Nucleair akkoord van VS en India fel omstreden

Her nucleaire akkoord dat de VS en India vandaag sloten heeft voor beide landen veel voordelen. Maar critici waarschuwen dat de overeenkomst internationale afspraken tegen verspreiding van kernwapens ondergraaft.

Laura Bush (links), de vrouw van de Amerikaanse president, ontmoet in New Delhi de makers van de Indiase versie van Sesame Street. Foto Reuters US First lady Laura Bush, (C), stand with Nafisa Ali, chairperson of the Children's Film Society of India as they meet the cast of the Indian version of the children's TV show Sesame Street, called "Galli Galli Sim Sim", at their film studio on the outskirts of New Delhi 02 March 2006. US President George W. Bush and Indian Prime Minister Manmohan Singh 02 March sealed a nuclear deal seen as the bedrock of a new strategic partnership, with both hailing the pact as historic. AFP Photo/David Guttenfelder/Pool AFP

Het nucleaire akkoord dat India en de Verenigde Staten vandaag zijn overeengekomen is niet alleen historisch, zoals president Bush in New Delhi zei. Het is ook fel omstreden.

Het belang van het akkoord reikt aanzienlijk verder dan de twee landen die het nu zijn eens geworden. De overeenkomst ondergraaft, stellen critici, het internationale bouwwerk van afspraken om de verspreiding van kernwapens tegen te gaan, zoals neergelegd in het Non-Proliferatie Verdrag (NPV). De VS belonen een land dat onder het mom van een civiel nucleair programma kernwapens heeft ontwikkeld, en dat juist op een moment waarop de wereld uit alle macht probeert om Iran te overtuigen dat dat een heilloze weg is.

Nee, zeggen de voorstanders, dit is juist een originele en praktische manier om kernmacht India, dat het NPV nooit heeft ondertekend, toch te binden aan afspraken en internationale inspectie van een deel van zijn nucleaire installaties. Zo wordt de internationale nucleaire veiligheid door dit akkoord dus juist bevorderd.

India stemt er met deze overeenkomst in toe zijn militaire en civiele nucleaire programma's van elkaar te scheiden, en de civiele installaties open te stellen voor inspecties door de internationale toezichthouder IAEA (het Internationale Atoom Energie Agentschap). In ruil daarvoor bieden de Verenigde Staten aan om India nucleaire technologie en splijtstof te leveren.

De directe voordelen voor beide partijen zijn duidelijk. De Verenigde Staten halen de banden aan met een een belangrijk democratisch land, dat een grote moslimbevolking heeft en bovendien een 'strategische partner' is (in de woorden van Bush) die in Azië een tegenwicht kan bieden tegen grootmacht China. Bovendien hopen de Amerikanen op contracten met de Indiase kernenergiesector ter waarde van vele miljarden dollars. En naarmate India meer nucleaire energie produceert, concurreert deze sterk opkomende economische macht weer minder met de VS op de internationale oliemarkt.

Voor India is het cruciaal om zelf beter te kunnen voorzien in de behoefte aan energie, en meer moderne kerncentrales kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Het land zal naar verwachting binnen vijf jaar in omvang de vierde consument van energie in de wereld zijn (na de VS, China en Japan) en die energie moet ergens vandaan komen.

Bovendien kan het aanhalen van de band met de Verenigde Staten, na jaren van koele betrekkingen, de Indiase economie alleen maar goed doen. En ten slotte maakt India met het akkoord een eind aan het isolement waarin het op nucleair gebied verkeerde, door het niet ondertekenen van het NPV en het doen van kernproeven waarmee het in 1998 openlijk liet zien over atoomwapens te beschikken.

Premier Singh en president Bush moeten allebei van het IAEA en hun volksvertegenwoordigingen nog instemming krijgen voor het akkoord - waarvoor ze in juli in Washington al de basis legden. De details van de overeenkomst (hoeveel nucleaire installaties India bijvoorbeeld bestempelt als civiel en dus openstelt voor inspectie) waren vandaag aan het begin van de middag overigens nog niet bekend.

Critici in het Indiase parlement zien het akkoord, en met name de inspecties, als een inbreuk op de Indiase soevereiniteit. Ook hebben parlementariërs gewaarschuwd tegen het al te nauw aanhalen van de band met Washington ten koste van de relatie met China. Op energiegebied hebben New Delhi en Peking juist besloten nauwer samen te werken.

Het verzet in het Amerikaanse Congres - zowel bij Republikeinen als Democraten - richt zich vooral op de gevolgen van de overeenkomst voor de fundamenten van een halve eeuw Amerikaans non-proliferatiebeleid. Een van de uitgangspunten van het Non-Proliferatie Verdrag was een soort uitruil tussen de erkende kernmachten en de landen die geen kernwapens hadden. Landen die afzagen van het ontwikkelen van kernwapens werden als het ware beloond met toegang tot gevoelige nucleaire technologie voor vreedzame kernenergie.

Die uitruil leek aantrekkelijk en maakte het voor verschillende landen (Turkije, Zuid-Korea, Saoedi-Arabië) aanvaardbaar om af te zien van kernwapens. Maar nu blijkt dat het niet voor iedereen van tweeën één is, maar dat de Verenigde Staten een uitzondering maken voor India. Zonder zich te hebben aangesloten bij het NPV en na heimelijk kernwapens ontwikkeld te hebben, krijgt New Delhi nu de beloning waar andere landen hun nucleaire ambities voor hebben opgegeven. Hoe overtuigend kan Washington landen nu nog ontmoedigen geen kernmacht te worden, vragen de critici? Hoe moet Iran nog uitgelegd worden dat het zich aan de regels van het NPV moet houden? Sommigen hebben zelfs gewaarschuwd dat deze deal van de Verenigde Staten en India kan bijdragen aan een nucleaire wapenwedloop in Azië.

India's buurland en rivaal Pakistan liet vanochtend meteen al weten dat het erop rekent eveneens in aanmerking te komen voor zo'n akkoord. Ook Pakistan heeft het NPV niet ondertekend, ook Pakistan heeft een kernwapen ontwikkeld, en ook Pakistan zou maar wat graag nucleaire technologie uit de Verenigde Staten of andere landen ontvangen.

Maar anders dan India heeft het een dubieuze reputatie op het gebied van de export van zijn nucleaire kennis. India is voor zover bekend altijd voorzichtig omgesprongen met zijn nucleaire kennis. Maar Pakistan heeft, onder aanvoering van atoomgeleerde A.Q. Kahn, die kennis verhandeld aan landen als Libië, en het internationale non-proliferatiebeleid niet alleen in eigen land doorkruist, maar ook internationaal een slag toegebracht.

Daarmee heeft Pakistan, volgens Amerikaanse waarnemers, zijn kans verspeeld op een nucleair akkoord met de VS, hoe zeer het land ook een belangrijke bondgenoot is in de oorlog tegen terreur. In elk geval heeft president Bush in dit verband iets uit te leggen bij de volgende stop op zijn Aziatische reis, op bezoek bij de Pakistaanse president Musharaf.