Poetin erkent schuld Sovjet-Unie

De Russische president, Vladimir Poetin, heeft tijdens een bezoek aan Tsjechië erkend dat Rusland 'de morele verantwoordelijkheid' draagt voor de militaire invasie, waarmee de Sovjet-Unie in augustus 1968 een eind maakte aan de Praagse Lente. Eerder deze week aanvaardde Poetin al de morele verantwoordelijkheid voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956 door de Sovjet-Unie.

In beide landen onderstreepte Poetin tegelijkertijd dat het Rusland van nu niet de Sovjet-Unie van toen is en dat 'we naar de toekomst moeten kijken'.

'Ik moet eerlijk zeggen: er is geen juridische verantwoordelijkheid' voor de Sovjet-invasie van 1968, zo zei Poetin gisteren in Praag. 'Maar een morele verantwoordelijkheid is er wel, men kan niets anders zeggen. Nu evenwel moet worden voorkomen dat de tragedies van het verleden door bepaalde politieke krachten worden misbruikt om Rusland buitenspel te zetten.'

Bij de invasie van augustus 1968 maakte de Sovjet-Unie met vier bondgenoten met geweld een eind aan het experiment van 'het socialisme met een menselijk gezicht', een poging van de toenmalige Tsjechoslowaakse communisten om het socialistische systeem te democratiseren en te hervormen.

Het bezoek van Poetin aan Hongarije en Tsjechië staat vooral in het teken van de handelsbetrekkingen. De levering van Russisch gas aan beide landen speelt een hoofdrol, zeker na de recente problemen die vooral de Hongaren hebben gehad door kortingen op de hoeveelheid geleverd gas.

In Tsjechië werd Poetin gisteren kritisch verwelkomd door ex-president Václav Havel, die in een krantencommentaar Poetin verweet de dreiging van het Tsjetsjeense terrorisme te misbruiken door in Rusland 'vrijheden te liquideren die zijn gewonnen na de val van het Sovjet-rijk'. 'De oorlog [in Tsjetsjenië] maskeert een terugkeer naar autocratisch gezag', aldus Havel.