Splitsing blijft de koers

Nu de twee Franse energiegiganten, Suez en Gaz de France onder druk van de Franse regering gaan fuseren, moeten de Nederlandse energiebedrijven beslist niet hetzelfde gaan doen. Het CDA en de PvdA hebben voorgesteld een soort nationale kampioen te maken in energie. Maar ook een combinatie van Nederlandse energiebedrijven die nu in handen zijn van gemeenten en provincies, is te klein om de Europese overnameslag te overleven. Geen tijdelijke afspraak of beschermingsconstructie kan garanderen dat deze combinatie op de lange duur niet alsnog wordt opgeslokt door een buitenlandse gigant. Voor Nederland is het een verloren strategie om als muis met de grote olifanten mee te stampen

Nederlandse industriepolitiek is heilloos. In de nieuwe Franse energiecombinatie krijgt de staat veel te zeggen, maar Franse staatsbedrijven zijn op hun zachtst gezegd geen toonbeeld van efficiency. Alleen op een publiek net van gas en elektriciteit kan worden gezorgd voor zowel concurrentie tussen verscheidene bedrijven als leveringszekerheid. De provincies hoeven hun energiebedrijven niet te verkopen, maar alleen te splitsen. Ze krijgen er, indien zij niet tot verkoop besluiten, veel dividenden van. Hoe meer partijen hoe meer vreugd.

De opeenstapeling van voorgenomen fusies en overnames bij buitenlandse, Europese energiebedrijven bewijst hoe belangrijk het is voor Nederland om de netten voor gas en elektriciteit in publieke handen te houden. De splitsing tussen de netten voor gas en elektriciteit en de leverantie en productie moet dus doorgaan. Deze is juist bedacht met het oog op de buitenlandse energie-oligopolies die nu worden gevormd. Er is dus geen reden voor paniek.

Door het net in eigen handen te houden, kan de Nederlandse overheid alle energieleveranciers gelijke toegang verlenen, van de door de Franse staat gedomineerde energiegigant tot de tuinbouwer met zijn warmtekrachtcentrale. Ook in de omliggende Europese landen zijn de netten nog in handen van de overheid, al zijn ze in tijdelijke concessie uitgegeven aan particuliere bedrijven. In Nederland wilden de directies van energiebedrijven en provincies een paar jaar geleden nog de bedrijven met net en al privatiseren, waarna het zou worden doorverkocht aan het buitenland. De splitsing steekt daar een stokje voor. Uitstel daarvan dreigt alleen maar te leiden tot afstel.

Geen enkele energieleverancier mag in Nederland een dominant marktaandeel krijgen, ook niet een Nederlandse kampioen. Als de Europese Unie niet in staat is een energiemarkt met vrije concurrentie te vormen, kunnen de Nederlandse toezichtautoriteiten dat wel op het Nederlandse net bereiken. Op een Nederlands net kunnen vraag en aanbod op de lange termijn worden vergeleken, zodat de overheid tijdig de aanbouw van reservecapaciteit kan stimuleren. Minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) is gelukkig zo verstandig om aan de uitgezette koers vast te houden: splitsing.