Ongestoord spelen in de virtuele wereld

De 24-jarige Hwang Chan-hyon draagt een grote, grijze bril over zijn eigen, veel bescheidener montuur. Door die bril kan hij de beelden op het computerscherm driedimensionaal zien, en dat trekt hem dieper de virtuele wereld van zijn computerspel binnen.

MMORPG-beoefenaar Hwang Chan-hyon schrikt op als hij uit zijn spel wordt gehaald. Foto Aart Kooij Kooij, Aart

Hwang is zoals heel veel van zijn leeftijdgenoten in Korea aan het 'gamen'. Hij speelt een computerspel via internet, waar duizenden onbekende en onzichtbare anderen tegelijk tegen en met hem spelen.

Hij speelt een zogeheten Massively Multiplayer Online Role Playing Game (MMORPG), een vorm van computerspel dat in Korea veel populairder is dan de als suf en achterhaald ervaren spelletjes die je in je eentje of met z'n tweeën op je PlayStation, je GameCube of je Xbox speelt. Het spel stopt niet als jij uitlogt, maar gaat gewoon door met de andere spelers. Daardoor ontstaat er een veel complexer en gevarieerder virtuele realiteit dan met een 'gewoon' computerspel mogelijk is.

Maar voorlopig logt Hwang nog niet uit. Hij schrikt als wij hem uit zijn spel halen waaraan hij nu al vier uur aan een stuk zit te spelen. Hij hangt in een luie leren stoel, met om zich heen een lege plastic kom instant-noedels, een paar halfvolle flessen frisdrank en een pakje sigaretten.

De computer staat in een 'PC bang', de Koreaanse uitdrukking voor het soort van internetcafés waarvan Seoul er enkele tienduizenden telt.

Zo'n 75 procent van de Zuid-Koreanen heeft wel eens een internetspel gespeeld, en een grote meerderheid van de bevolking heeft ook thuis een snelle breedbandverbinding. De Koreaanse overheid voert een actief stimuleringsbeleid voor de gaming-industrie, en heeft er zelfs een speciaal agentschap voor opgericht, het Korean Game Development and Promotion Institute (KDGI). Dat agentschap heeft als doelstelling om 'de digitale gaming-industrie voor Korea de betekenis te geven die 'Hollywood' heeft voor de Verenigde Staten'.

Dat lijkt aardig te lukken. Sinds 2000 bestaat er een heuse Game Academy, een universitair instituut waar je leert hoe je games ontwerpt en waar je een lening kunt krijgen om zelf een ontwerpbureau voor games op te zetten. Veel succesvolle computerspellen zijn in Korea ontworpen, veel internationale competities vinden er plaats en de beroepsspelers hebben er, heel Koreaans, ook meteen hun eigen vakbonden.

Ook als je ouderwets de televisie aanzet, kun je niet om gaming heen. Er zijn twee zenders die de hele dag niets anders doen dan wedstrijdverslagen van games uitzenden. Daarbij zie je het computerscherm, en je hoort een commentator die precies klinkt als een voetbalcommentator bij ons.

Af en toe komen de spelers in beeld: vrijwel altijd jonge jongens die er lang niet allemaal uitzien als klassieke nerds, maar waar toch ook wel aardig wat verlegen, puisterige types tussen lopen.

De meest succesvolle gamers zijn in Zuid-Korea net zo populair als popsterren bij ons. Ze delen handtekeningen uit en ze verdienen steeds beter.

Bedrijven sponsoren de sterren graag. Onlangs sloot een topspeler een sponsorcontract van vijf miljoen dollar af met een mobiel telefoonbedrijf. Het prijzengeld van een toernooi dat onlangs werd gehouden in de Chinese hoofdstad Peking lag tussen de 20.000 en de 50.000 dollar voor de winnaar. Of: winnaars, want vaak speel je met een team tegen een ander team. In de pauzes tussen de games zijn optredens van bands te zien, en het geheel is ingebed in een grote hoeveelheid op de jeugd gerichte reclame.

Toch komen er ook af en toe negatieve berichten naar buiten, vooral over verslaafde jongeren. Zo haalde Kim Kyung-jae in 2002 internationaal het nieuws toen de 24-jarige jongen van uitputting in elkaar stortte en stierf, nadat hij 86 uur non-stop in een PC bang had doorgebracht.

Ook oudere Koreaanse mannen gaan vaak buitenshuis een spelletje spelen, maar zij missen de techniek, de snelheid die nodig is om echt plezier aan gaming te beleven. Zij zijn niet opgegroeid met computers, en dat is te merken.

Zij hangen rond in veel duisterder zalen, die meer weg hebben van speelhallen dan van internetcafés. Daar staren ook zij naar een computerscherm, maar ze raken geen toetsenbord aan. Op het scherm verschijnen steeds weer andere getallen, en als de getallenreeks overeen komt met een aantal van de cijfers op de bankbiljetten waarmee ze voor het spel hebben betaald, dan betaalt de machine uit.

Heel saai, heel passief en heel wat minder leuk dan de interactieve games waar de jeugd van Korea zo dol op is.