Terug naar een apartheidsstaat

Welke vooruitzichten heeft Taïda Pasic als ze terugkeert naar Kosovo of Bosnië? Dat ze moslim is, is in haar voordeel, want moslims worden hier niet met met open armen ontvangen.

Als Servische moslima heeft Taïda Pasic de slechtst denkbare vooruitzichten als ze terugkeert naar waar ze oorspronkelijk vandaan komt (Kosovo) of naar het land waar haar ouders zich bevinden (Bosnië).

Kosovo en Bosnië zijn de facto apartheidsstaten geworden, waar etnische gemeenschappen van elkaar gescheiden leven en waar etnische of religieuze meerderheden andere etnische of religieuze minderheden discrimineren. En tot een minderheid behoort Taïda Pasic hoe dan ook overal in Kosovo of Bosnië.

In Pristina, de hoofdstad van Kosovo waar het gezin Pasic woonde voor het in 1999 vluchtte voor de oorlog, wonen nog maar een paar honderd Serviërs. Weliswaar zijn geweldsincidenten zeldzaam geworden, maar dat ligt eerder aan het feit dat de Servische minderheid in getto's woont, onder militaire bescherming van de vredesmacht KFOR, dan aan een toename van de etnische tolerantie. Het is voor de 80.000 Serviërs die na de oorlog van 1999 zijn achtergebleven fysiek riskant zich zonder begeleiding of bescherming door KFOR-soldaten van het ene getto naar het andere te verplaatsen.

Dat Taïda Pasic net als de Kosovo-Albanezen moslim is, werkt in dit verband niet in haar voordeel: voor de Albanezen is zij in de eerste plaats een Servische. Zelfs binnen een Servisch getto zou ze niet welkom zijn, want daar worden moslims - Serviërs of niet - niet bepaald met open armen ontvangen. Niet voor niets zijn Taïda's familieleden na hun vertrek uit Nederland niet naar Kosovo teruggekeerd, maar naar Bosnië gegaan.

Dat wil niet zeggen dat Bosnië een veel betere bestemming is voor een Servisch moslim-meisje. Ook Bosnië is een apartheidsstaat waarin de moslims, de Serviërs en de Kroaten gescheiden van elkaar wonen. Verreweg de meeste Servische inwoners van Sarajevo zijn uit de Bosnische hoofdstad vertrokken omdat ze er door de moslims worden gediscrimineerd, met name op de arbeidsmarkt: voor Serviërs is in Sarajevo geen werk. De Serviërs uit Sarajevo hebben zich teruggetrokken in de voorstad Lukavica. Daar voelen ze zich, ook al zijn de omstandigheden er slecht, veiliger dan in de hoofdstad. In de Servische Republiek van Bosnië, de andere entiteit van het land, worden moslims gediscrimineerd.

Taïda Pasic heeft de pech een etnische achtergrond te combineren met een traditioneel niet bij die achtergrond passende religie. Die omstandigheid bezorgt haar buiten ex-Joegoslavië geen problemen, maar maakt haar in ex-Joegoslavië kwetsbaar: als Servische is ze niet welkom bij Kosovo-Albanezen, Bosnische moslims en Kroaten. En als moslima is ze niet welkom bij de mensen van haar eigen etnische achtergrond, de Serviërs van Kosovo en Bosnië.

    • Peter Michielsen