De lange sss van siddering

De cd is beter dan het boek. Zou dat kunnen? Ja, dat kan in het geval van De klank van sneeuw, twee novellen van Arthur Japin die ooit eerder in kleine oplage verschenen bij uitgeverij Brokaat en die nu speciaal voor de boekenweek zijn gebundeld. Maar bij welke van de twee moet je eigenlijk beginnen met de beoordeling? Zouden deze twee teksten ook gebundeld zijn als er niet óók een luisterboek van gemaakt zou worden? Zou er überhaupt een luisterboek en “tekstboek' van zijn gemaakt wanneer het hier niet om de schrijver van het boekenweekgeschenk zou gaan?

Arthur Japin FOTO: Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Kip of ei, kunst of kitsch, verstand of hartstocht - het zijn de twee sporen waarop Japin in beide novellen vaart. Hoewel het hier natuurlijk vragen met eeuwigheidswaarde betreft, zijn het toch weinig spectaculaire tegenstellingen. En het teleurstellende is dat ze ook niet erg verrassend worden uitgewerkt.

In de eerste novelle wordt een zangeres neergezet die bovendien een oude vrijster is die jarenlang voor haar zieke vader heeft gezorgd. Dat dergelijke combinaties bijna in elkaars verlengde liggen, is wellicht wat overdreven om te stellen, maar de overlappingen zijn toch eerder alledaags dan opmerkelijk. De zangeres laat haar verstand boven alles prevaleren, zowel bij haar kunst, haar lesgeven als bij de verzorging van haar vader. Wanneer ze zich tijdens een concert opeens laat leiden door haar gevoelens, geeft ze daarna onmiddellijk de brui aan haar professie: “gevoelens zijn vies', is haar devies. Lesgeven en kinderschap blijven over.

In “vijf zangen' (in plaats van hoofdstukken, wat het geheel al een tamelijk theatraal karakter geeft) merkt de zangeres die in een Formule 1-achtig hotel logeert, dat ze wel degelijk gevoelens heeft: ze weet zich bespied door een medegast, waardoor nieuwsgierigheid en verlangen zich meester van haar maken.

Al met al is “Dooi' een vaardig in elkaar gezet maar gekunsteld verhaal, dat vooral vermoeiend is vanwege de vele herhalingen. In de weinige bladzijden die het beslaat, lees je talloze variaties op de combinatie van kunst en verstand: “ontroering wurgt het idee. Brok in je keel. Alles blijft steken. Beladen. Hangend aan een strop zing je nog beter. Vanuit het hart bereik je nooit de zaal' et cetera. Begrijpelijke sentimenten misschien voor een kunstenaar, maar dergelijk gemeengoed moet je niet te vaak hardop willen herhalen.

Iets vergelijkbaars geldt voor de tweede novelle, “Zeep'. Hierin staat een actrice centraal die zowel een soapster is alsook een rol heeft in een bewerking van een oud-Grieks drama. Het stuk is geschreven door haar onbetrouwbare, badinerende vriend en wordt vooral door hemzelf gepresenteerd als een bewerking van de hervonden teksten van Euripides. De twee werelden botsen uiteraard, maar dat Japin - ooit zelf acteur bij Toneelgroep Centrum en de Theaterunie maar ook in de tv-series Onderweg naar Morgen en Flodder - de wereld van de acteurs goed kent, werkt hier in zijn voordeel. Het levert bijvoorbeeld een mooie omschrijving op van een Joop van den Ende-achtig type: “Lea vond het een aandoenlijke man, een verlegen beer met babykrulletjes. Hij gedroeg zich als een groot kind dat even mocht komen spelen in een wereld die hij zelf had bedacht.' Maar toch: ook hier is de tegenstelling weinig verrassend en ligt alles er veel te dik bovenop. Het Griekse drama is hysterisch, elke soapaflevering eindigt met de een cliffhanger. Misschien had het beter gewerkt wanneer de rollen waren omgedraaid: de actrice/soapster als oude vrijster en de zangeres als aantrekkelijke vrouw met pruilend onderlipje en omhoog getrokken wenkbrauw. Het uitgangspunt was in ieder geval verrassender geweest.

Voor deze novelle geldt eveneens dat de gesproken tekst beter werkt dan de geschreven zinnen. De herhalingen werken minder storend en Japin leest bovendien erg mooi voor, soms met lange “ssss-en' in woorden als siddering en nadrukkelijke “ehhh's' bij iemand die aarzelt. Als theatermonoloog zijn deze teksten zeer geschikt, maar op papier maken ze geen indruk. De nadrukkelijkheid van de tekst werkt, daar waar het verhaal voorgelezen wordt, maar op papier slaat het geheel dood. Deze novelles van Japin hadden misschien beter in kleine oplage kunnen blijven in plaats van nu als tekst gepresenteerd te worden aan het grote boekenweekpubliek.

Arthur Japin: De klank van sneeuw. De Arbeiderspers, 128 blz. euro 11,50. Als luisterboek: Rubinstein, 2 cd's, 59:36 min. 12,95