De buitenvrouw

Twee weken geleden hekelde Joost Zwagerman het dédain voor de actualiteit in de Nederlandse letteren. Jan Van Loy reageert. Arnold Heumakers en Gijs IJlander discussiëren mee.

Wat een merkwaardig relaas was dat, die Kellendonk-lezing van Joost Zwagerman, waarvan twee weken geleden een bekorte versie in deze bijlage stond. Niet omdat Zwagerman de bezwaren van Ton Anbeek tegen het gebrek aan straatrumoer' in de Nederlandse roman nog eens herhaalde. Dat gebeurde niet voor het eerst, en bovendien: voor mijn conservatieve hart is het altijd een hele geruststelling als iets in 25 jaar niet blijkt te zijn veranderd. Merkwaardig is dat Zwagerman zichzelf en zijn roman De buitenvrouw een plaatsje gaf tussen Frans Kellendonks Mystiek lichaam en Marja Brouwers' Casino - romans die allebei, de ene wat meer dan de andere, na verschijnen polemisch stof hebben doen opwaaien. Bij De buitenvrouw kan ik mij daar niets van herinneren.

Ik heb die roman kort na verschijnen besproken in de Volkskrant (21.10.94). Keurige recensie, keurige roman, zoals alle romans die ik van Joost Zwagerman heb gelezen. Mijn vrouw en kinderen raad ik ze altijd zonder reserve aan, Zwagerman schrijft romans voor het hele gezin. Maar dat is hem kennelijk niet genoeg. Veel liever dan een huisvriend is hij het middelpunt van een publieke affaire'. Controverse, tegenstanders, schandaal - daar hunkert hij naar.

Hoe blij moet hij niet geweest zijn met het stuk van Anil Ramdas in Boeken (14.03.97), bijna drie jaar later. Toen ontstond er inderdaad enig rumoer, niet om De buitenvrouw maar om Ramdas' beschuldiging dat er in de Nederlandse literatuur zo weinig zwarten voorkwamen en dat ze niet goed werden uitgebeeld wanneer het - zoals in Zwagermans roman - een enkele keer wél gebeurde. Zwagerman zal daar vast op hebben gereageerd, net zoals een paar anderen (onder wie ik zelf) dat hebben gedaan. Maar dat was alles, meer niet. Geen vergelijk met de discussie over Casino, laat staan met de hetze tegen Mystiek lichaam.