“Elke zomer springen de waterleidingen'

Betsy Udink woonde drie jaar in Pakistan. Ze schreef een boos boek over hoe corruptie en eerwraak het leven ontwrichten. ,,Maar dat heeft meer te maken met algemene achterlijkheid dan met islam.''

Betsy Udink Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060223 Boyer, Maurice

De dag voordat Betsy Udink in Pakistan aankwam, in augustus 2002, voerden vier terroristen een aanval uit op de Murree Christian School, een internationale school in de bergen bij Islamabad. Ze vermoordden zes Pakistaanse bewakers. Na hun arrestatie zeiden ze dat het de bedoeling was geweest om zo veel mogelijk kinderen te doden. Maar de kinderen hadden zich op tijd verstopt. Daar hadden ze op geoefend.

Betsy Udink vertelt dit verhaal in de ontbijtkamer van hotel De Filosoof in Amsterdam - ze is in Nederland omdat er net een nieuw boek van haar verschenen is, Allah en Eva. Ze doet voor hoe terroristen in Pakistan zo'n aanval uitvoeren. Ze maakt snelle, maaiende bewegingen, zogenaamd met een mitrailleur in de handen. “Deuren openschoppen en schieten, dat is wat ze willen“, zegt ze. “Het moet meteen lukken.“

Ze weet dat omdat haar jongste dochter in de drie jaar daarna op de International School of Islamabad zat en ook leerde hoe ze zich moest verstoppen voor terroristen, of wat ze moest doen bij een gijzeling. Betsy Udink (1951) woonde in Pakistan met haar man, die ambassadeur was voor Nederland in het land. Hun jongste dochter - ze is nu 16 jaar - was mee.

Betsy Udink was voorzitter van het bestuur van de school van haar dochter. Ze was verantwoordelijk voor het rampenplan voor het geval dat Osama bin Laden zou worden gepakt of doodgeschoten. Want dan zou het meteen oorlog zijn in Pakistan - de moslimfundamentalisten tegen de rest van de wereld. En zeker ook tegen de leerlingen van de International School, die vroeger de American School heette.

Heeft ze erover gedacht om niet met haar dochter naar Pakistan te gaan?

Ze zegt: “Na de aanslag op de Murree Christian School ging de school waar mijn dochter naartoe zou gaan dicht. Als dat zo was gebleven, was ik met haar terug naar Nederland gegaan. Maar de school ging weer open. Er waren precies genoeg ouders die het aandurfden om hun kinderen erop te laten.“

Voor haar dochter en voor de andere kinderen, zegt ze, was de dreiging van terrorisme zoiets als in Nederland het weer. Geen onderwerp om veel aandacht aan te besteden. Regen en wind, kogels en granaten. Je weet wat je moet doen als het geweld losbreekt: schuilen. Zelf wilde ze graag naar Pakistan. Ze wilde onderzoeken hoe het moslimfundamentalisme er daar uitziet, waarom het daar zo sterk is, en wat het betekent voor de positie van vrouwen. De reportages die ze erover schreef bundelde ze in Allah en Eva.

Blasfemiewetten

Een boos boek is het, bozer dan Achter Mekka, het boek met reportages die ze over Saoedi-Arabië schreef. Daar woonde ze van 1986 tot 1989, met haar man en haar twee oudste dochters. In Achter Mekka gaat het ook over orthodoxe moslims en de manier waarop die, bijvoorbeeld, met vrouwen omgaan. Maar er kon nog wel om gelachen worden. Betsy Udink die met de meisjes een videofilm probeert te huren en de winkel wordt uitgestuurd. Not for ladies.

In Allah en Eva valt er weinig meer te lachen. Meisjes en vrouwen worden erin doodgetrapt, verbrand of gewurgd door hun vaders en broers of hun echtgenoten, omdat een vreemde man naar hen gekeken heeft of omdat ze de stad in zijn gegaan zonder toestemming. Het eigendom van de vaders of de echtgenoten is daarmee beschadigd. Dus hebben die recht op wraak en genoegdoening. Wraak op de vrouwen, genoegdoening van die andere man. Die moet maar een paar meisjes uit zijn eigen familie sturen, ter compensatie. “Maar dat heeft meer te maken met algemene achterlijkheid dan met de islam“, zegt Besty Udink.

Ze schrijft ook over de leerlingen van jongensscholen die door hun leraren naar een hotel in de buurt worden gestuurd om seks te hebben met de mannen die daar logeren. De leraren krijgen daarvoor betaald. Ze schrijft over de madrassa's, scholen waar jongens de koran uit hun hoofd leren opzeggen, zonder te begrijpen wát ze zeggen. Als hun naar de betekenis van een afzonderlijk woord wordt gevraagd, weten ze het antwoord niet. Betsy Udink is er op bezoek met een gemeenteambtenaar. Die praat voor haar met een leraar van de madrassa, want zelf mag ze dat niet.

De rechten van vrouwen in de islam, de vervolging van moslims die voor scheiding van religie en staat zijn, de haat tegen het christendom en vooral tegen het hindoeïsme, de blasfemiewetten waardoor mensen gevangen kunnen worden gezet of ter dood worden veroordeeld omdat ze volgens de buurman of een rancuneuze oom de Profeet hebben beledigd -Allah en Eva is een grimmige beschrijving van de chaos en de willekeur waartoe een land vervalt als er geen betrouwbaar gezag is en geen onafhankelijke rechtspraak.

