Leuk voor burger of speeltje van B en W

Gemeenten gebruiken internet om de mening van de stadsbewoner te peilen. Politiek komt zo dichter bij de burger - maar welke burger? De enquêtes zijn vaak niet representatief. 'Verwacht geen wonderen.'

Dat was even schrikken voor burgemeester en wethouders van Hoogeveen. Had de Drentse gemeente zich jarenlang ingespannen om het contact met de burger aan te halen via internet. Waren er jaar na jaar Omnibusenquêtes voor groepen Hoogeveners gemaakt, waarin ze hun mening konden geven over de kwaliteit van het zwembad, van de openbare bibliotheek, van de groenvoorzieningen, van de fietspaden, van de schouwburg en ga zo maar door.

Maar wat gebeurde er een paar weken geleden? Op 14 februari sabelde de lokale Rekenkamer alle enquêtes in één reuzenzwaai neer. Onrepresentatief, onwetenschappelijk en derhalve onbruikbaar om beleid op te baseren, aldus het lokaal controleorgaan.

Dat was slikken voor B en W, zo wil Willem Urlings (CDA), burgemeester van Hoogeveen, over de telefoon wel toegeven. 'Maar met die enquêtes gaan we gewoon door, hoor'', zegt hij monter 'Die hebben namelijk absoluut de toekomst. Ze krijgen hier een hoge respons, soms bijna 70 procent van de aangeschrevenen. En ik merk nu al in de campagne dat de politieke partijen in de raad er steeds meer hun standpunten op af gaan stemmen. Ik vind dat de hoogste vorm van politiek als de wensen van politieke partijen en burgers zo hand in hand kunnen gaan.'

De traditionele politieke partijen hebben de laatste jaren flinke concurrentie gekregen van wat we hier maar even de i-partij noemen. Kiezers kunnen er niet op stemmen, wel eraan meedoen. Bijna elke gemeente peilt via internet wel de mening van haar burgers over de toekomst van de stad of van de wijk, of vraagt naar de tevredenheid over de lokale voorzieningen.

Niet alleen burgemeester Urlings heeft hoge verwachtingen van het medium. Het vakblad Binnenlands Bestuur publiceerde oktober vorig jaar een enquête. Van de respondenten (meestal werkzaam in het openbaar bestuur) zei 59 procent ja tegen de stelling dat ICT de burger dichter bij de politiek brengt. Internet verlost de naar inspraak dorstende burger van de zaaltjes, kan de interesse van jongeren voor politiek vergroten en bestuurders dwingen meer verantwoording af te leggen, zo wees de enquête uit.

Maar dreigt voor de i-partij niet hetzelfde lot als dat van de internetindustrie eind jaren negentig: een werkelijkheid die ver achterblijft bij alle hooggespannen verwachtingen? Onderzoekers die de lotgevallen van de i-partij de laatste jaren hebben gevolgd, zijn voorzichtig gestemd, of zelfs ronduit sceptisch. 'Internet heeft verfrissend gewerkt voor de naar binnen gekeerde sfeer van de lokale politiek', zegt bijvoorbeeld Marcel Boogers, verbonden aan de School voor Politiek en Bestuur van de Tilburgse universiteit. 'Maar verwacht er geen wonderen van.'

De bestuurskundige schreef enkele jaren geleden een kritisch wetenschappelijk artikel. Daarin hekelde hij besturen en gemeenteraden die onvoldoende duidelijk maken wat ze met de resultaten van enquêtes willen doen. In de praktijk is dat namelijk heel weinig. Zo gebruikte Hoogeveen de uitkomsten hooguit om bepaalde investeringen in bijvoorbeeld de openbare bibliotheek uit te stellen.

Verder zijn de enquêtes nogal eens het speeltje van B en W, lees de gemeentesecretaris en zijn ambtenaren. Boogers: 'Gemeenteraden hebben soms de neiging daar achteraan te hobbelen.' Maar raadsleden moeten zich juist niet de kaas van het brood laten eten, bijvoorbeeld door duidelijk te maken welke onderwerpen wel en welke per se niet aan enquêtes mogen worden onderworpen.

Steven de Jong is medewerker van Politiek Digitaal - een website die gewijd is aan democratische vernieuwing door nieuwe media als internet. Hij schreef er onder meer het internetstuk Van Kloof naar Klik over. Ook De Jong blijkt niet onder de indruk van de democratische belofte van de i-partij. Volgens hem zijn het vaak dezelfde burgers en organisaties die discussiefora en andere virtuele kanalen weten te vinden om daar hun wensen te deponeren.

Anderzijds stellen bestuurders en politici zich onvoldoende open voor de nieuwe mogelijkheden. 'De vraag is of je in het huidige partijpolitieke bestel de burger wel centraal kunt stellen. Volgens mij niet. Ik zie GroenLinks bijvoorbeeld geen verkeersdrempels weghalen als bewoners daar op buurtsites om vragen.'

Een van de heldinnen van De Jong is Marieke Bolle, raadslid voor de PvdA in Den Haag. Die heeft haar website opengesteld voor Hagenaars die kwesties aan de orde kunnen stellen die Bolle vervolgens in de raad brengt. Bovendien kunnen burgers foto's op haar site (het Bolle Oog) zetten van 'misstanden' in de stad. De site biedt onder andere een foto van blindengeleidehond Rindy, met daaronder een verhaaltje over de gebrekkige voorzieningen voor blinden in de stad.

Bolle is niet bang dat ze zichzelf degradeert tot postbus voor klachtjes en klachten van burgers. 'Integendeel, ik wil juist verdergaan op deze weg', zegt ze. 'Ik ben bijvoorbeeld een initiatief aan het voorbereiden voor wijkbudgetten voor de politie. Burgers kunnen dan via internet aangeven waarvoor ze de politie in hun wijk willen inzetten: tegen inbraak, vandalen, of iets anders. Na een paar maanden volgt een evaluatie door de politie. Maar de grote veiligheidsonderwerpen van de stad, de inzet van politie bij een demonstratie of bij het voetbalstadion van ADO, daar blijft de Haagse gemeenteraad gewoon over gaan.'