Blauw is voor de barbaren

“De wereld van de kleur binnengaan is de wereld van het woord verlaten', schrijft de Britse geleerde David Batchelor in zijn in 2000 verschenen boek Chromofobia. Desondanks heeft het tijdschrift Raster een themanummer geproduceerd met maar liefst 300 pagina's woorden over kleur. Tot de interessantste bijdragen horen de twee vertaalde hoofdstukken uit Chromofobia waarin zo ongeveer elk denkbaar aspect van de begrippen kleur en kleuren aan bod komt.

Kleur

Feit blijft dat kleur met geen pen te beschrijven valt en met geen woord te duiden is. Charlotte Mutsaers zegt het mooi in haar “Pantone-waaiertje': “Als ik de slaap niet vatten kan, probeer ik altijd te bedenken hoe ik aan iemand die nooit heeft kunnen zien, uitleg wat kleur is. Het lukt nooit.'

De kleur die in dit Rasternummer het meest aan bod komt is blauw. Volgens Michel Pastoureau, historicus aan de Sorbonne, is blauw de favoriete kleur van meer dan de helft van de Europese bevolking, ver voor groen (omstreeks 20%) en rood (ongeveer 8 tot 10%). Dit is vastgesteld in talloze opiniepeilingen die sinds de Tweede Wereldoorlog zijn gehouden, maar ik vraag me af hoe zo iets wordt gemeten. Voor welk blauw kiest men? Er zijn talloze schakeringen blauw die lang niet allemaal even mooi zijn. Mutsaers. geeft de voorkeur aan wat zij “poëtisch blauw' noemt. Het “poederblauw' van Pierre Kemp bijvoorbeeld. Of het “dottenblauw' dat ze aantrof in een gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer: “De nieuwe dag ligt doof op blauwe dotten/ en blauwt zich moeiteloos tot waas van dagen/ terwijl het suist en blauwe bedden rotten...' Pierre Kemp citeert ze niet, maar van hem is elders in Raster het essay “Woord, kleur en inspiratie' opgenomen waarin hij vele strofen van zichzelf aanhaalt. Ook bij hem veel blauw, “koel en kalmerend blauw', “gelukkig blauw' en natuurlijk hemelsblauw. Het hemelsblauw waarover volgens de dichter K. Michel Plinius reeds vermeldde dat het “een soort zand is'.

En dan te bedenken dat de Romeinen blauw minachtten. Voor hen, zo meldt Pastoureau, was het de kleur van de barbaren. In het antieke Rome kleedde niet alleen niemand zich in het blauw, zelfs blauwe ogen waren minderwaardig, verontrustend of belachelijk. Ook Goethe worstelde nog met het blauw. Uit zijn (door de wetenschap als subjectief verworpen) Farbenlehre is een passage opgenomen waarin hij schrijft “Ik had de onmacht van het blauw heel duidelijk gevoeld en zijn directe verwantschap met het zwart opgemerkt; nu vond ik het aardig te beweren dat blauw geen kleur was! En ik verheugde me in een unanieme tegenspraak.'

Raster voert met bijdragen over kleur en koken, kleur en architectuur, kleur en dieren, kleur en muziek en niet te vergeten een keur aan gloedvolle gedichten in dit dubbelnummer de kleur de wereld van het woord binnen. Jammer alleen dat er zo weinig kleur te zien is Behalve een fotoreportage over de schilder Jaap Hillenius en een enkele illustratie is er in het tijdschrift nauwelijks kleur te bekennen. Zelfs het beroemdste voorbeeld van vroege kleurcodering, de Londense Undergroundkaart uit 1933, is afgedrukt in zwart-wit.

Raster 111/112. Kleur. De Bezige Bij, 302 blz. euro 25,-