Rembrandt (2)

Vier eeuwen is lang.

Je kunt het merken in Leiden, waar men vierhonderd jaar na de geboorte van Rembrandt zijn best doet om te delen in de wereldroem van de schilder. Zichtbare voetstappen van Rembrandt in Leiden zijn er amper meer, er is alleen nog de ruimte waarin hij geleefd heeft. Boekjes en wandelgidsen over Rembrandt in Leiden bevatten veel zinnen als: 'Hoe Rembrandts jeugd is geweest, weten we niet precies' en 'Welke lessen hij precies heeft gevolgd aan de Latijnse School is onbekend'.

De eerste schreden van de Rembrandt-toerist zullen zich naar zijn geboortehuis aan de Weddesteeg richten. Wie daarvoor uit Tokio of New York is gekomen, krijgt een van de grotere desillusies van zijn leven. Ik was er al eens eerder geweest, maar de plek is er sindsdien niet onvergetelijker op geworden.

In een gevel van nieuwbouwappartementen staat op een grijze, ingemetselde steen te lezen dat Rembrandt van Rijn er 'op den 15den juli 1606' is geboren. Dat is alles. En dát geconstateerd hebbend, kan de Rembrandt-toerist zich beter zo snel mogelijk uit de voeten maken. Want in het straatje wordt momenteel veel gegraven en gebulldozerd, zoals zo langzamerhand in alle steden van Nederland: een stad die zich een beetje respecteert, verandert zichzelf in een molshoop.

'Het is niet bekend hoe het ouderlijk huis van Rembrandt in de Weddesteeg er precies uit zag', aldus het boekje Rembrandt in Leiden. Het huis is aan het begin van de vorige eeuw gesloopt. Een naburig gelegen drukkerij wilde uitbreiden. Zou de gemeenteraad zich daar destijds nog over hebben gebogen? Of heeft een lage ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht tegen die drukker gezegd: 'Gooi het zaakje maar rustig plat, dan had Rembrandt maar in Leiden moeten blijven'?

Van 1963 tot 1980 heeft er op deze plek nog wel een reconstructie van de gevel van Rembrandts huis gestaan. Die heeft men uiteindelijk ook maar neergehaald toen er nieuwe uitbreidingen noodzakelijk waren. Misschien heeft de verantwoordelijke ambtenaar, niet helemaal ten onrechte, gedacht: 'We weten toch niet hoe dat ouderlijk huis er precies heeft uitgezien, laten we dan ook maar niet langer de schijn ophouden.'

Rembrandt heeft de eerste vijfentwintig jaar van zijn leven bijna onafgebroken in Leiden gewoond en gewerkt. Niet niks. Toch weten we niet waar hij zijn atelier heeft gehad. De Rembrandt-toerist haalt zijn schouders op. Kom, ik ga maar eens naar het sterfhuis van Rembrandt kijken, denkt hij, daar zullen die botte Hollanders toch wél iets van bewaard hebben? Daarvoor moet hij naar Amsterdam.

Het laatste woonhuis van Rembrandt staat in de Jordaan aan de Rozengracht 184. Staat? Stond. Er staat nu alleen nog een non-descript pand met op de begane grond een winkel in Japans antiek en daarboven drie woonlagen. De aan Rembrandt gewijde plaquette hangt hoog en moeilijk lees- en vindbaar tussen de eerste en tweede verdieping. Duizenden mensen lopen er dagelijks argeloos aan voorbij, onbewust van de laatste snik van het genie.

Maar Rembrandt moet niet zeuren. Hij mag blij zijn dat we zijn schilderijen nog steeds mooi vinden.