De koning van de hipste voetbalclub van Engeland

Chelsea was nog hip, de club van voetballers die dronken en slikten. Ze waren de uitblinkers van het Londense nachtleven en de vrienden van filmsterren en popsterren. Peter Osgood was de uitblinker op alle fronten. 'Ossie' was eind jaren zestig begin jaren zeventig de sterspeler, de flamboyante aanvoerder en spits. Voor Osgood kwamen de Londenaren en iedereen die van swingend voetbal hield naar Stamford Bridge. Gisteren overleed hij op 59-jarige leeftijd, na een hartstilstand tijdens een begrafenis van een familielid.

Osgood in Chelsea-shirt, 1969 Foto AP Chelsea FC, soccer legend Peter Osgood is seen in this August 1969 file photo. Peter Osgood, one of Chelsea's greatest strikers who helped the club win the European Cup Winners' Cup, died on Wednesday age 59 while attending a funeral, the club announced. Osgood, who won FA Cups with Chelsea and Southampton and played four times for England between 1970 and '74, collapsed at the funeral at Slough, west of London. The cause of his death was not immediately known. (AP Photo/PA) ** UNITED KINGDOM OUT NO SALES NO ARCHIVE ** Associated Press

Op Stamford Bridge was in die dagen iedereen aanwezig die van voetbal hield en iedereen die gezien wilde worden. Rond King's Road, de straat van boutiques en bars, wilde iedereen wonen. Daar werd gedronken en geblowed - geleefd. En op zaterdag naar Chelsea, naar The Blues. Genieten van het swingende voetbal van de spelers in hun blauwe tenues met witte kousen. Peter Bonetti was een spectaculaire doelman, Charlie Cooke een heerlijke linksbuiten, Ron Harris de gruwelijkste van alle Chelsea-verdedigers (Chopper), Alan Hudson een speler met de uitstraling van een popster en Peter Osgood de heerlijk flegmatieke spits die altijd scoorde.

Blue is the colour zongen de spelers van Chelsea op een plaatje. Het nummer bereikte de topvijf van de Britse hitparade. Ze werden uitgenodigd voor het televisie-programma Top of the Pops, maar tijdens de opnamen bleken de stemmen niet goed op elkaar afgestemd. In zijn biografie Kings of the King's Road zegt oud-speler Eddie McCreadie dat uiteindelijk een viertal flessen wodka en krat 'lager' voor de juiste sound zorgde. Zo zijn er veel anecdotes over de hipste club van de Swinging Sixties.

Amerikaanse acteurs als Steve McQueen en Charlton Heston werden door filmregisseur Richard Attenborough meegenomen naar Stamford Bridge. Andersom zaten Ossie en de zijnen op King's Road in nachtclubs naast Jane Birkin en Sean Connery, en gingen ze naar party's met de Rolling Stones en andere popsterren. De Amerikaanse actrice Raquel Welch zei in een interview dat ze bij een bezoek aan de kleedkamer opgewonden was geraakt toen ze de blote benen zag van Osgood.

Chelseas manager in die tijd was Dave Sexton, een man met een hippe kop, een man die leefde, een voorstander van technisch, artistiek voetbal. Osgood, een aantrekkelijke lange man met zwart haar en bakkebaarden, was de cultfiguur. Elke speler had wel iets uitgevreten in een bar of een nachtclub, zo meldden de tabloids dagelijks, maar Ossie was The Man. Al vanaf zijn eerste wedstrijd voor Chelsea, in december 1964, was hij de held van Stamford Bridge. Hij was zeventien en scoorde twee keer. Hij zou 380 keer voor de Blues spelen en 150 maal scoren. Vier keer kwam Osgood uit voor het Engelse elftal.

In 1970 maakte Osgood zijn beroemdste doelpunt. Op Old Trafford in Manchester maakte hij met een duikkopbal de gelijkmaker in de replay van de FA Cup-finale tegen Manchester United. Daardoor won Chelsea de FA Cup.

In 1971 scoorde hij in beide finalewedstrijden om de Europa Cup voor bekerwinnaars tegen Real Madrid. Chelsea won de beker. En Osgood scoorde in de gewonnen League Cup-finale van 1972 tegen Stoke City. Osgood verliet Chelsea in 1974 en ging naar Southampton, waarmee hij twee jaar later de League Cup won. Ook toen scoorde de man die destijds Southamptons duurste aankoop was.

Osgood keerde terug bij Chelsea in 1978. Dat was zijn club. Hij kon nauwelijks meer voetballen, hij was pas 31 jaar maar uitgeput, vooral door zijn levensstijl. Hij dreef een bar en hield van (witte) wijn. De bar ging failliet. Maar hij was elke dag in het stadion te vinden. Hij gaf rondleidingen op het nieuwe Stamford Bridge, Chelsea Village, zoals nu het domein heet vol winkels en kantoren, en hij was een begenadigd after dinner speaker. Hij vertelde dan anecdotes over vroeger, toen Chelsea nog de hipste club van Londen en omgeving was.

Peter Osgood was The King of Stamford Bridge.

http://www.chelseafc.com