De ontketende burger wacht op antwoord

De nieuwe college-akkoorden in gemeenten zullen de maatschappelijke problemen verschillend benaderen. Dat is een goede ontwikkeling, meent Guido Enthoven.

Het rommelt in gemeenteland. Burgemeesters klagen dat gemeenten steeds meer taken krijgen, zonder de daarbij behorende middelen en beleidsvrijheid. En PvdA-leider Bos pleit voor een inkomensafhankelijke gemeentelijke belasting. Het dualisme komt niet goed van de grond en leidt tot verkrampte verhoudingen tussen raadsleden en wethouders. NRC Handelsblad constateert in het hoofdartikel van 25 februari dat het nu toch echt tijd wordt voor een gekozen burgemeester, om te beginnen door de gemeenteraad. Uit een recent onderzoek van Binnenlands Bestuur bleek dat bestuurders en ambtenaren 'de burger centraal' als belangrijkste ontwikkeling van het afgelopen decennium beschouwen.

De vraag is wíé de ontketende burgers het beste kan bedienen? Drie scenario's voor de komende jaren; in alle scenario's kunnen burgers een belangrijker rol spelen dan zij tot dusver plegen te doen.

Sterke Gemeente

Burgers willen een sterke en effectieve overheid die maatschappelijke problemen oplost. Gemeenten ontwikkelen één loket voor burgers en bedrijven. Na een periode van vier jaar experimenteren slagen gemeenteraden er eindelijk in om het dualisme en hun volksvertegenwoordigende rol echt handen en voeten te geven.

De verhouding tussen raad en college wordt genormaliseerd en gemodelleerd naar de relatie tussen parlement en regering. Gemeenten krijgen meer ruimte om een eigen belastingpolitiek te voeren en hebben een grotere keuzevrijheid ten aanzien van hun taken en de wijze waarop zij die invullen. De burgemeester wordt gekozen, in eerste instantie door de voordracht door de gemeenteraad per definitie te volgen en later via verkiezing door bewoners.

Besluitvorming vindt plaats in twee rondes. In de eerste fase worden bewoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven uitgenodigd om mee te denken, ideeën in te brengen en beleidsopties te ontwikkelen. In de volgende ronde worden knopen doorgehakt, bij voorkeur in een onderhandelingsproces tussen alle betrokken partijen. Bij het uitblijven van overeenstemming neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid. De burgemeester speelt daarbij een actieve en regisserende rol. Er gebeurt weer wat in lokaal Nederland.

Markt, tenzij

Door financiële nood gedwongen concentreren gemeenten zich steeds meer op hun kerntaken. In veel collegeprogramma's wordt de ambitie uitgesproken om een aanzienlijk deel van de activiteiten van de gemeente in de toekomst door markt of civil society te laten uitvoeren.

In hoog tempo worden activiteiten rond personeel en organisatie, ICT, administratie, controle, juridische zaken, kennismanagement en communicatie bij andere partijen belegd. Ook beleidsnota's en de lokale 'vertaling' van Europese regelgeving worden door gespecialiseerde organisaties geschreven, welke goed gebruikmaken van voorbeelden en leerervaringen uit vergelijkbare gemeenten.

Op een aantal terreinen ontstaan rijkere oplossingen door de creativiteit van marktpartijen in een vroeg stadium te mobiliseren en ruimte te geven. Bewoners worden door de markt op grote schaal betrokken via klantenpanels, focusgroepen en surveys. De mate waarin een bedrijf zijn oriëntatie op de burger en op het publiek in het algemeen organiseert, vormt een belangrijk criterium bij de gunning door de gemeenten.

Gemeenten ontwikkelen zich tot lenige en flexibele inkopers van diensten op maat en gaan met bedrijven en consortia contracten aan met betrekking tot concrete projecten en knelpunten. De markt blijkt een hefboom te zijn om burgers te bedienen, als klant of als staatsburger.

Burger bepaalt

Het bestuur en beheer van veel scholen ligt van oudsher bij stichtingen en de civil society. De laatste jaren gaan woningbouwcorporaties in toenemende mate ook veiligheid en leefbaarheid 'leveren'. De dialoogvormen die aan het eind van de vorige eeuw werden beproefd onder het motto van interactieve planvorming, coproductie en burgerconsultatie, ontwikkelen zich tot standaardinstrumenten in het openbaar bestuur: de Deventer wijkaanpak, de buurtcontracten in Heemskerk, de kanteling van het bestuur in Tilburg, de Ideeënkaart in Noordwijk, de grootschalige dialoog over de besteding van 50 miljoen euro in Delft.

Op grote schaal worden wijkbudgetten gedelegeerd aan wijkorganisaties. Veel gemeenten consulteren halfjaarlijks een burgerpanel, van 500 tot 5.000 inwoners, over actuele kwesties die 'beleidsruimte' kennen. Rond grote projecten en dossiers als de Wet maatschappelijke ondersteuning worden package-deals gesloten tussen gemeente en maatschappelijke organisaties. Een aantal gemeenten vermindert het ambtenarenbestand met 20 procent, maar voor elke ambtenaar komen twintig burgers terug met een aanstelling van 0,05 fte. In een stad als Amsterdam leidt dit tot 2.000 minder ambtenaren en 40.000 extra 'civiele dienaren, en dat geheel budgetneutraal. De gemeente ontwikkelt zich tot een levende communiteit, voor en door burgers.

In de drie scenario's wisselt het primaat van sturing en worden de lijnen vanuit het heden doorgetrokken naar de toekomst. Het opmerkelijke en plezierige is dat alle drie scenario's, wanneer we redeneren vanuit de huidige situatie, een zekere mate van aantrekkelijkheid bezitten. De voorafschaduwingen van deze ontwikkelingen zijn nu reeds te zien in tal van steden en dorpen.

Dat het allemaal nog wat stroef verloopt, is niet zo vreemd, omdat zoals Machiavelli al wist 'niets zo moeilijk te realiseren is als vernieuwing, omdat velen hun belangen aan het bestaande hebben verbonden'.

De nieuwe college-akkoorden zullen toenemende verschillen laten zien in de benadering van maatschappelijke problemen. Variëteit, gevolgd door selectie, vormt de motor achter de evolutie. Dat geldt niet alleen in de biologie, maar ook voor de ontwikkeling van het openbaar bestuur.

www.nrc.nl/opinie:Hoofdartikel 'Het is tijd om de burgemeester te kiezen'

Guido Enthoven is directeur van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie.