terug. “Ik zit de hele dag al voor een scherm. Als ik 's avonds thuiskom wil ik gezellig een plaatje opzetten.“

Langzamerhand begint duidelijk te worden dat digitale muziek ook nadelen heeft. Actrice Carice van Houten beschrijft er een aantal in haar column in NL 20. Hoe zij haar 7.687 favorieten per ongeluk had gewist, bijvoorbeeld. Hoe ze in de shuffle-stand werd opgeschrikt “door verdwaalde café del mar-shit, Kruidvats Best of Beethoven en rondslingerende Eros Ramazotti's“. En, schrijft ze, “niets is ontmoedigender dan tijdens het vrijen de openingstune van Zeg 'ns AAA langs te horen shuffelen“.

Van Houten besloot haar trauma te verwerken door een klassiek concert te bezoeken. Dat is niet verwonderlijk, want wie afknapt op de digitale tijd verlangt terug naar een authentieke ervaring. Het digitale format heeft de muziekbeleving veranderd. Van live-concert tot plaat, van plaat tot mp3-bestand; we ervaren niet meer the real thing, op een bepaalde plek die daarvoor is bestemd (concertzaal, festival, discotheek), maar we luisteren, waar we maar willen, naar een ge-podcaste remix van een cover.

Filosoof Walter Benjamin schreef er eigenlijk al over. In Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit (1936) bespreekt hij de gevolgen voor ons leven van negentiende-eeuwse uitvindingen als de fotografie, de grammofoon en de cinematograaf. Volgens Benjamin was de technische reproduceerbaarheid van het kunstwerk die door deze uitvindingen mogelijk werd even revolutionair als de boekdrukkunst. Het kunstwerk wordt bereikbaar voor de massa en komt opeens op plekken waar het anders nooit had kunnen komen.

Benjamins analyse geldt ook voor deze tijd, waarin het kunstwerk eindeloos reproduceerbaar geworden is: “Deze nieuwe omstandigheden laten misschien de inhoud van een kunstwerk intact - maar niet het hic et nunc ervan. Dit proces treft het kunstwerk in zijn essentie: de authenticiteit.“ En, zegt hij: “De unieke waarde van een authentiek kunstwerk ligt in het ritueel.“ Het ritueel van een live-concert, maar ook misschien nog steeds: een plaatje opzetten, de hoes bekijken, het boekje lezen. Je hebt het gevoel dat de Beatles nog een beetje in je woonkamer zijn. Een gevoel dat met de mp3-speler voorbij is.

76-toerenplaten

Misschien is er sprake van een tegentrend. Zo heeft muziekwinkel Concerto in Amsterdam een aparte afdeling met vinyl. “Het vinyl is al weer een jaar of tien aan een comeback bezig“, zegt Jorn van der Linden van Concerto. “En niet alleen bij dj's. Bij onze afdeling vinyl is maar de helft van de klanten dj.“ Die dj's hebben in elk geval één aspect van de plaat gered: het draaibare, krasbare van de plaat is een artistiek onderdeel van de muziekbeleving geworden.

Concerto wil ook het “hier en nu' van de muziek niet uit het oog verliezen: “We proberen de banden aan te halen met discotheken en poppodia om de live-ervaring in de winkel voort te zetten en mensen in de winkel te bewegen naar concerten te gaan.“ Die wisselwerking pakt niet altijd even goed uit, zegt Van der Linden. “Laatst stonden we cd's te verkopen in Paradiso bij een optreden van electro-dj Tiga. Die jongens en meisjes liepen ons gewoon voorbij. Voor hen is de cd een curiositeit geworden.“

Elke generatie heeft haar eigen geluidsdragers, zegt hoogleraar Ter Bogt. “Ik had in mijn tijd ook niks op met die 78-toerenplaten van mijn ouders. En de komst van de cd was voor mij een schok.“ De cd was in het begin dan ook heel onverzorgd. Van der Linden van Concerto laat een treurig plastic doosje zien, met een armetierig boekje uit 1983. “Nu zie je steeds meer initiatieven om een cd te pimpen: hip design, een verslag van een Question & Answer-chat in het boekje, links naar internet. Zo behoud je ook de band met de fan community.

