Reuzenvulkaan komt omhoog

De vulkaan van Yellowstone Park, een van de grootste ter wereld, verandert van vorm. Geofysici hebben met radarbeelden vastgesteld dat de noordrand van de vulkaankrater in de afgelopen tien jaar langzaam omhoog is gekomen en dat de bodem ervan inzakt. Ze publiceren hun bevindingen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Oorzaak van de deformatie is een stroom van gesmolten gesteente op een diepte van 15 kilometer onder het aardoppervlak.

De vulkaankrater van Yellowstone National Park, circa 45 bij 75 kilometer groot, heeft zich 640.000 jaar geleden gevormd. Bij de uitbarsting werd duizend kubieke kilometer as, stenen en lava uitgeworpen. Sindsdien is de krater grotendeels overdekt geraakt met magma van latere, kleinere erupties (tot 70.000 jaar geleden).

De erupties in Yellowstone worden gevoed door een pluim van magma die van diep onder de aarde komt. Het vloeibare gesteente stolt naarmate het verder omhoog komt in de aardkorst en kan heel veel druk weerstaan. Maar wanneer het eenmaal tot een uitbarsting komt kan de klap enorm zijn. Er zit een zekere regelmaat in uitbarstingen van vulkanen, in Yellowstone is een grote uitbarsting eens in de 600.000 à 900.000 jaar zeer waarschijnlijk.

Charles Wicks en zijn collega's van de Amerikaanse geologische dienst USGS in Menlo Park (Californië) brachten met radarbeelden (van de ESA-satelliet ERS-2) rimpelingen in kaart van het landschap van Yellowstone Park. In een computermodel bleken de bewegingen van het terrein te verklaren door de onderaardse verplaatsing van een grote hoeveelheid gesmolten basalt die een weg naar buiten zoekt: een zijtak van de stroom begeeft zich onder de noordrand van de krater, en die komt daardoor omhoog. De basaltstroom verklaart volgens de wetenschappers ook erupties van geisers die zich lang hebben stilgehouden. Een voorbeeld daarvan is de activiteit van Steamboat Geiser, 's werelds grootste geiser, tussen 2000 en 2003.