De kanonnen van februari

De situatie in Europa doet denken aan die in 1914, zei de Italiaanse minister van Financiën Tremonti deze week, naar aanleiding van het 'economisch patrottisme' dat in de EU de afgelopen maand de kop opstak bij de bescherming van de nationale industrie tegen buitenlandse overnames. Dat is nogal een hyperbool. Er zijn geen aartshertogen meer om te vermoorden, laat staan dat de legers klaarstaan voor een frisse en vrolijke oorlog, die met de kerst ongetwijfeld beslecht zal zijn.

Toch is de vergelijking, in al zijn overdreven drama, niet helemaal onterecht. Voor 1914 maakte de wereld een ongekende internationalisering door, die vandaag de dag als 'globalisering' zou worden betiteld. Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw waren de internationale handelsstromen weer op het peil van voor de Eerste Wereldoorlog. En nog steeds zijn de kapitaalstromen in de richting van de opkomende markten kleiner dan destijds. Thomas Friedman noemt de periode van destijds in zijn boek The World is flat niet voor niets 'Globalisering 1.0'.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was dan ook een schok voor het internationalisme. Niet alleen voor het kapitalisme, dat het wegvallen van de nationale grenzen opeens gedwarsboomd zag door een opleving van een kennelijk latent patriottisme. Ook de arbeidersbeweging was totaal verrast door het feit dat het 'internationale' karakter van de strijd van de arbeidersklasse zo snel bezweek onder het nationalisme van de arbeiders zelf.

Tremonti's opmerking is, wellicht onbedoeld, meer dan een hyperbool. Er groeien nu generaties op met het ideaal van een wereld zonder grenzen. En in een groot deel van het bedrijfsleven is dat ideaal al goeddeels werkelijkheid. Er wordt naar hartelust geoffshored, geoutsourcet en de aanvoerketens worden zonder oog voor nationale grenzen aan elkaar geregen. Communicatie is instant, en in de financiële wereld bestaan grenzen al veel langer niet meer.

De economie, en de bedrijvigheid, zijn belangrijke motoren van de geschiedenis. En die geschiedenis lijkt de kant op te gaan van een verdere, ontembare globalisering. Het aanstekelijke optimisme van de voorvechters van de globalisering is een gunstige kracht.

Dat wil niet zeggen dat de grenzen niet meer bestaan. Nationale soevereiniteit is een hardnekkig fenomeen. De nationale staat blijft een factor van betekenis in de wereldeconomie en zelfs binnen het integrerende Europa. Wie daar geen rekening mee houdt begaat een grotere zonde dan onachtzaamheid: naïviteit.

Maarten Schinkel