'Ik beval hen te berechten. Waar is de misdaad?'

De afgezette Iraakse president Saddam Hussein gaf gisteren toe het bevel te hebben gegeven dat leidde tot de executie van 148 shi'ieten. Maar dat was zijn recht, betoogde hij in de rechtszaal.

De vroegere Iraakse president Saddam Hussein en twee medeverdachten gisteren tijdens hun proces. (Foto AFP) Former Iraqi President Saddam Hussein, front, Mizhar Abdullah Ruwayyid, middle, and Taha Yassin Ramadan have a laugh at their trial in Baghdad Wednesday March 1, 2006. Saddam and seven co-defendants are on trial for torture, illegal arrests and the killing of nearly 150 people from Dujail after a 1982 assassination attempt on Saddam in the town. The trial has been recessed until March 12. (AP Photo/Bob Strong, Pool) Associated Press

Saddam Hussein heeft gisteren in een nieuwe opmerkelijke zitting van zijn proces erkend dat hij opdracht heeft gegeven tot berechting van 148 shi'ieten die uiteindelijk werden geëxecuteerd - de zaak waarvoor hij en zeven medeverdachten nu in Bagdad terechtstaan.

Maar hij eiste het recht op dat te doen als toenmalig president van Irak omdat zij werden verdacht van een (mislukte) aanslag op zijn leven in de stad Dujail in 1982. 'Waar is de misdaad? Waar is de misdaad?' riep hij in de rechtszaal in Bagdad. 'Als berechting van een verdachte die ervan wordt beschuldigd op een staatshoofd te hebben geschoten - ongeacht wat zijn naam is - als een misdaad wordt beschouwd, dan heb je het staatshoofd in je handen.' 'Ik zag de kogels met mijn eigen ogen', zei Saddam.

Zijn verdedigers hebben eerder al aangevoerd dat Saddam als president binnen de wet bleef met de berechting en executies. 'Wat we vandaag zagen was niet Saddam die schuld bekende', zei een juridisch expert van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch die de zaak volgt, 'maar die het feit toegaf dat hij handelde in overeenstemming met zijn officiële plichten en bevoegdheden'.

De acht beklaagden worden beschuldigd van gevangenzetting, foltering en executie van de 148 shi'itische inwoners van Dujail, ten noorden van Bagdad, waarvoor zij, als de rechtbank tot de conclusie komt dat zij illegaal hebben gehandeld, kunnen worden opgehangen. De zaak-Dujail is in principe de eerste van meer zaken tegen Saddam en de zijnen.

Saddam stelde gisteren herhaaldelijk dat de zeven andere verdachten moeten worden vrijgelaten. 'Als de hoofdfiguur de zaken voor je makkelijk maakt door zijn verklaring dat hij de verantwoordelijke was, waarom zit je dan achter die mensen aan?' merkte hij op. 'Jullie bedoelen dat Saddam Hussein als leider zou zeggen 'ik ben verantwoordelijk', en dan, wanneer het moeilijk wordt, 'nee, Abdullah [Abdullah Kazim Ruwayyid, een medeverdachte] was verantwoordelijk'? Nee Saddam Hussein zou dat niet doen, en dat weten jullie. Hij is niet het type om dat te doen. In moeilijke tijden draagt Saddam Hussein de mensen op zijn schouders.'

Hij gaf nog een voorbeeld. 'Ik verwees hen [de shi'ieten] naar de Revolutionaire Rechtbank in overeenstemming met de wet. Awad [Awad al-Bandar, vroeger president van de Revolutionaire Rechtbank en medeverdachte] voerde de wet uit. Hij had het recht om te veroordelen en vrij te spreken.'

Saddam kwam met zijn verklaring een dag nadat de aanklagers het meest directe bewijs tot nog toe hadden gepresenteerd in het inmiddels vier maanden durende proces. Het ging om een presidentieel decreet uit 1984 dat de doodvonnissen tegen de 148 shi'ieten bekrachtigde, met - zo te zien - Saddams handtekening eronder. Getuigen die tot dusverre zijn gehoord kwamen wel met vaak gruwelijke beschuldigingen van foltering en andere schendingen van de mensenrechten, maar waren niet in staat de beklaagden daarmee direct in verband te brengen.

Saddam ontkende noch bevestigde de executies te hebben goedgekeurd. Wel bevestigde hij opdracht te hebben gegeven om de boerderijen van verdachten met de grond gelijk te maken. 'Ik maakte ze met de grond gelijk [..] We specificeerden het land van degenen die schuldig waren bevonden, en ik tekende', zei hij. 'Het is het recht van de staat om terug te nemen of te compenseren. Dus waar is de misdaad?'

Ook hier pleitte hij zijn medeverdachten vrij. 'Jullie hoeven niet achter andere mensen aan te gaan. Ik verwoestte het land. Ik bedoel niet dat ik op een bulldozer reed en het verwoestte, maar ik verwoestte het. Het was een besluit van de [regerende] Revolutionaire Commando Raad waarin het land werd gedefinieerd van hen die schuldig werden bevonden. En dat werd gedaan. Ik ondertekende het decreet.'

Het proces is verdaagd tot 12 maart.