En zo wordt het “gevoel van de plaat' commercieel uitgebuit. Bij de boeken- en multimediasupermarkt FNAC in Parijs prijken in de schappen cd's van clubs in Saint-Tropez: compilaties van dansmuziek, maar dan in zeer luxe verpakking. “Zulke artikelen verkopen goed; die hebben een extra waarde“, zegt een medewerker. “Fransen zijn gevoelig voor de “plaatbeleving'. Je koopt geen muziek, maar een stukje sfeer, een Saint-Tropez-gevoel waar ook het uiterlijk van het object, het design van de hoes, een rol bij speelt. Zo'n cd leg je voor je plezier op de salontafel.“

Klassieke platen pimpen gebeurt nog weinig. “De platenbazen doen niks voor het boekje“, vertelt de eigenaar van La Chaumière à Musique, een muziekwinkel in Parijs. Maar de noodzaak is er ook niet, want klassieke-muziekfans blijven toch wel platen kopen: “Ze willen bijvoorbeeld Strauss' Vier Letzte Lieder door Elisabeth Schwartzkopf. Daarvoor gaan ze dan toch eerder naar een platenzaakje. Downloaden van klassieke muziek gebeurt vooral in Aziatische landen en Zuid-Amerika, waar veel dingen helemaal niet op plaat te krijgen zijn.“

Plaatbeleving

In de jazz wordt wel veel aandacht aan de “plaatbeleving' besteed. Daar zijn albums traditioneel belangrijker dan losse nummers. Kind of blue, Miles Davis, 1959. De clientèle is er een van verzamelaars, die nog steeds de komst van de cd niet verwerkt hebben. Daarop wordt ingespeeld door A&M records, dat een cd van Jim Hall, de legendarische jazzgitarist, uitbrengt in de vorm van een platenhoesje, compleet met bescherm-etuitje. Als bonus de originele hoestekst.

Populair bij eenzelfde doelgroep zijn de integrale Serge Gainsbourg of Jacques Brel, in de vorm van een telefoonklapper. Met uitgebreid boekje en foto's voor de vijftig-plussers. Die willen de doorleefde kop van hun held erbij zien als ze een plaatje opzetten. En de “plaatbeleving' vind je ook bij Gitanes Jazz Productions: een cd-box op lp-formaat met een zwartwit-foto. Parijs, Champs-Elysées, de jaren dertig. Je bladert door het boekje vol sfeervolle foto's en anekdotes over Josephine Baker.

Maar wat de platenbazen ook proberen, de tijd van Sergeant Pepper is voorgoed voorbij. Al was het maar door een gebrek aan ruimte. Klaas van der Struijs, eigenaar van café Meneer Jansen in Leiden, is de laatste paar jaar zeven keer verhuisd. En dat is niet handig, als je platen hebt. “Ik weet alleen in meters hoeveel platen ik heb. Veertien meter lp's, acht meter single'tjes en vijfentwintig à dertig meter cd's. Dat valt op een gegeven moment niet meer te verslepen.“

Het is zijn pensioen, zegt hij wel eens. Hij heeft zijn platen verzekerd voor 80.000 euro, ver beneden de werkelijke waarde. “Zo'n plaat was een rijk bezit“, vertelt Klaas. “Veertig gulden kostte de eerste dubbel-lp van Zappa. Als je in een jaar twee à drie platen kon kopen, en nog wat single'tjes, dan was je blij. Niks illegaal downloaden dus. En je rekende in platen, niet in euro's. Vijf uur gewerkt, weer een single verdiend. Tien manden bloembollen, dat was weer een lp.“

Zal de plaat het overleven? Vanaf de uitvinding van Edisons fonograaf, in 1877, ondervond de plaat al verschillende tegenslagen. De komst van de radio in 1920: gratis muziek. De cassetterecorder, in 1963: zelf muziek opnemen. De oliecrisis, in de jaren zeventig: de platen werden dunner en duurder. De komst, in 1995, van de cd-rom en cd-branders: zelf cd's kopiëren. Maar telkens overwon de “plaatbeleving': muziek is nu eenmaal niet rationeel.

Popprofessor Ter Bogt deed onlangs een klein onderzoek naar de opmars van de iPod. Daaruit bleek dat jongeren liever een iPod hebben dan een mp3-speler. “Ik geef ze geen ongelijk. Zo'n iPod is gewoon een mooi ding.“ Apple is zo slim geweest om rekening te houden met de gevoelswaarde. Zelfgebrande cd's, cassettebandjes en transistorradio's: ze hadden geen sex appeal. De iPod wel: een prestige-object met bijna dezelfde aantrekkingskracht als, ooit, Sergeant Pepper.