“In Saoedi-Arabië vond ik die politieke islam nog wel grappig“, zegt Betsy Udink. “Die mannen met hun hoogwaterbroeken, omdat ze denken dat de Profeet dat heeft voorgeschreven. Het leek folklore, geen exportartikel.“

Maar twintig jaar later vond ze het niet meer zo grappig. Na 11 september, na de aanval op Afghanistan en de oorlog in Irak heeft de politieke islam in het hele Midden-Oosten macht gekregen, zeker in Pakistan. Betsy Udink: “Je ziet het meteen aan het straatbeeld. Allemaal baardmannen, met zo'n kale bovenlip en een bloempotkapsel. Je ziet het ook meteen aan de Engelstalige kranten, die elke dag berichten over eerwraakmoorden, over de religieuze leiders, wat ze zeggen en wat ze doen. Die kranten zijn erg goed.“

Toch, zegt ze, kwam ze erachter dat het moslimfundamentalisme niet het echte probleem van Pakistan is. De echte problemen zijn volgens haar het feodalisme en het tribalisme. Ze bezocht een dorp waar mensen hun nieren verkopen aan rijke, maar zieke Saoedi's. Met het geld betalen ze hun schulden af aan de landeigenaar. Als ze niet zwichten voor de verleiding om het uit te geven aan een televisie of een computer. Die schulden zijn er vaak al van generatie op generatie. Mensen hebben geld nodig om hun dochters een bruidsschat te kunnen geven. De landeigenaar is de enige bij wie ze kunnen lenen.

Paleizen

Betsy Udink ging ook op bezoek bij een van de stamhoofden in Baluchistan, een deel van Pakistan dat tegen Iran aanligt. De stamhoofden van Baluchistan voeren oorlog tegen het centrale gezag in Pakistan, voor zover dat functioneert. Ze zijn boos omdat ze niet genoeg geld krijgen voor de delfstoffen die bij hen uit de grond komen. Het geld dat ze wel krijgen, gebruiken ze niet voor onderwijs of gezondheidszorg. Ze bouwen er paleizen van voor zichzelf. Ze kopen auto's en wapens die ze uitdelen aan stamgenoten die ze te vriend willen houden.

Nee, zegt ze, ze is niet cynisch geworden In Pakistan. Ze heeft er ook “fantastische mensen“ ontmoet die proberen om toch iets te veranderen. Journalisten die dapper genoeg zijn om kritiek te leveren op machthebbers. Advocaten die de moeite nemen om mensen die van godslastering worden beschuldigd te verdedigen. Leraren die zelf een school hebben opgezet waar jongens en meisjes samen les krijgen. En dan niet in het uit hun hoofd leren van de koran, maar in wiskunde en Engels.

“Die mensen moet je stimuleren“, zegt ze. “Je moet ze laten voelen dat je achter ze staat, dat ze vrienden hebben. Meer kun je niet doen. Van buitenaf proberen het land te veranderen, werkt niet. Je kunt geen democratie opleggen, geen emancipatie van vrouwen afdwingen. Dat hebben we nu wel gezien in Irak. Veranderingen moeten in het land zelf ontstaan, en het moet beginnen met onderwijs, met gezondheidszorg, met schoon drinkwater.“

Schoon drinkwater is er soms wel in Pakistan, in de grote steden. Maar altijd als de zomer begint, zegt Betsy Udink, dan springen de waterleidingen. “Rara, hoe kan dat, net als iedereen dorst begint te krijgen. Het duurt niet lang of daar komen de tankwagens. En dan kun je voor veel geld flessen drinkwater kopen.“

De wetten van Mohammed, zegt ze, waren in de tijd dat ze werden uitgevaardigd- de zevende eeuw na het begin van de Christelijke jaartelling - progressief en sociaal. Daarvóór kon een mannen zo veel vrouwen nemen als hij wilde en hij hoefde geen verantwoordelijkheid te nemen voor de kinderen. Meisjes werden na hun geboorte vaak levend begraven of in de woestijn achtergelaten. Na Mohammed mochten mannen nog maar vier vrouwen hebben. Ze moesten betalen voor de opvoeding van de kinderen. En de vrouwen kregen recht op een deel van de erfenis.

Fundamentalisten vinden dat aan die wetten niets mag veranderen. “Maar er zijn genoeg moslims“, zegt Betsy Udink, “die vinden dat de wetten moeten worden aangepast aan deze tijd. Van hen zullen we het moeten hebben.“ Alleen durven die moslims nu niet veel meer te zeggen.

Ze woont sinds een paar maanden in Ankara, in Turkije. Ze vindt het een verademing. Ze ziet er vrouwen met goede banen. Voor het eerst is er een tentoonstelling van het werk van Picasso, waarvoor mensen uit het hele land naar Istanbul reizen. Haar dochter kan normaal naar school, ze kan uitgaan. Op televisie worden buikdanswedstrijden gehouden. “Het is weer wat anders dan op alle zenders prekende geestelijken.“

Betsy Udink: Allah en Eva. Amstel Uitgevers, 256 blz. 18,50