Sollicitatieplicht oud-wethouders

Eens in de vier jaar vindt een wisseling van de wacht plaats in het gemeentelijke openbaar bestuur. Wethouders zijn, omdat ze voor vier jaar worden benoemd, hun politieke leven niet zeker en moeten maar afwachten of ze na de gemeenteraadsverkiezingen weer aan de slag mogen.

Tekeningen Cyprian Koscielniak Koscielnak, Cyprian

In erg grote onzekerheid hoeven ze niet te zitten: de wachtgeldregeling voor oud-wethouders is riant: hij/zij ontvangt wachtgeld voor de periode die hij/zij als bestuurder werkzaam is geweest. De regeling geldt voor maximaal zes jaar. In het eerste jaar ontvangt een oud-wethouder 80 procent van het loon, de jaren daarna 70 procent. Geen reden om te klagen, zeker niet als wordt bedacht dat voor oud-wethouders geen sollicitatieplicht geldt.

Ter vergelijking: om in aanmerking te komen voor 5 jaar WW-uitkering, ter hoogte van 70 procent van het laatstverdiende loon, moet sprake zijn van een arbeidsverleden van 40 jaar of langer. Er geldt een sollicitatieplicht en na 5 jaar vervalt men in de bijstand.

Dat er een wachtgeldregeling bestaat voor oud-bestuurders, is niettemin verdedigbaar. Het openbaar bestuur is een glazen huis en het afbreukrisico in de politiek is groot. Bovendien maakt het publieke karakter van dergelijke functies dat een - al dan niet voortijdig - vertrek vaak persoonlijke schade met zich mee kan brengen. Soms ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de persoon zelf. Regelmatig echter ligt de oorzaak bij factoren die niet te beïnvloeden zijn.

Maar in een tijd waarin alle regelingen worden verscherpt, past het niet om de wachtgeldregeling voor oud-bestuurders buiten schot te laten. Het schrappen van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) voor brandweerlieden ligt nog vers in het geheugen. Voor hen is er - terecht - een eind gemaakt aan het automatische recht om op 55-jarige leeftijd te stoppen met werken. Voor uitkeringsgerechtigden die ouder zijn dan 57,5 jaar geldt weer een sollicitatieplicht. En in 2006 worden verdere verscherpingen van de criteria voor werkloosheidsuitkeringen verwacht.

Begrijpelijke keuzes, maar als het kabinet consequent is, dient ook de wachtgeldregeling voor wethouders onder de loep genomen te worden. Drie zaken zouden dan moeten worden aangepast. In de eerste plaats een beperking van de maximale duur van de regeling tot hooguit één reguliere zittingsperiode, dus vier jaar. Ten tweede het schrappen van de bepaling dat een wethouder die op 50- jarige leeftijd (of ouder) 10 jaar het ambt heeft uitgeoefend wachtgeld krijgt tot het 65-ste levensjaar. Van iemand met 10 jaar bestuurlijke ervaring mag juist worden verwacht dat hij/zij weer snel aan het werk kan.

Als laatste, en wellicht het belangrijkste, de invoering van een sollicitatieplicht, na een 'bezinningsperiode' van zes maanden. Een regeling waarbij zonder tegenprestaties gebruik wordt gemaakt van overheidsgeld is uit de tijd.

Tegenstanders van een dergelijke aanscherping zullen betogen dat het beroep van wethouder hierdoor minder aantrekkelijk wordt. Dat is onzin. Als er toch iets zou moeten gebeuren, volg dan de aanbevelingen van de commissie-Dijkstal op. Een verhoging van het salaris is een betere prikkel dan een beloning om achteraf niets te doen. Van wethouders wordt verwacht dat zij een voorbeeldfunctie in de samenleving vervullen. Dat houdt niet op als zij - noodgedwongen - een ambteloos bestaan moeten leiden.

Pieter Litjens is portefeuillehouder Financiën en Welzijn (VVD) in Amsterdam Zuid-Oost.